nieuws

HSL en Betuwelijn slokken te veel geld op

bouwbreed Premium

noordwijkerhout – Het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) waarin de rijksoverheid haar investeringsplannen heeft neergelegd, voldoet niet. Het wekt verwachtingen, die niet worden waargemaakt. Beter is het aan het begin van een nieuwe kabinetsperiode alle projecten die in de komende vier jaren wel worden gerealiseerd in een Investeringsplan te vermelden.

Dat is de kern van de boodschap, die ir. J. Nelis, voorzitter van het GWW-overleg. Hij verwoordde die op het congres ‘Miljoenen in de civiele bouw’, dat onder auspicien van de Betonvereniging in Noordwijkerhout werd gehouden.

De MIT-systematiek voldoet niet, meent Nelis. “Het MIT behoort aan te geven wanneer welke infrastructuurprojecten uitgevoerd kunnen worden. Maar door het geringe beschikbare budget worden alle planstudieprojecten doorgeschoven tot na het jaar 2002. En in veel gevallen wordt niet vermeld wanneer het desbetreffende project uitgevoerd gaat worden.”

Het is daarom beter die plannen te splitsen in uitvoeringsgerede projecten en projecten, die de studie nog moeten doorlopen. Bovendien zou een planning moeten worden gegeven van de aanbestedingen in de komende vier jaren. Daaraan zou de beschikbare schaarse capaciteit dan moeten worden besteed, zo verwoordde hij de mening van de bouwers in de gww-sector.

Een dergelijke werkwijze zou de continuiteit ten goede komen. Die wordt nu nog te veel geweld aan gedaan door uitstel van werken op het allerlaatste moment. Nelis noemde als voorbeeld het niet laten starten van de sloop van de oude brug bij Zaltbommel ondanks het verlenen van de gunning, het afblazen van de besteding van de Noordersluis bij IJmuiden tien dagen voor de besteding en het welles-nietes-beleid rond de bouw van het naviduct bij Enkhuizen.

Al die projecten zijn volgens Nelis speelbal van budgettair beleid, een gevolg van de begrotingsmethodiek waarbij jaarlijks de budgetten worden vastgesteld. Zo wordt er voor de uitvoering van de megaprojecten Betuwelijn en HSL-Zuid van uitgegaan dat er voor in totaal circa f. 3,6 miljard private financiering komt.

Als dat private geld er niet komt eindigt de Betuwelijn volgens Nelis heus niet ergens in een bloeiende boomgaard. Dan wordt er bezuinigd op andere investeringsprojecten uit het MIT.

Dat komt de continuiteit niet ten goede. Bedrijven in de civiele bouw zouden kunnen tegenwerpen dat het niet zo’n vaart zal lopen omdat de gemeenten toch de grootste groep opdrachtgevers zijn. Die projecten lopen immers door, evenals de reguliere projecten van rijk en provincies gewoon doorlopen.

“Helaas is dat niet het geval”, aldus Nelis. Ook daarbij worden ondernemingen geconfronteerd met sterke schommelingen in de opdrachtenstroom als gevolg van gemeentelijke herindelingen, bezuinigingen of verschuivingen ion het gemeente- pof provinciefonds etc. De sterke terugloop van gww-werk in het noorden en oosten dit jaar is er een voorbeeld van.

Er zou ook wat realistischer moeten worden aanbesteed. Veel opdrachtgevers wachten eerst de begrotingsgoedkeuring af en besteden pas in maart of april aan. Ook als het onderhoudswerken betreft, die jaarlijks terugkomen. Dat betekent volgens Nelis dat bedrijven veel te laat in het jaar pas aan het werk komen. Hij pleitte voor meerjarige onderhoudscontracten.

Een andere belemmering voor de continuiteit zijn de strikte uitvoeringstermijnen, die voor werken in de contracten worden genoemd.

Reageer op dit artikel