nieuws

Koppeling bedrijfschappen volgt marktontwikkeling

bouwbreed

Bedrijven in de afbouw- en afwerksectoren ontwikkelen zich over oude grenzen heen. Ze komen met totaalaanbiedingen op het gebied van onderhoud, of schuiven op in de keten van de bedrijfskolom door strategische samenwerking met leveranciers en klanten. Logisch dat de drie voor deze sectoren bestaande bedrijfschappen opgaan in een federatie.

Aldus de eerste voorzitter van de Federatie van Afbouw- en Afwerkbedrijfschappen, J.J.F. van de Kant, in zijn eerste Nieuwjaarsrede.

De federatie, die uiterlijk januari 2000 er moet zijn, bestaat dan uit de bedrijfschappen voor schilders, natuursteenbewerkers, stukadoors en vloerenleggers. De bedrijven in deze sectoren behoren overwegend tot het midden- en kleinbedrijf, dat zich volgens Van de Kant onderscheidt door bijzonder intensieve relaties binnen het bedrijf en tussen het bedrijf en het klantennetwerk. “Het is deze kernkracht, die helpt om naast het vertrouwde werk ook in nieuwe netwerken andere rollen te kunnen spelen. Vanuit de federatie zal dat met concrete activiteiten, gebaseerd op kennis van zaken, worden ondersteund.

Uitdaging

De Sociaal Economische Raad vindt dat er nog verder moet worden gegaan dan een federatie. De drie schappen zouden moeten opgaan in een Hoofdbedrijfschap van Afbouw- en Afwerkbedrijven. Van de Kant leek daar wat vraagtekens bij te zetten. “Een hoofdbedrijfschap is een goed perspectief, maar tegelijkertijd een grote overgang. Elk van onze sectoren heeft een goed werkend bedrijfschap met op die sector afgestemde activiteiten. Het schilderen van een brug is wat anders dan het stuken van een gevel of het plaatsen van een natuurstenen gedenkteken”.

Niettemin, aldus Van de Kant, de uitdaging van de federatie is nu om de vertrouwde relaties binnen nieuwe kaders voor te zetten en uit te bouwen. De drie schappen fungeren daarbij als kennisinstituten, die uitwisseling van ervaringen in vakgebieden stimuleren en ondersteunen. De schappen beschikken niet alleen over specifieke kennis, maar mobiliseren ook nieuwe en zorgen dat die breed gedeeld wordt.

Gezamenlijke acties

Vice-voorzitter M. Dalhuizen liet weten dat al eind 1997 de eerste gezamenlijke activiteiten zijn aangepakt. Gezamenlijke beurspresentaties, bedrijfsvergeliljkend kostenonderzoek, waaraan bedrijven zich anoniem kunnen spiegelen en kunnen vaststellen aan welk onderdeel ze extra moeten werken.

De federatie gaat ook de verwachte ontwikkeling aan de vraagkant van de onderscheiden markten in beeld brengen. Die zal rond het verschijnen van de Miljoenennota 1998 worden gepubliceerd. Nu al werkt er in een federatieve samenwerking een projectgroep juridische zaken/ lobby, die uitvoering geeft aan de volgende zaken: – het verder opzetten van het meldpunt oneerlijke concurrentie; – het opzetten van brochures ‘Werken in het buitenland’, vooral bedoeld voor stukadoorsbedrijven in de grensstreek; – informatieverstrekking over de Wet op de Ondernemingsraden vanuit de functie van bedrijfscommissies, die de bedrijfschappen vervullen. – op het terrein van het lobbyen blijft aandacht worden geschonken aan verlaging van de btw op arbeidsintensieve diensten en arbo-zaken als het veilig werken op hoogte en het werken met kwarts.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels