nieuws

Modernisme in Mijdrecht

bouwbreed

Groter dan bij Johnson Wax kan het verschil tussen directie en arbeiders niet zijn. Een asociaal gebouw is het eigenlijk. Maar ja, de architect had dan ook weinig warme gevoelens voor het arbeidersproletariaat.

In alles heeft het directiegebouw van Johnson Wax de vorm van een boemerang. De betonnen constructie staat op vijf pootjes in een klein Vinkeveens plasje. De bewoners van het dorp moeten in 1964 hoe dan ook hun ogen hebben uitgekeken toen het markante gebouw in de zompige weilanden werd neergezet. ‘Modernisme in Mijdrecht’, het klinkt als een nieuw Suske en Wiske- stripboek.

Als schril contrast met de voorkant verrees achter het hoofdkantoor een Orwelliaans industrieel complex. De karakteristieke directievleugel ervoor lijkt een goedmakertje te zijn. En tegelijk geeft het als geen ander de distantie tussen de productiewerkers en het management weer.

Johnson Wax heeft alles behalve een sociaal gezicht. Als je langer naar het gebouw kijkt, lijkt het net alsof het vreselijk begint te glimlachen. De langgerekte glazen facade verwordt tot de valse grijns van ‘The Joker’ uit de eerste Batmanfilm. Slechts verbonden door een dunne navelstreng hangen ze in hun fabriekshal als een nageboorte aan de representatieve directievleugel vast.

Toch wisten ze bij Johnson heel goed wie ze in huis haalden. Het was niet onbekend dat architect Maaskant bij de vormgeving van zijn bedrijfsgebouwen het directiegedeelte en de productie- annex administratieruimte altijd strikt gescheiden hield. Maar nergens heeft hij het standsverschil zo duidelijk uitgewerkt als bij Johnson Was in Mijdrecht.

Maar ja, bij Johnson wilden ze per se dat Maaskant het gebouw schiep. Modernistische architectuur zit het Amerikaanse bedrijf nu eenmaal in de genen. Zo is het overzeese hoofdkantoor in Racine door niemand anders gebouwd dan Frank Lloyd Wright.

Het Amerikaanse gebouw neemt een voorname plaats in de architectuurgeschiedenis in, vertelt een woordvoerster, dus ze moesten ook in Nederland met een grote naam komen aanzetten. En wie in de zestiger jaren een eigentijds fabriekscomplex wilde bouwen, wendde zich tot Maaskant.

Hij hield zich dan ook al vanaf het prilste begin van zijn carriere bezig met ruimte en bedrijfsorganisatie. En zijn Nieuw-Zakelijke achtergrond was bij uitstek geschikt om huisvesting voor een productielijn te ontwerpen.

Een monument van bouwkunst is de boemerang niet geworden, oordeelden architectuurvorsers. Ook zij vonden het verschil tussen kantoor en bedrijfsgedeelte te ridicuul. Te asociaal en te beledigend misschien. Het zou dan ook het laatste grote bedrijfscomplex worden dat Maaskant ontwierp. Veel feeling met het proletariaat had hij toch al niet.

Dat Maaskant aan de andere kant zo populair bij industrielen was, zegt genoeg over de arbeidsverhoudingen in die tijd. De omstandigheden waarin zij hun administratief en productiepersoneel lieten werken, nee, die wil je niet weten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels