nieuws

Regels voor brandveilig bouwen blijven in beweging

bouwbreed Premium

den haag – Brandveilig bouwen is niet zo moeilijk. De Nederlandse regelgeving hiervoor wordt namelijk steeds volwassener, vindt onderzoeker/docent L. Witloks van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) in Schaarsbergen. De trend is in 1992 in gang gezet toen de eerste fase van het Bouwbesluit werd geintroduceerd. In 2000 moet de tweede fase van het Bouwbesluit wet worden. Hoewel die fase dus nog niet van kracht is, adviseert Witloks bouwers en bouwvergunningverleners in goed overleg te anticiperen op de betreffende voorpublicaties.

Verleners van bouwvergunningen, gemeentebesturen dus, zetten daar brandveiligheidseisen in. Voordat het Bouwbesluit eerste fase van kracht werd, deden bestuurders en hun ambtenaren dat naar eigen inzicht en wetenschap. Als leidraad gebruikten ze het boek ‘Een Brandveilig Gebouw Bouwen’. Gevolg: verschillende eisen in verschillende gemeenten. Witloks weet dat bijvoorbeeld de keten van Bastion Hotels behoorlijk heeft geworsteld met dit probleem. In verschillende gemeenten moesten de gelijkvormig ontworpen hotels aan andere brandveiligheidsvoorschriften voldoen.

Sinds 1992 is dat voor veel bouwsels anders. In de toen ingevoerde eerste fase van het Bouwbesluit staan brandveiligheidsregels voor onder meer woningen, kantoor- en logiesgebouwen. Voor scholen, bijeenkomstgebouwen, industriegebouwen en cellencomplexen nog niet. Voor die bouwsels moeten de gemeenten nog teruggrijpen naar het boekwerk ‘Een Brandveilig Gebouw Bouwen’, of, zoals Witloks adviseert, vooruit grijpen naar de voorpublicatie van de tweede fase van het vernieuwde Bouwbesluit.

Dynamisch

Het kan geen kwaad als bouwers en ontwikkelaars vooruit kijken, vindt Witloks. “Het bouwproces is een dynamisch proces. Die dynamiek moet overigens ook in de regels voor de bouw zitten”, stelt hij. En dat is ook zo. Volgens Witloks is de regelgeving voortdurend in beweging. Zo wordt er steeds meer gewerkt met prestatie-eisen en minder met formele voorschriften.

Voor de invoering van het Bouwbesluit werd de oplossing om iets brandveilig te maken nauwgezet omschreven. Een voorbeeld; ter voorkoming van branddoorslag via de gevel werden borstweringen voorgeschreven met een minimale maatvoering. Met de invoering van het Bouwbesluit en de daarin verwerkte prestatie-eisen is het nu aan de bouwer om op basis van normen aan te tonen dat een bepaalde voorziening brandoverslag via de gevel tegengaat. Hoe het wordt uitgevoerd, is een tweede. Als de prestatie maar wordt geleverd.

Gipsplaat

Naar aanleiding daarvan zijn volgens Witloks in de woningbouw veranderingen te verwachten. Rookmelders worden belangrijker, weet hij, om de volgende reden. Een wand bestaat vaak uit gipsplaat, met daarin een deur. De gipsplaten hebben een zekere brandweerstand. Ook dit soort deuren moeten een zekere brandwerendheid bezitten om met de gehele wand aan de regels te voldoen. Gevolg is vaak: een zeer forse deur in een wankel gipswandje.

Bovendien kan de deur open staan en dan is de brandwerendheid van de wand nihil. Daarom de herontdekking van de rookmelder. De gedachte is nu dat een rookmelder zinvoller is dan een gipswand met deur, die op papier een zekere brandwerendheid bezit.

Met de regelgeving voor brandveiligheid gaat het goed in Nederland, vindt Witloks. Wel waarschuwt hij dat zowel regelgevers als bouwers de dynamiek van het (bouw)proces niet uit het oog moeten verliezen.

Reageer op dit artikel