nieuws

Verkiezingen houden de Duitse bouw op

bouwbreed

berlijn – “Al enkele maanden liggen bijna alle bouwplannen in de bondsrepubliek stil in afwachting van de verkiezingen,” zegt Peter Elspass. Als hoofd van het Berlijnse filiaal van het Nederlandse architectenbureau Inbo merkt hij dat geen gemeentebestuur de vingers wil branden aan een nieuw bestemmingsplan. “In mei al zei een grote ontwikkelaar in Noordrijn-Westfalen dat hij niets zou doen voor de verkiezingen.”

Elspass verwoordt de verwachting van velen wanneer hij zegt dat het tijdperk Kohl ten einde loopt.

“Wie er ook komt als kanselier in welke coalitie ook, de verwachting is dat een nieuw tijdperk zal aanbreken. Slechter dan de afgelopen twee jaar kan het, zeker in Berlijn, niet gaan. Maandenlang meldde zich geen enkele opdrachtgever bij het Inbo-filiaal. Pas de laatste tijd merkt Elspass de eerste signalen van een mogelijke kentering”.

Ambassade

Rond Berlijn doet zich zeker in de woningbouw de meeste activiteit voor. Sinds de fusie tussen de deelstaat Brandenburg en de gemeente Berlijn is mislukt doen de omliggende gemeenten met aantrekkelijke woonwijken en winkelcentra de (leeglopende) stad de concurrentie aan.

Vooral Potsdam blijkt voor de hogere inkomens een fraaie uitwijkplaats. Binnen de stadsgrenen probeert Berlijn met goedkope grond en prijsbedingingen goedkoop te bouwen. Inbo profiteerde daar met Bouwfonds reeds van. Voorts werpt de komst van de regering en meer dan 150 ambassades zijn schaduw vooruit. Inbo wijst voor de bouw van de Nederlandse ambassade de weg door de Berlijnse bureaucratie.

“Hoe de verkiezingen ook aflopen, de bureaucratie blijft ongewijzigd en dat is de grootste frustratie voor de bouw. Vooral in Berlijn is het een chaos”, zegt de Amsterdamse architect Paul Dinant. Voor zijn werk in Duitsland acht hij de ontwikkeling van de politiek van ondergeschikt belang. “De sterke economie in de jaren tachtig was van meer invloed dan de val van de muur. Nu is het omgekeerd: het gaat in Nederland stukken beter dan in Duitsland”. Dinant werkt in Berlijn aan een reeks kleuterscholen, maar door de bureaucratie laten bouwvergunningen meer dan twee jaar op zich wachten. In Noordrijn-Westfalen dreigt leegstand voor de appartementen die hij daar bouwt.

Architecten

Volgens cijfers van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) is er in de jaren negentig weinig veranderd voor Nederlandse architecten in het buitenland. Veertien procent van de bureaus is actief in het buitenland. Ze behalen er dertien procent van hun omzet, op de eerste plaats in Belgie, op de tweede plaats in Duitsland. Een van die ‘exporterende’ bureaus is het Rotterdamse Kokon. Directeur Cor Paauwe neemt waar dat de Duitse samenleving langzaam opengaat voor vernieuwing uit het buitenland. Maar de komst van de Euro zal volgens hem van groter invloed zijn dan de uitslag van de komende verkiezingen.

Al gaat het nu slecht in Duitsland, er liggen nog steeds kansen voor de Nederlandse bouw, is ook de overtuiging van Theo Joosten, directeur van architectenbureau Inbo. De Nederlandse integrale aanpak van ontwerp, techniek en kostenbeheersing blijft, vergeleken met de verkokerde Duitse bouw, een interessant produkt.

Cultuurverschillen

Sinds de BNA in 1993 voor het eerst de brochure “Architectendiensten in Duitsland” uitbracht, benadrukt de Bond steeds sterker het belang om vanwege de cultuurverschillen plaatselijke architecten in te schakelen. Dinant beaamt dat belang: “Veel Nederlanders waren zo arrogant te denken dat ze het wel eens even helemaal op de Nederlandse manier zouden doen. Dat werkt niet.”

Inbo heeft een filiaal in Berlijn en werkt met Duitse krachten.

Joosten: “Je moet het met Duitsers doen, maar wel op onze manier”. Het bureau in Berlijn heeft twee slappe jaren achter de rug, maar Joosten is optimistisch: “Hoe de verkiezingen ook aflopen, de noodzaak om goedkoper en sneller te bouwen zoals wij aanbieden, blijft bestaan”.

Reageer op dit artikel