nieuws

Trappenfabriek bijna digitaal

bouwbreed Premium

Hoezeer een geautomatiseerd productieproces de efficientie kan verhogen, laat trappenfabriek Hoograven zien: het familiebedrijf werd er Europees marktleider mee. Pieter van Scherpenberg vindt het een vooruitstrevend toeleverancier voor de bouw.

De familie Dix staat sinds het begin, in 1922, aan het hoofd van de trappenfabriek. De derde generatie (Nico jr.) heeft het inmiddels gebracht tot bedrijfsleider, de tweede (Herman en Nico sr.) vormt de directie. Binnenkort, in oktober, is het tijd om terug te kijken tijdens de viering van het vijfenzeventigjarig bestaan, maar de familie Dix kijkt liever vooruit, want er is nog veel te doen.

Een belangrijk deel van het succes is te danken aan de voortvarende automatisering van het productieproces, stelt Nico Dix jr., bedrijfsleider hout. Al in 1986 werd met rijkssubsidie voor technologische vernieuwing (de zogenoemde Flexibele Produktie-automatisering) van het kabinet Lubbers een belangrijke stap gezet. Elk te produceren onderdeel kreeg bijvoorbeeld een streepjescode, waarmee de computergestuurde zaagmachine van Drie-Part werd aangestuurd. Daarnaast is er destijds een robot voor maatwerk aangeschaft: een vijfassige machine voor niet-standaardtrappen en wrongstukken. Hierop wordt vaak duurder en ‘mooier’ hout gebruikt, zoals meranti. De installatie van een automatische lijmstraat vormde het sluitstuk van de eerste ‘automatiseringsgolf’ tot 1988.

Dat lijkt alweer de oertijd van automatisering voor de fabriek. De machines uit die periode worden deels nog gebruikt, zoals de lijmstraat en de maatwerk-robot. Maar de zaagmachines staan werkeloos klaar om de productie over te nemen, mocht er een nieuwe computergestuurde tredenstraat uitvallen, en dat is nauwelijks nodig gebleken. Tegenwoordig maakt evenveel personeel het dubbele aantal trappen per week, dankzij die vrijwel volledig geautomatiseerde productiestraten.

Tijd voor de details, kortom. Elke trap begint op de ontwerpcomputer met software van Compass, een Duitse industriele automatiseerder. Elke order wordt aan de hand van zijn maten ingevoerd en binnen een halve minuut ligt de complete trap vast in het programma: van trede tot boom, van spil tot stootbord. Die opdracht wordt direct via een netwerk doorgestuurd naar de productievloer; de ontwerpafdeling bepaalt de indeling van de verschillende productietafels voor de traponderdelen. Laser-ogen tasten vervolgens de positie van de stukken hout af en de volautomatische zaag-vijl-boorinstallatie doet zijn feilloze werk. Steeds worden twee trappen tegelijk uitgefreesd. Alle machines zijn computer numerical controlled (CNC) en gemaakt door de eveneens Duitse producent MMB.

Nico Dix vertelt: “De medewerker aan de productietafel heeft tijd voor kwaliteitscontroles. Lang niet elke medewerker hoeft bovendien meer opgeleid te zijn tot machinaal houtbewerker, de vakkennis is minder belangrijk geworden. Aan de andere kant is het werk nu afwisselender omdat alle machines dezelfde besturing hebben, men rouleert dus regelmatig. We produceren veel efficienter dan vroeger; nu is dat tachtig trappen per dag, en dat kan nog omhoog naar honderd tot honderdtwintig.” Dat wil Hoograven bereiken over anderhalf jaar, in het jaar 2000, als de productie volledig gedigitaliseerd zal zijn.

Naast doelmatiger werken is ook geinvesteerd in werkgemak; alle stapels hout bewegen op stalen rollen door de productiehal en medewerkers hoeven nauwelijks meer te bukken voor het op- of afstapelen van de onderdelen. Dix: “De techniek is er om ons werk makkelijker te maken, niet moeilijker. Veel mensen die horen dat onze productie grotendeels geautomatiseerd is, denken dat het daardoor ingewikkelder is geworden. Gelukkig is het tegendeel waar.”

Juist de integratie van ontwerp en productie vormt de kracht van de trappenfabriek. Voor het grootste deel maakt Hoograven een standaardproduct van vurenhout tegen een betaalbare prijs. Ook voor de uitlevering is geinvesteerd in efficientie: gereedstaande containers gevuld met veertig trappen voor nieuwbouwprojecten worden ’s nachts opgehaald en naar bouwplaatsen vervoerd. Provinciale ‘stelploegen’ zorgen voor de plaatsing van twaalf tot zestien trappen per dag en staan nauwelijks in de file om bij hun werk te komen.

Dix voorziet een verzadiging van de Nederlandse afname van trappen: “Eens is het voorbij met die explosieve groei van de woningbouw. Maar we leveren sinds de val van de Berlijnse Muur al flink aan Duitsland, waar voor die tijd niet gedacht werd aan vurenhouten trappen. Frankrijk is een groeiende markt; Polen en Rusland blijken ook interessante markten voor ons product te zijn.” Zoals al eerder gezegd: de ondernemende familie Dix heeft nog genoeg te doen de komende jaren.

Pieter van Scherpenberg is publicist op het gebied van automatiseringsvraagstukken te Amsterdam.

Reageer op dit artikel