nieuws

Monumenten in gevarenzone

bouwbreed

Vorige week zaterdag hebben vele honderdduizenden tijdens de Open Monumentendagen hun ogen uitgekeken naar al het moois dat monumenten te bieden hebben. De belangstellenden bleven echter onwetend over de heimelijke gevaren die de regering voor deze monumenten in petto heeft. In het bijzonder zullen verhuurde monumentenwoningen het doelwit vormen van de snode plannen waarop deze regeling broedt. Bedrog ligt namelijk op de loer!

De berekening van huren van woonruimten, niet zijnde Rijksmonumenten, vindt plaats via een puntentelling krachtens de Huurprijzenwet woonruimte (uit 1979!). Voor de berekening van huurprijzen voor Rijksmonumentenwoningen geldt tot nu toe niet het belangrijke artikel 8a van het besluit uit deze huurprijzenwet. Dit houdt in dat de huurprijzen voor Rijksmonumentenwoningen te berekenen zijn op basis van gedane investeringen, die aanzienlijk kunnen zijn. Hoewel de verschillende huurcommissies van ons land evenveel verschillende huurberekeningenmethodieken hanteren, kunnen monumenteigenaren/-verhuurders leven met deze vergoeding (huren) voor hun investeringen in Rijksmonumenten.

Deze berusting mis ik bij activisten in grote steden die het als hun grootste levenstaak zien alle huren van alle woningen tot op het bod, te verlagen en wel zodanig dat over een tijd niemand meer (monumenten) woningen wil verhuren. Luisterend naar deze pressiegroepen hebben ambtenaren van het ministerie van VROM ‘bedacht’ dat met een landelijk geldende berekeningsmethode voor huren van Rijksmonumenten, deze huren in een aantal gevallen met 30 procent en meer naar beneden kunnen. Hetgeen bereikt is met de bestaande huurberekeningensmethode, namelijk het behoud van Rijksmonumenten, dreigt verloren te gaan door de rendementen van deze woningen te doen omslaan in tekorten waardoor verval van monumenten dreigt.

En passant willen dezelfde ambtenaren regelen dat de huren van woningen in beschermde stads- en dorpsgezichten alsmede de gemeentelijke monumenten onder dezelfde huurprijsregeling vallen. Waarbij deze panden slechts een huuropslag krijgen van 15 procent in plaats van de 30 procent. Op de huurprijs van de puntentelling voor de Rijksmonumentenwoningen. gemakkelijkheidshalve vergeten de rijksambtenaren dat krachtens dezelfde Monumentenwet 1988 er ook nog provinciale monumenten zijn, die zij blijkbaar over het hoofd zien(?).

Al met al dreigt nu voor deze verhuursector hetzelfde linkse dogma dat de hoogte van huren van woningen een onderdeel vormt van ’s lands inkomenspolitiek, zonder enigszins (praktische) rekening te houden met de kosten van instandhouding, onderhoud, aankoop en restauratie van (monumenten) panden.

Indien ‘men’ in Den Haag deze kamikaze-actie op de huren van Rijksmonumentenwoningen niet tijdig weet te stoppen, zullen problemen voor monumenteneigenaar/-verhuurders niet uitblijven. Hierbij dient u niet alleen aan particuliere eigenaars te denken, maar ook aan stichtingen die dag en nacht bezig zijn met het redden van monumentenpanden en ‘leven’ van deze huuropbrengsten.

Ook kunnen we de grote goede plannen van de staatssecretaris van Cultuur om monumentenpanden te redden achterwege laten, want de subsidies die hij in het vooruitzicht stelt vormen slechts druppels op de gloeiende plaat.

Voor ons kersverse staatssecretaris van VROM Remkes en zijn ambtenaren heb ik tot slot een wijze raad: ‘Krijgen wat je wilt is minder belangrijk, dan behouden wat je al hebt’.

Hans Broeren makelaar en taxateur OG Amsterdam

Reageer op dit artikel