nieuws

Jarenlange strijd Oldenzaal over planschade

bouwbreed

Al tien jaar oud, maar nog steeds actueel, is de schadevergoeding die de familie Bloemen claimt van de gemeente Oldenzaal. In 1988 eiste de familie zo’n f. 44 miljoen van de gemeente. De familie bezit het Oldenzaalse landgoed De Hulst en stelde schade te hebben geleden wegens het ontnemen van bouwmogelijkheden.

Wel is het bedrag in de loop der jaren aanzienlijk geslonken. Momenteel eist de familie nog slechts f. 4 miljoen, zo bleek tijdens een hoorzitting bij de Raad van State in Den Haag.

In 1976 kocht de familie Bloemen Landgoed De Hulst. “Het landgoed is zo groot dat het geexploiteerd moest worden”, weet de advocaat van de gemeente Oldenzaal, mr J.C. van Nie. Er werden plannen ingediend voor de vestiging van een manege, een motel, een nertsenfarm en een boerderij.

Het gemeentebestuur stelde echter een geheel nieuw bestemmingsplan op voor het buitengebied. Daartegen zijn door de familie diverse procedures gevoerd omdat de exploitatiemogelijkheden hierdoor zouden verminderen.

Toen dit geen resultaat opleverde startte de familie een planschadeprocedure. Er bestaat namelijk een regeling dat je recht hebt op een schadevergoeding als je meent benadeeld te zijn door een nieuw bestemmingsplan.

De gemeente wees de schade-eis van de hand. Volgens Oldenzaal kon op het landgoed al niet zo veel gebouwd worden als de familie wenste. De gemeente meent dat er nooit levensvatbare bouwplannen van de familie bij de gemeente hebben gelegen. Het zou daarom onzin zijn om nu een schadevergoeding te eisen.

De gemeente heeft de hele schadevergoedingsprocedure een keer wegens het begaan van procedurefouten moeten overdoen, maar in 1994 gaf de rechtbank in Almelo het gemeentebestuur gelijk. De familie Bloemen was terecht een schadevergoeding geweigerd, oordeelden de rechters.

Nog was de familie niet overtuigd en er werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Daar is de zaak enige tijd op de plank blijven liggen, maar nu komt het dan tot een afwikkeling. Binnen een termijn van zes weken hoopt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een oordeel klaar te hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels