nieuws

Een schoolvoorbeeld van gevaarlijk dakwerk ‘Hier zal Vebidak-directeur Jonkers niet blij mee zijn’

bouwbreed Premium

De foto’s die Gerrit Leenders laat zien, zijn gemaakt op de bouwplaats die als eerste zal worden bezocht. Op enkele slordigheidjes na geven de foto’s een goed beeld van wat de arbeidsinspectie verstaat onder een veilig dak. “Dubbel hekwerk, correcte koppelingen, keurig, keurig”, mompelt de coordinator van de landelijke actie Veilig Dak. De kleine onvolkomenheden die bij eerdere inspectie aan het licht kwamen, zullen inmiddels verholpen zijn, verwacht ing. Leenders. Laten we de inspectieronde in de regio Den Bosch positief beginnen, is het idee.

Wat is dat toch met al die dakbranden de laatste tijd? Daarover gaat het praatje onderweg van station naar een bedrijventerrein aan de rand van Den Bosch. Het probleem zit in het isolatiepakket, vertelt Leenders. Het is de combinatie van het papier waarin de isolatiedekens zijn verpakt, de venijnige smeulende werking van Tempex, en de trek die je vaak in isolatieruimten hebt, waardoor een vonkje fataal kan zijn.

Wat het dak anderszins tot een brandend probleem maakt, is het gebrek aan interesse van de betrokken brancheorganisaties voor veiligheid op het dak. Niet een organisatie had zich voor de informatiebijeenkomst op 23 april gemeld. “Wel veel telefoontjes achteraf – ‘wat die actie Veilig Dak nou precies inhield?’ – want lezen doen ze ook niet”, uit de inspecteur zijn ongenoegen over het vele extra werk dat de vertraagd reagerende doelgroep hem heeft bezorgd.

Vervelendigheid

“Hoe breng je de noodzakelijke kennis over?”, verzucht Leenders, terwijl de beoogde modelbouwplaats in zicht komt en we ons plotsklaps in een aflevering van Banana Split wanen. Foute boel. De retorisch bedoelde vraag krijgt een pijnlijk antwoord. Dat zie je zo. Daarvoor is geen getraind inspecteursoog nodig; er is helemaal geen dakrandbeveiliging. “Dit betekent vervelendigheid, en een procesverbaal”, zegt Leenders. Hij slaat het portier van de auto dicht en beent naar de bouwkeet.

Vanachter het bureautje kijken de vriendelijkste ogen van de wereld ons aan. De rest van zijn hoofd is nog bij het telefoongesprek. Maar Leenders heeft al besloten niet te wachten tot de uitvoerder klaar is. Een politieauto met zwaailicht wacht ook niet tot het stoplicht weer op groen springt.

Nekkenbreker

De twee mannen op het dak nemen de wat hangende houding aan van sloebers die de klos zijn. Handen in de zakken, de kin op de borst. Totdat bij de oudste de berusting ineens omslaat in verzet. De man maakt aanstalten gewoon door te gaan met het werk. Leenders verstrakt. De joviale Brabantse tongval is weg; zijn stem krijgt een gebiedende toon: “LuistHer!”, is de dwingende boodschap, “doe dat nou niet Jan, anders krijg jij een proces verbaal”.

Jan pakt een leuningstuk en begint zogenaamd met het aanbrengen van de dakrandbeveiliging. “We gaan naar beneden. We stoppen”, beslecht Leenders de oplopende spanning. Zegt er ter afkoeling achteraan: “Ik doe dit voor jullie, voor jullie veiligheid, zodat ge in het weekend met de vrouw op een terrasje een pilsje kunt gaan drinken”.

“Dat doe ik toch wel”, reageert Jan nukkig. “Ons overkomt niks”, denkt hij, net als iedereen.

De twee kijken naar de uitvoerder die er inmiddels bij is gekomen, maar als die geen tekenen van weerstand vertoont, dringt ook bij Jan en z’n maat het besef door dat de stillegging van het werk onherroepelijk is. Ze sjokken naar een trapje dat amper boven de dakrand uitsteekt en waarvan de poten de vloer niet raken. Geen fijne ladder. De eerste trede balanceert op een dakspant. “Je voelt het zelf ook he, dit is geen ladder waar je lekker mee naar beneden gaat”, signaleert Leenders een bijkomende potentiele nekkenbreker.

Vebidak

‘Lid van Vebidak’ staat er op het briefpapier van Droog Dakdekkers. “Daar zal Jonkers niet blij mee zijn”, weet Leenders. Jonkers is directeur van Vebidak en heeft nogal hoog van de toren geblazen dat zijn leden ernstig worden benadeeld door bedrijven die het met de veiligheidsvoorschriften niet zo nauw nemen.

Het is verbazingwekkend hoe snel de onderaannemer en de hoofdaannemer aan de telefoon hangen. Als de voortgang in gevaar is, weet iedereen elkaar te vinden.

Dakdekker Droog schuift het op Jan; Maartens de hoofdaannemer geeft de uitvoerder de schuld. En de uitvoerder zegt: “Ik heb het vanmorgen nog tegen ze (de dakdekkers, DD) gezegd. En vorige week ook.”

Leenders is verbaasd dat de dakrandbeveiliging op dit project “eerder heel behoorlijk in elkaar zat, en nu is er helemaal niets geregeld…”

Blijkt dat de platenlegger nadat hij klaar was met zijn werk alle leuningen en netten heeft weggehaald. Niet zo handig, maar helaas wel gebruikelijk in de bouw. Elke onderaannemer moet zelf voor zijn veiligheidsvoorzieningen zorgen. En neemt de hele handel dus ook weer mee wanneer hij klaar is.

