nieuws

Prognoses

bouwbreed Premium

De ene prognose wordt warmer onthaald dan de andere. Zelden werd dit duidelijker dan tijdens de recente debatten in ons parlement.

Werd in augustus nog gevochten om de aanwending van de meevallers die geheid zouden optreden, vorige week ging het eerder om het afwenden van mogelijke tegenvallers.

Sneller dan thans kan de discussie over het financieringstekort van de overheid niet veranderen. Moeten we wel naar een overschot of blijven we wel uit de buurt van een tekort van drie procent.

Een pregnante verandering.

Dat geldt ook voor de effectenbeurs.

Voorspoed en tegenspoed liggen dicht tegen elkaar. Zo ben je rijk met tweehonderd gulden per aandeel Philips, dan ziet je bankrekening er met honderd gulden voor hetzelfde aandeel weer heel anders uit.

Dat hadden de prognoses van de beleggingsadviseurs nu ook weer niet in petto. Als kopen-verkopen-houden als advies elkaar zo snel opvolgen dan mag aan de waarde van de prognoses die aan deze adviezen ten grondslag ligt, worden getwijfeld.

Mede hierdoor worden prognoses nog wel eens als opgeschreven onzin beschouwd.

Prognoses komen zo vaak niet uit, dat bij een voltreffer eigenlijk ook alleen argwaan past.

Toch worden dagelijks prognoses opgesteld. Op papier of niet. Iedereen die beslissingen neemt met implicaties voor de toekomst kan niet anders. Uitgezonderd een enkele zonderling die op zien-komen speelt. Soms zegt men niet met prognoses te werken. Gesproken wordt dan over verkenningen, vooruitberekeningen of verwachtingen. Voor mij zijn dit synoniemen.

Onzin of niet, zonder een indicatie van toekomstige ontwikkelingen zouden beslissingen met implicaties voor de komende periode nog moeilijker worden.

Stel: je staat als trappenfabrikant voor de beslissing nieuwe machines aan te schaffen. Tien tegen een dat je behoefte hebt aan inzicht in de vraag naar trappen in de komende jaren. Daarmee probeer je de onzekerheden te beperken.

Soms zijn prognoses niet zo moeilijk. Over een periode van tien jaar kan onder -bepaalde veronderstellingen- redelijk worden voorspeld hoeveel nieuwe woningen en dus trappen nodig zijn. Kleine of grote woningen, duur of juist goedkoop is alweer een graadje moeilijker. Zeker als je dit van jaar op jaar wilt weten. Immers: hoe zal de rentestand zijn, blijven de inkomens toenemen en zal er sprake zijn van immigratie?

Om hierover iets zinnigs te zeggen, zou je moeten weten hoe het met de wereldhandel zal gaan. Of er oorlogen uitbreken, enzovoort.

Ook al zou je weten hoeveel extra woningen nodig zouden zijn op grond van demografische factoren, dan is dat nog geen garantie voor de afzet van deze woningen. Zal er veel of weinig gesloopt worden? Handhaaft de overheid haar subsidiebeleid?

Het onderstrepen van allerlei factoren die het realiteitsgehalte van een prognose bedreigen, is niet zo moeilijk.

De vraag is, of je er dan vanaf moet zien om in de toekomst te blikken. Natuurlijk niet. Iedere beleidsmaker zou als een blinde in een onbekende omgeving om zich heen tasten. Voor beleid is een richtpunt noodzakelijk. Dit geldt voor bedrijven, de overheid en andere organisaties.

Neem de werknemersorganisaties. Ook deze maken prognoses. In de terminologie van vandaag is een van de producten van de vakbeweging de loonsverhoging in de cao.

Leden – dus klanten – zien hierin een reden voor het lidmaatschap. Nederlandse vakbonden plukken een looneis meestal niet uit de lucht. Ze kijken naar de inflatie, de economische groei en de stand van zaken op de arbeidsmarkt. Zoals een aannemer hoeveelheden en prijzen in zijn calculatie verwerkt om vervolgens in de staart de stand van zaken op de bouwmarkt te laten meewegen voor de prijs die hij afgeeft.

De prognoses en het daarop gebaseerde gedrag van bedrijven en vakbonden zijn van invloed op de mee- of tegenvallers die de overheid te wachten staan. In dit opzicht zijn ze van groot belang. Werkelijk van belang zijn de economische ontwikkelingen in de wereld.

De prognoses hiervoor zijn niet gunstig. Secretaris-generaal Van Wijnbergen van Economische Zaken bracht dit naar buiten. Zijn minister, mevrouw Jorritsma, legde hem het zwijgen op. Politiek gezien terecht. Inhoudelijk dubieus.

Het kabinet heeft zijn eigen prognose. Dat betekent dat voorlopig de meevallers uit het regeerakkoord lonken.

De bouwnijverheid heeft wel afgeleerd te denken, dat deze tot een versnelling van plannen uit het MIT zullen leiden.

an Schaefer vond dat je in gelul niet kon wonen. Op het MIT kan je niet rijden, zou hij gezegd hebben.

Reageer op dit artikel