nieuws

Samenwerken maakt bouwen duurzamer

bouwbreed

Het duurzame bouwen kan aanmerkelijk verbeteren wanneer alle betrokken partijen goed samenwerken. Die moeten zich meer dan voorheen op de woonconsument richten. Diens veranderende voorkeuren en eisen bepalen mede de levensduur van gebouwen en omgeving. Vooralsnog denkt de consument bij duurzaam bouwen vooral aan milieu, hogere uitgaven en minder comfort, schrijven de samenstellers van ‘Langetermijnperspectief Duurzaam Bouwen’.

Duurzaam bouwen houdt volgens de rapporteurs verband met economie, natuur en landschap, milieu, ruimte en infrastructuur. Daar horen ook verkeer en vervoer en de samenhang van buurten en wijken bij. Al deze aspecten moeten in de beslissingen aan bod komen. De overheid behoort plannen in gang te zetten en toe te zien op de uitvoering ervan.

Bestuurlijke bemiddeling brengt ook marktpartijen bijeen. Dat weegt het zwaarst op plaatselijk niveau. Daar worden de belangrijkste beslissingen voor het duurzame bouwen genomen. De overheid pakt de duurzame bouw voorlopig nog erg pragmatisch aan. Met de marktpartijen worden stap voor stap maatregelen ingevoerd. Het innovatietempo blijft daardoor laag. Daar staat tegenover dat er een brede belangstelling voor duurzaam bouwen ontstaat.

Concurrentiepositie

De bouw, inclusief de financiele instellingen, moet inzien dat duurzame bouw kansen voor innovaties biedt en bijdraagt aan een sterkere (internationale) concurrentiepositie. Sommige corporaties en ontwikkelaars werken mee aan deze ontwikkeling. Bijvoorbeeld omdat ‘de markt’ altijd het laatste woord heeft of omdat duurzame bouw kosten bespaart. Anderen houden de boot uit gewoonte of door zakelijke motieven af.

Een grotere samenwerking tussen de betrokken partijen ruimt dergelijke bezwaren uit de weg. De bouwsector zal zich meer naar de overheid en vooral meer naar de consument moeten richten. De laatste wordt steeds mondiger en eist vaker een inbreng in ontwerp, vormgeving en inrichting van gebouwen en omgeving. De bouw kan de betrokkenheid van toekomstige gebruikers bevorderen met een goed product en een goede marketing.

De korte termijn laat nog veel ruimte voor de ontwikkeling van het duurzame bouwen. Het tempo waarin dat gebeurt moet niet te hoog liggen zodat overheden, marktpartijen en consumenten niet worden afgeschrikt. Ontwikkelingen voor de lange(re) termijn vergen een grotere betrokkenheid van de bouw. Op die manier komt er meer zicht op de waarde van bijvoorbeeld ondergrondse bouw, lichte stedenbouw en industrieel flexibel bouwen.

Prestatie-eisen leveren de beste grondslag voor de verdere invoering van het duurzame bouwen. De voorlopers houden dan voldoende ruimte voor verdere innovaties. Voor de achterlopers zijn deze eisen het minimaal te leveren niveau. Kennisoverdracht en onderwijs brengen de middengroep op de hoogte van de vorderingen.

Onderwijs

Velen die beroepsmatig bij de bouw zijn betrokken blijven volgens de rapporteurs denken in traditionele ruimtelijke en (steden)bouwkundige concepten. ‘Duurzaam onderwijs’ brengt studenten planologie, (steden)-bouwkunde of civiele techniek in aanraking met nieuwe inzichten. Onderwijs kan er verder voor zorgen dat consumenten meer te weten komen over het duurzame bouwen.

Deze vorm van bouwen hangt mede af van economische en demografische trends. Ook de voorkeuren van de consument wegen zwaar. Beleidsmakers moeten om die reden deze trends en de voortgang van het duurzame bouwen systematisch bijhouden. De bevindingen geven aan welke innovaties nog nodig zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels