nieuws

Glazen kap verbindt oude panden van Zuiderzeemuseum

bouwbreed Premium

De glazen overkapping van de nieuwe entreehal is het meest in het oog springende onderdeel van de renovatie van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Tenminste, voor de bezoeker die de moeite neemt het museum binnen te gaan. Vanaf de dijk zijn alleen de gevels van de voormalige pakhuizen te zien. Het glazen dak overkapt de nieuwe binnenplaats van het complex, die de diverse zalen verbindt tot een logisch en ‘spannend’ geheel.

Het vernieuwde museum opende deze week zijn deuren voor het publiek. Koningin Beatrix zal eind augustus de officiele opening verrichten.

De grote opknapbeurt duurde anderhalf jaar. Belangrijkste wijziging: er is nu samenhang tussen de diverse delen van het museum, terwijl vroeger eerder sprake was van een onoverzichtelijk samenraapsel van tentoonstellingen waarin de bezoeker maar moeilijk zijn weg kon vinden.

De geschiedenis van het Zuiderzeemuseum begint in 1948. Een zaadhandel stelde zijn pand, het Peperhuis, beschikbaar om karakteristieke elementen van de Zuiderzee voor de toekomst te behouden. Aanvankelijk was het een particulier museum, later werd het rijksmuseum en werden successievelijk andere gebouwen langs de dijk aan het complex toegevoegd. Ook kwamen er op open plekken panden bij als replica van gebouwen elders in Enkhuizen. Het resultaat was een bonte verzameling van twaalf panden met twee binnentuinen. Slechts twee zijn authentiek uit de zeventiende eeuw. De andere dateren van veel later datum.

Rechte hoek

Slechts een klein deel van de 300.000 toeristen die het Zuiderzeemuseum jaarlijks bezoeken, kwam naar het binnenmuseum. Het overgrote deel beperkte zijn bezoek tot het buitenmuseum dat is opgezet als en Zuiderzeedorp uit het begin van deze eeuw.

Een substantiele verhoging van het aantal bezoekers van het binnenmuseum was een van de doelstellingen van de vernieuwingen. Daartoe is onder andere een dertiende pand aan het complex toegevoegd. In een deel van het museum is een klimatiseringsinstallatie aangelegd. Belangrijkste ingreep was echter de aanpassing van de ‘routing’. Daarbij speelt de centrale met glas overkapte binnenhof een belangrijke rol. Daar begint en eindigt niet alleen de route, maar op diverse plaatsen in het museum zijn doorkijkjes naar deze hal gemaakt, zodat de bezoeker zich kan orienteren tijdens zijn rondwandeling. De bezoeker komt in de entreehal via een poort aan de dijk (de grootste van de zeven voordeuren van het complex), die voortaan als officiele ingang dienst doet. Via twee binnentuinen is vervolgens de nieuwe entreehal bereikbaar.

Architect ir. R.M.I.F. van Roosmalen van de Rijksgebouwendienst heeft deze nieuwe ruimte een rechte hoek gegeven, iets wat verder in het hele museum niet voorkomt. “Alles is schots en scheef. Die rechte hoek maakt het geheel wat helderder”, aldus Van Roosmalen.

De overkapping van de hal bestaat uit een beloopbaar vlakglazen dak onder een kleine helling dat op stalen poten rust. De slanke poten zijn bewust schuin geplaatst waardoor ze doen denken aan scheepsmasten. Het dak is vervaardigd van hoogwaardige glassoorten die de warmte buiten houden. Voor natuurlijke ventilatie zorgen dertien dakraampjes.

Bijzonder is de door de firma Keers uit Mijdrecht bedachte aansluiting van het glazen dak aan de pannendaken van de panden rond de entreehal. De aansluiting op de lager gelegen bestaande dakgoten wordt gevormd door een hangend glasschort dat in de dakconstructie is ingeklemd. Slechts een flexibele kunststof slabbe vormt in de goot een niet waarneembare, luchtdichte aansluiting.

Klimaat

In een deel van het museum is het klimaat hoogwaardig geconditioneerd. Gekozen is voor een aan de entreehal grenzend gebouw dat zich door zijn betonnen casco, spouwmuren en isolatie daarvoor het beste leende. De installaties zijn, evenals de trappen en de liften, geplaatst in een schegvormige ruimte tussen de nieuwe entreehal en een van de panden van het museum.

De Schepenhal, waarin enkele vissersschepen uit vervlogen tijden staan, ontbeert elke vorm van verwarming. Van Roosmalen: “De collectie in die hal blijft het best bewaard onder zo natuurlijk mogelijke condities. Alleen op de galerij zijn een paar stralingselementen opgehangen, zodat bezoekers zich er

’s winters toch enigszins behaaglijk voelen.

Reageer op dit artikel