Onbedoeld zijn we tegen een schoolvoorbeeld van inefficient werken aangelopen. Leenders had er voor de actie al op gewezen dat er gauw de klad kan komen in de veiligheid als elke uitvoerende partij zijn eigen voorzieningen moet treffen.

Leenders tekent hoe eenvoudig het is al bij de constructie een permanente voorziening te treffen voor het plaatsen van dakrandbeveiliging. Gewoon door een aantal mantelbuizen op de balk te lassen. Ballusters erin en klaar is Kees. Veiligheid hoeft niet duur te zijn, concludeert Leenders. Dat is eigenlijk het doel van de actie Veilig Dak: opdrachtgevers en ontwerpers ervan te overtuigen dat zij op veiligheid kunnen besparen door er al in het ontwerp rekening mee te houden. Op die manier krijgt het bouwprocesbesluit de gewenste invulling. Opdrachtgever, ontwerper en uitvoerende partijen zijn verplicht tot samenwerking en afstemming, hamert de arbeidsinspectie op de belangrijkste voorwaarde voor veiliger werken.

Speling

“Volgende week moeten we de vloer erin storten en meteen afwerken. Daarom moesten de gevelplaten…”, breekt de uitvoerder zijn zin af in de veronderstelling dat iedereen zijn probleem verder wel begrijpt.

Het echte probleem hangt aan de muur, een stuk papier waarop de planning staat aangegeven. Voor de bouwvak moet alles klaar zijn. Uitvoering en logistiek zijn zo in elkaar geschoven dat er geen millimeter speling in zit. Als de gevelplaten niet waren geplaatst, kan het dak niet dicht en kan de vloer kapot gaan. Dat is de reden waarom die mooie dakrandbeveiliging moest wijken.

Typerend voor de bouw, hoe veiligheid ondergeschikt wordt gemaakt aan het halen van de opleveringsdatum. Kom je knijp te zitten in de tijd, dan is smokkelen met de veiligheidsvoorschriften de geijkte manier om tijd te winnen. Vanmiddag om drie uur zou het hoogste punt worden gevierd. Ook dat nog. “Als het maar niet op het dak is”, doet Leenders zijn werk met een lach en een traan.

Met Droog heeft hij afgesproken om drie uur terug te komen. Dan zou alles in orde zijn, heeft de dakdekker verzekerd. Leenders is de beroerdste niet.

Taak uitvoerder

De kwaaie houding van Jan en z’n maat, maar ook de argeloosheid van de uitvoerder roept vragen op. Zijn de mensen wel goed geinstrueerd? Weet de uitvoerder wat hij moet doen wanneer een onderaannemer de veiligheidsvoorschriften aan z’n laars lapt? Leenders zegt tegen de uitvoerder dat hij zijn baas had moeten bellen.

Later: “Uitvoerders weten vaak niet hoever hun verantwoordelijkheid reikt. Ze trekken meer zaken naar zich toe dan eigenlijk zou moeten. ‘Het is mijn werk’, die instelling hebben ze. Er valt meestal goed mee te praten. Het zijn wel de goeien”, is Leenders zich bewust van de complexiteit van de uitvoerderstaak. Om zich tegen eventuele aansprakelijkheid in te dekken, doen leiders van bouwprojecten er verstandig aan alle voorvallen en alle afspraken vast te leggen. “Registreren is een van de belangrijkste taken van de uitvoerder.”

Veiligheid en misverstanden gaan hand in hand. Zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) verkeren ten onrechte in de veronderstelling dat zij voor eigen risico werken, en dus niet aan veiligheidsvoorschriften hoeven te voldoen. Leenders signaleert een verharding in de confrontaties met overtreders van de veiligheidsvoorschriften. Het zijn vooral zzp’ers die fel reageren, uit onwetendheid, en omdat zij direct in hun inkomen worden getroffen.

Beroering

Overal waar Leenders verschijnt, ontstaat enige beroering. De eerste blikken zijn nog neutraal, zo lijkt het. Zoals automobilisten kijken die met tien bier in hun mik een alcoholfuik passeren. Niks aan de hand, ik ben er niet. Maar ondertussen is de geringste beweging van elke politieman gezien en gewogen.

Bij een verbouwing van een woonhuis laat Leenders het bij een waarschuwing. “Ik weet het”, had de ploegbaas schuldbewust gezegd. “Het moet allemaal vlug vlug”, voerde ook hij de grote tijdsdruk als excuus aan.

Het waren geen schokkende gebreken. De sluitboom van een bouwliftzat los. Een houten ladder was provisorisch een metertje verlengd. De afstand tussen de treden was te krap. Uiteinden van de steiger staken over het trottoir. Een rammelend stekkertje. Leenders ziet alles, zo lijkt het althans. “De volgende keer moet het in orde zijn. En blijven”, voegt hij er nadrukkelijk aan toe.

Duwtje

Terug op het bedrijventerrein, arriveren de eerste gasten voor de viering van het hoogste punt. Droog heeft de beloofde actie ondernomen. Directeur Maartens toont zich een groot voorstander van een strikte naleving van de veiligheidsvoorschriften. “Natuurlijk moet er veilig worden gewerkt”, benadrukt hij. “Heel goed dat de arbeidsinspectie optreedt tegen misstanden.” Maar als Leenders onverstoorbaar opmerkt dat bij een volgende overtreding ook hij, de hoofdaannemer, op een procesverbaal kan rekenen… Dan voelt Leenders de arm die eerst vriendschappelijk op de schouder rustte een kwartslag draaien en een heel licht duwtje geven. In de richting van de uitgang.

(De werkelijke namen van de bedrijven zijn vervangen door gefingeerde namen).

Reageer op dit artikel