nieuws

Gebrek aan kennis bij bedrijfsartsen van beroepsziekte OPS verbazingwekkend

bouwbreed Premium

Voor veel bedrijfsartsen – ook in de bouw – is de nieuwe beroepsziekte

OPS (Organisch Psycho Syndroom) onbekend terrein. Dat concludeerde de FNV, die vanaf 1 februari dit jaar een meldlijn had opengesteld waar werknemers konden klagen over de behandeling door arbodiensten.

Arbouw-directeur Leen Akkers is verbaasd over die conclusie. Volgens hem kunnen bedrijfsartsen, als ze willen, juist heel goed zijn geinformeerd over de problematiek rond oplosmiddelen. Zijn stichting ontplooit op voorlichtingsgebied tal van activiteiten.

In Nederland komt ongeveer een half miljoen mensen tijdens hunwerk in aanraking met oplosmiddelen. Sinds de jaren zeventig is met name vanuit de Scandinavische landen bekend geworden dat beroepsmatige blootstelling aan organische oplosmiddelen nadelige effecten kan hebben op de gezondheid.

Bekend is ook dat tussen 1976 en 1993 in Denemarken 4.500 werknemers als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen. Het totaal aantal in Nederland wordt blijkens een publicatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 2.500 geschat. Jaarlijks komen er circa tweehonderd nieuwe gevallen bij.

Onder organische oplosmiddelen vallen onder meer: tolueen, xyleen, benzeen, terpentine, hexaan, thinner, peut, wasbenzines, ether en alcohol. De stoffen komen in het lichaam via de huid of door inademing.

In een groot aantal bedrijfstakken wordt veel met oplosmiddelen gewerkt, zoals in autospuiterijen, garages, de voedings- en genotsmiddelenindustrie, timmer- en meubelindustrie, schoonmaakbedrijven, textielindustrie, benzinestations, metaalindustrie, chemische industrie en schildersbedrijven.

Organische oplosmiddelen bezitten neurotoxische, dat wil zeggen giftige eigenschappen die het zenuwstelsel soms zelfs onherstelbaar kunnen beschadigen. Bij ernstige klachten wordt gesproken over het Organisch Psycho Syndroom, ofwel OPS, dat in feite een verzamelnaam is voor diverse psychische stoornissen.

Door geregelde inademing van organische oplosmiddelen kan een ziektebeeld ontstaan dat in drie fases te onderscheiden valt.

De eerste fase levert neurasthene klachten op: een ziektetoestand die met name wordt gekenmerkt door geestelijke en lichamelijke vermoeidheid en opvallende prikkelbaarheid. Hoofdpijn, duizeligheid en slaapstoornissen treden op. De klachten verdwijnen weer als geen sprake meer is van blootstelling aan organische oplosmiddelen.

De tweede fase wordt gekenmerkt door neurasthene klachten en cognitieve stoornissen. Verschijnselen van lichte hersenschade kunnen zich voordoen, geheugenstoornissen treden op, alsmede stemmingswisselingen. Voor de omgeving is het vaak merkbaar dat de persoon in kwestie niet meer zichzelf is. In deze fase is soms sprake van blijvende ziekteverschijnselen. Maar: er kan nog altijd volledig herstel optreden.

In de derde fase is herstel niet langer mogelijk. Ernstige geheugenstoornis treedt op, of vroegtijdige dementie, veranderingen in de persoonlijkheid en zo meer. De werknemers zijn ongeschikt geworden, nog langer in het arbeidsproces mee te draaien.

In 1990 organiseerde Arbouw een symposium onder de titel: ‘Van oplosmiddel naar oplossing’. Bij deze gelegenheid werden reeds gewaaschuwd voor blootstelling aan organische oplosmiddelen, met name in kleinere ruimten. Zowel door werkgevers als door werknemers uit het schildersbedrijf werd naar voren gebracht dat een en ander aandacht krijgt.

Vanaf 1 april 1995 wordt aan personen, die werkzaam zijn in het schilders-, glaszet- en afwerkingsbedrijf op grond van hun leeftijd tijdens het Periodiek Arbeidsgezondheidskundige Onderzoek (PAGO) gevraagd, naast de algemene vragenlijsten een specifieke Schilders Vragenlijst in te vullen. Aan de hand van deze lijst is het mogelijk, gezondheidsklachten vroegtijdig te signaleren. Het gaat dan om klachten die een gevolg kunnen zijn van blootstelling aan organische oplosmiddelen. De vragenlijsten worden door Arbouw, geanonimiseerd, doorgezonden naar de afdeling ‘Neurotoxicologie’ van TNO in Zeist.

