nieuws

Zwaan kleef aan

bouwbreed Premium

Het is dieptreurig dat er eerst tweeendertig bouwvakkers om het leven moesten komen alvorens de bedrijfstak serieus aanstalten maakt om de risico’s op de bouwplaats terug te dringen. Natuurlijk, in het verleden hebben betrokkenen, Arbouw voorop, om het hardst geroepen dat de veiligheid van de werknemers in de bouw prioriteit heeft, maar deze uitspraken hadden een hoog ‘read my lips’- gehalte. Tegen beter weten in kietelt de branche zichzelf jaarlijks met dalende ongevallencijfers. In de periode 1996/1997 noteert Arbouw een afname met bijna twintig procent.

Arbouw en AVBB vielen over Cobouw heen toen deze krant begin mei heel andere cijfers publiceerde. Cijfers die de bouw tot verreweg de gevaarlijkste bedrijfstak blameren. “Onterechte en onjuiste negatieve geluiden”, reageert het AVBB in ‘Bouwnieuws’. Arbouw klampt zich vast aan de eigen onbetrouwbare statistieken. In een ingezonden brief plengt directeur Leen Akkers een dikke krokodillentraan: “Iedere dode is er een teveel”, en snottert verder: “Jammer dat Cobouw hiervoor (de dalende ongevallencijfers, dd) niet gevoelig bleek te zijn.”

Hoe geloofwaardig is deze instelling als zij na een vernietigende publicatie van de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken moet erkennen bij de registratie van ongevallen tekort te zijn geschoten, en gedwee aankondigt zich in te zetten voor de ontwikkeling van een nieuw en uiteraard ‘optimaal’ ongevallenregistratiesysteem? ‘Zwaan kleef aan’, met die gedachte heeft Arbouw zich razendsnel de inzichten en aanbevelingen eigen gemaakt, in een vertwijfelde poging haar bestaan alsnog enige legitimiteit te verschaffen.

Uit de open brief van de bouwbond-FNV aan staatssecretaris Hogervorst van Sociale Zaken blijkt dat de werknemers voor het behoud van lijf en leden niet blindvaren op de stichting Arbouw. Zo prompt na de koerscorrectie van Arbouw roept de brief van de bouwbond de vraag op waarom de werkgevers zich niet achter het verzoek om het instellen van een stafdienst bouwveiligheid hebben geschaard? Arbouw zou aan geloofwaardigheid hebben gewonnen indien werknemers en werkgevers zich via deze instelling gezamenlijk voor een dergelijke departementele dienst hadden uitgesproken.

Blijkbaar zijn werkgevers en werknemers het niet eens over de wijze waarop de onveiligheid op de bouwplaats het beste kan worden aangepakt. Dat stemt niet optimistisch over effectiviteit van de goede voornemens.

De bouwbond vraagt de staatssecretaris te onderzoeken welke instanties en partijen falen op het punt van de bouwveiligheid. Niet omdat de bond dat nog niet weet, maar omdat het geen kwaad kan de boosdoeners nog eens zwart op wit aan de kaak gesteld te zien. Allicht voelen de werkgevers nattigheid. De jurisprudentie over aansprakelijkheid bij ongevallen wijst ondubbelzinnig richting werkgevers. Nalatigheid van werknemerszijde wordt niet meer als excuus geaccepteerd.

Het is de vraag of de rechter de schuld niet te gemakkelijk in de schoenen van de werkgever schuift.

Wat is bijvoorbeeld de rol van de arbodiensten? Veiligheid begint met bewustwording van gevaar. Beschikken de geprivatiseerde arbodiensten wel over voldoende kennis en expertise om alle gevaren op de bouwplaats te herkennen?

Een ander vraagteken moet worden gezet achter de deskundigheid van de arbocoordinatoren bij bouwbedrijven. Meer dan eens wordt deze vacature vervuld door medewerkers binnen het bedrijf voor wie lichter, aangepast werk werd gezocht, zonder daarbij de vraag te stellen of de opleiding en training van de betreffende persoon niet te wensen overlaat.

Uiteindelijk is het een kwestie van geld. En overal in de bouw waar geld het probleem is, duikt de ‘beunhaas’ op. Tegenwoordig dus ook in de gedaante van de arbospecialist.

Dolf Dukker

Reageer op dit artikel