nieuws

Voorkomen is beter dan bestrijden ‘Niet vergeten onder de dorpel te kitten’

bouwbreed Premium

wageningen – Vliegend, kruipend of knagend gedierte van het geringste formaat kan voor veel overlast en schade aan gebouwen zorgen. Tijdige technische maatregelen zouden een hoop ellende kunnen voorkomen, stelt de kersverse stichting Kennis en Adviescentrum Dierplagen in Wageningen. Dit informatiepunt geeft raad in de strijd tegen ongewenste binnendringers. Een praktijkles.

Het onlangs geprivatiseerde Kennis en Adviescentrum (KAD) is de nationale vraagbaak als het gaat om het weren en oplossen van dierplagen. Ad interim-directeur Henk Scharp omschrijft het KAD kortweg als een adviesbureau. “Wij bestrijden niet, maar adviseren in eerste instantie, waarbij we ons vooral richten op het voorkomen van plagen”.

Desondanks komt het KAD vaak pas om de hoek kijken als de situatie al uit de hand is gelopen. De roep om op- en verlossingen komt uit diverse hoeken, waaronder de bouwbranche. Scharp: “In de bouwsector worden veel moderne materialen gebruikt, maar dat heeft ook schaduwkanten. De huizen worden tegenwoordig bijvoorbeeld perfect geisoleerd. Door een geforceerde ventilatie of door het ontbreken ervan, ontstaat een microklimaat waar de (huisstof)mijt of het ovenvisje volop kan gedijen. Als we echt preventief willen werken, zouden we al bij het bestek moeten worden betrokken.”

In de restauratie zijn het met name de knaagkever en de houtworm die een spoor van vernieling achterlaten. In zo’n geval rest niets anders dan het inschakelen van een van de vierhonderd (gespecialiseerde) bestrijdingsbedrijven die ons land telt.

Determinatie

Een onafhankelijk adviesbureau voor dierplagen is volgens Scharp uniek in Europa. “Dergelijke kenniscentra zijn veelal gelieerd aan de overheid.” Iedere ‘geplaagde’ particulier, bedrijf of instelling kan bij overlast een beroep doen op de kennis en ervaring van het Wageningse informatiecentrum.

Het KAD doet onder andere determineringsonderzoek, dat binnen 48 uur uitsluitsel geeft over de identiteit van de boosdoeners. Dit gebeurt aan de hand van het opgestuurde dier(tje), zijn uitwerpsels of een boormengsel. Het onderzoek kost circa vijftig gulden en gaat vergezeld van een advies, hoe de lastpakken in de toekomst te weren en te bestrijden.

Scharp spreekt overigens bewust niet van ongedierte. “Een dierplaag hoeft niet altijd schadelijk te zijn. De overlast is vaak ook visueel. Neem het nieuwe politiebureau waar ze last hadden van een grote hoeveelheid vlinders. Deze bleken via het luchtverwerkingssysteem het gebouw binnen te dringen, een kwestie van afdichten dus.” Maar niet alle dierplagen zijn zo makkelijk op te lossen en steeds vaker wordt het KAD ingeschakeld om als getuige-deskundige te bemiddelen in een conflict.

Bij het KAD werken biotechnici, landbouwingenieurs en senior adviseurs buitendienst. Ton Brink is een van hen. Zijn werkkamer bevat een schat aan natuurlijk materiaal. Zijn laden zitten vol opgeprikte insecten in alle soorten en maten en op de kast prijken opgezette ratten. Onder de microscoop ligt een opgestuurd insect ter determinatie. Het blijkt een ovenvisje, een minuscuul kruipend insect, dat de Nederlandse top-100 van plaagdieren aanvoert en het vooral op papier, behang of foto’s heeft gemunt. Musea zijn als de dood voor dit beestje.

In de praktijk blijken architecten en bouwers zich vaak niet bewust te zijn van de gevolgen van het gebruik van bepaalde materialen. Brink: “Sommige materialen brengen extra risico’s met zich mee. Bij isolatiemateriaal dat van dierlijke producten of plantaardige materialen is gemaakt, is de kans bijvoorbeeld groot dat je een situatie creeert die aantrekkelijk is voor plaagdieren.”

De biotechnicus haalt een recent geval aan van een architect die bij de constructie van een schoolgebouw de ijzeren balken liet rusten op een viltlaag van koeien- en paardenhaar. De kleermotten grepen hun kans en vraten zich dwars door de viltlaag. De schade kan dan flink oplopen.

Secuur werken

Veel problemen kunnen gewoon worden voorkomen door tijdig bouwtechnische maatregelen te nemen en gewoon secuur te werken.

Brink: “Voor water- of elektriciteitsleidingen worden vaak te grote gaten geboord. Knaagdieren komen dan via de toevoeropeningen naar binnen. Of iemand vergeet bij het plaatsen van kozijnen onder de dorpel te kitten. Bij de renovatie van oude rioolsystemen laat men omwille van de kosten het oude materiaal vaak zitten, waardoor bruine ratten vrije doorgang houden.”

Spouwmuren en kruipruimten blijken in de praktijk gewilde locaties voor ongewenste indringers. Het KAD verwerkt al deze ervaringen tot bruikbare adviezen. Zo raadt het centrum aan om, in tegenstelling tot de normen van de bouwverordening, de ventilatie-openingen in kruipruimten niet groter te maken dan een halve centimeter. De spitsmuis kennende zal hij zijn heil dan verderop moeten zoeken.

De stichting Kennis- en Adviescentrum Dierenplagen (KAD) is de geprivatiseerde poot van de voormalige afdeling Bestrijding van Dierplagen van het ministerie van VROM. Het KAD geeft voorlichting en

onafhankelijk advies over het voorkomen, weren en bestrijden van dierplagen. Daarbij streeft het naar het terugdringen van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook doet het centrum zelf onderzoek verzorgt het opleidingen voor de bestrijdingsbranche en werkt het momenteel aan de opzet van een kwaliteitssysteem.

Daarnaast geeft het KAD het kwartaalblad ‘Dierplagen-

informatie’ uit. Het Wageningse informatiepunt kent geen winstoogmerk en werkt tegen kostprijs. Het onderhoudt nauwe betrekkingen met de Landbouwuniversiteit en de Plantenziektenkundige Dienst ter plaatse.

Het KAD beschikt over een eigen proefdierlab en doet zelf onderzoek, bijvoorbeeld naar de knaagbestendigheid van glaswol en andere materialen.

Het bestrijden van een plaagdiertje is al gauw een hele ingreep.

Een onnodig groot gat voor de kabeldoorvoer betekent ook een grotere kans op een bezoek van de bruine rat…

Reageer op dit artikel