TNO stelt Arbouw vervolgens in kennis van het analyseresultaat. De bedrijfsarts van de Arbodienst informeert de werknemer over een eventueel verdere procedure wanneer hiertoe aanleiding bestaat. De werknemer wordt dan uitgenodigd voor een NES-test, een psychometrische screeningstest. Uiteraard kan de werknemer, om eventuele onnodige ongerustheid weg te nemen, contact opnemen met de bedrijfsarts voor nadere uitleg.

Vervolgens worden de Schilders Vragenlijsten opnieuw ingevuld. De Arbodienst stuurt daarna de uitslag van de test door naar TNO, terwijl Arbouw de Arbodienst betaalt voor zijn werkzaamheden.

Wanneer TNO verder niets bijzonders vaststelt, wordt de werknemer hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Wordt echter signalerend gescoord dan wordt de werknemer doorverwezen naar een van de twee Solvent Teams (Amsterdam of Twente).

Het Solvent Team bestaat uit een groep deskundigen: een neuroloog, een neuropsycholoog, een arbeidshygienist en een bedrijfsarts. Zij kunnen een relatie aantonen tussen de klachten en de blootstelling aan oplosmiddelen. De kosten worden gedeclareerd bij Arbouw. Een Arbodienst heeft tot taak, na het onderzoek van het solventteam de werknemer indien nodig verder te begeleiden en te adviseren.

Ten behoeve van een onderzoek van Arbouw over de periode 1 april 1995 tot 1 juli 1996 in de schildersbranche zijn 3.361 Schilders Vragenlijsten en 637 controlevragenlijsten geanalyseerd. Wanneer een en ander wordt gerelateerd aan een volledige opkomst, dan zullen er jaarlijks met de huidige screening derhalve 49 positieve scores gevonden worden.

Door het beschikbaar stellen van de Schilders Vragenlijsten aan Arbodiensten die een overeenkomst hebben met Arbouw is een adequaat instrument beschikbaar gekomen voor de monitoring van OPS of OPS-achtige klachten bij werknemers. De bedoeling is uiteraard om de verschijnselen in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen, zodat kans op volledig herstel aanwezig blijft.

In 1997 zijn 3360 Schilders Vragenlijsten ingevuld. 110 werknemers zijn doorverwezen voor een NES-test. Hiervan hebben er 44 gebruikgemaakt. Tenslotte zijn vijftien werknemers doorverwezen naar het Solvent Team. Dertien hebben zich laten onderzoeken. Acht gevallen zijn nog niet afgerond. Vier personen moeten een herhalingsonderzoek ondergaan. Bij een werknemer is OPS vastgesteld.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft besloten met ingang van 1 januari 2000 een vervangingsplicht voor oplosmiddelen en producten, die vluchtige organische stoffen bevatten, in te voeren. Dit voor binnen-schilderwerkzaamheden en voor de vloer- en tapijtleggersbranche. Met de sociale partners, producenten en leveranciers wordt overleg gevoerd over de herkenningstekens op de verpakking van de vervangende, minder schadelijke producten. De naleving wordt gecontroleerd door de Arbeidsinspectie.

De schildersbranche heeft een en ander opgepakt en organiseert op 10 november 1998 een voorlichtingsdag onder de titel: ‘Schilder anders’.

Zo bezoeken de deelnemers een informatiemarkt, terwijl voorafgaand aan 10 november instructiebijeenkomsten worden gehouden. De schilders kunnen zich voorbereiden op het werken met producten die oplosmiddelen in de verf vervangen. Hiertoe is het uiteraard van grote betekenis dat de ontwikkelingen van de techniek goed zullen worden gevolgd, zodat naar de meest recente inzichten vervangende producten kunnen worden aangeboden.

Vooruitlopend op 10 november heeft het Bedrijfschap Schildersbedrijf tijdens de Bouwvakbeurs in Zuidlaren in januari 1998 bezoekers laten kennismaken met het werken van oplosmiddelarme verven. In Duitsland wordt reeds een watergedragen natuurlijke verf op de markt gebracht.

Werkgevers en werknemers binnen de schildersbranche besteden veel zorg aan de gezondheid van de werknemers in deze bedrijfstak. Wij zijn op de goede weg!

Leen Akkers is directeur van Arbouw.

Jaarlijks komen er in Nederland circa 200 gevallen van Organisch Psycho Syndroom bij.

Reageer op dit artikel