nieuws

Wiegendood dreigt voor Fries convenant duurzaam bouwen Respons op initiatief NVOB nihil vervolg van voorpagina

bouwbreed Premium

leeuwarden – De dreigende mislukking van het Friese convenant duurzaam bouwen wil niet zeggen, dat Heerenveen niets aan duurzaam bouwen doet. Integendeel zelfs, meent beleidsambtenaar Jan Streutker.

In de toekomstige woonwijk Skoatterwald wil Heerenveen projectontwikkelaars verplichten minimaal volgens het Nationaal Pakket te bouwen en waar mogelijk volgens de maatlat voor een groene financiering. Daarnaast wil de gemeente afhankelijk van de situatie en de omstandigheden eventueel extra maatregelen nemen.

Streutker: “We passen de eisen toe van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen. Het convenant komt grotendeels overeen met de reeds door ons in gang gezette werkwijze en heeft eigenlijk geen meerwaarde. Bovendien hebben gemeenten geen formele mogelijkheid om duurzaam bouwen bij particulieren af te dwingen. Dat wordt pas het geval zodra duurzaam bouwen onderdeel wordt van het Bouwbesluit.”

Het stadsgewest Leeuwarden, een samenwerkingsverband van Leeuwarden en vijf omliggende gemeenten, nam dit voorjaar het voortouw voor een provinciaal convenant duurzaam bouwen, dat ook door het NVOB werd ondertekend. Op aandrang van de NVOB-Friesland ging de Vereniging van Friese Gemeenten (VFG) aan de slag het convenant voor heel Friesland te laten gelden.

Het convenant is gebaseerd op het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen (NP). Er is echter een verschil. In het NP mag de bouwer zelf de variabele maatregelen kiezen om tot de vereiste meerkosten van 3000 gulden per woning te komen. In het Friese convenant mag niet worden gekozen, maar moeten dit beslist energiemaatregelen zijn.

Heerenveen vindt dat te ver gaan “Het NP biedt juist keuzevrijheid vanwege differentiatie in woningtype, bouwwijze en locatiekeuze”, bestrijdt Streutker.

Volgens projectcoordinator duurzaam bouwen Bouwe de Boer van stadsgewest Leeuwarden moet het convenant vooral worden gezien als een goed instrument om de periode tot het gewijzigde Bouwbesluit te overbruggen. “Voor de bouwbedrijven creeert het convenant duidelijkheid. Vaak willen ze wel, maar wachten ze tot een ander de stap neemt. Met het convenant weten ze nu allemaal wat ze wel en niet moeten doen.”

Teleurgesteld

Ambtelijk secretaris Chris van der Ziel van de VFG vindt het nog te vroeg om te constateren dat het project is mislukt. “Het is spijtig dat de respons van gemeenten gering en overwegend negatief is. Maar je moet het belang van het convenant ook kunnen relativeren. Of gemeenten nu meedoen of niet, ze zijn toch wakker geschud en weten dat eisen op gebied van duurzaam bouwen straks verplicht worden.”

Gewestelijk secretaris Jan Bits van het NVOB is ondanks deze relativering teleurgesteld. “Een aantal gemeenten heeft duurzaam bouwen blijkbaar niet hoog in het vaandel. Dat verbaast ons, want beleidsmatig ligt zowel nationaal als provinciaal de nadruk op duurzaam bouwen.” Hij verwijst naar Groningen en Drenthe, waar soortgelijke convenanten voor duurzaam bouwen werden afgesloten. “Maar in tegenstelling tot Friesland gebeurde het daar op provinciaal niveau, waardoor de impact ongetwijfeld groter is. De provincie Friesland wil alleen beleidsmatig ondersteunen, maar laat de uitvoering over aan de gemeenten. Wellicht dat een iets actievere provinciale rol het beeld wat positiever had kunnen maken.”

De komende weken wordt samen met het NVOB bekeken of het initiatief definitief wordt afgeblazen of dat het toch wordt doorgezet voor de gemeenten die wel mee willen doen.

Reageer op dit artikel