nieuws

Zwartepiet lekke tunnel ligt weer bij Den Haag Hooggeleerd front keert zich tegen gemeente

bouwbreed Premium

den haag – Op 19 februari werd in de Haagse tramtunnel een lek ontdekt. Eind vorige week zegt wethouder H.J. Meijer (verkeer en vervoer) dat de gemeente alles heeft gedaan om een zo spoedig mogelijke oplossing te vinden. Ondertussen is op 8 maart het wegdek boven de tunnel verzakt, en is het probleem nog steeds niet verholpen. Er is op z’n minst iets te zeggen voor de kritiek die prof. ir. E. Horvat heeft geuit op het onvermogen van de gemeente Den Haag om snel grip te krijgen op de ontstane situatie.

De hoogleraar ondergronds bouwen aan de TU Delft heeft zich het ongenoegen op de hals gehaald van de gemeente Den Haag en van het ingenieursbureau SAT Engineering. Horvat heeft in een interview met NRC Handelsblad gezegd dat de betrokken partijen zich drukker maken over het veilig stellen van de eigen financiele belangen dan over de oplossing van een bouwkundig probleem. Horvat kan het weten, want de gemeente Den Haag had hem gevraagd als onafhankelijk expert zijn oordeel te geven over het ontstane probleem en mee te denken met de ingenieurs van Gemeentewerken Rotterdam over de oplossing.

Het oordeel van Horvat liegt er niet om. “Een blunder van de eerste orde”, noemt de hoogleraar in NRC het ontbreken van een scenario dat aangeeft hoe te handelen indien er een lek zou ontstaan. “Dat leert iedere ingenieur in zijn opleiding.”

Deelbelangen

“Ontoelaatbaar”, kwalificeert Horvat het op z’n beloop laten van de lekkage, waardoor, zoals later duidelijk is geworden de omvang van het lek fors is toegenomen. “Iedereen was aan het rondkijken. Ze dachten allemaal aan de eigen belangen. Die belangen spelen zo’n grote rol dat beslissingen nodeloos zijn vertraagd”, aldus Horvat in het interview.

Dat deelbelangen het zicht op het werkelijke probleem vertroebelen, werd Horvat duidelijk toen de opdracht aan hem werd bijgesteld. Wat de hoogleraar van het ontwerp vindt, werd niet meer van belang geacht. Alle aandacht moest worden geconcentreerd op de oplossing.

Horvat en Gemeentewerken Rotterdam boden vijf oplossingen aan die geen van allen werden overgenomen. Omdat, veronderstelt Horvat, de voorstellen een aanpassing van de toegepaste groutbogentechniek inhielden. Daarmee zou de oorzaak van de problemen bij de ontwerpers worden gelegd, en daarop zat de gemeente Den Haag niet te wachten. In de onderhandelingen over het bestek heeft de aannemer Tram Kom bedongen dat hun consortium geen verantwoordelijkheid neemt voor de constructieve functie van de groutbogen. Dat risico heeft de gemeente toen noodgedwongen zelf maar genomen.

Allicht zijn de woorden van de Delftse professor hard aangekomen. De gemeente dreigt nu op te draaien voor de miljoenen meerkosten. Bij zulke grote belangen is een opmerking die de rol van de Delftse hoogleraar ter discussie stelt, gauw gemaakt. Horvat zou “volledig hebben ingestemd met de maatregelen die zijn getroffen om nieuwe calamiteiten te voorkomen”, kaatst wethouder Meijer in de Haagsche Courant terug.

Natuurlijk vertelt Horvat geen onzin. Hij neemt er trouwens geen woord van terug, ook al heeft hij zichzelf volgens eigen zeggen “voor enige maanden een spreekverbod opgelegd”. Den Haag blijkt vaardiger in het snoeren van monden dan in het dichten van tunnelgaten.

Diskrediet

Het zal niet Horvats bedoeling zijn geweest de armlastige gemeente met een financieel probleem op te zadelen. Allicht zal hij enige frustratie hebben gevoeld toen Den Haag afweek van zijn advies, maar zoiets overkomt een adviseur wel vaker. Waarom heeft Horvat het geklungel rond de tunnel aan de kaak gesteld?

“Ik zeg dingen waarmee ik iedereen op mijn nek krijg”, is Horvat zich bewust van het effect van zijn uitspraken. “Maar ik voel mij verplicht het toch te doen. In Den Haag wordt met het tunnelproject het ondergronds bouwen in diskrediet gebracht. Daaraan moet een einde komen.”

De felle uithaal van Horvat moet worden gezien in het licht van de discussie die in de vakpers wordt gevoerd over de technische aspecten van het ondergronds bouwen. In twee opeenvolgende artikelen wordt in het vaktijdschrift ‘Land + water’ korte metten gemaakt met de in Den Haag toegepaste methode. Volgens geotechnicus ir. ing. A.E.C. van der Stoel “is het nog veel te vroeg om een groutlichaam te gebruiken als tijdelijke waterremmer en stempeling voor constructieve functies (…)”. “De risico’s zijn veel te groot.” Van der Stoel, werkzaam bij het Ontwerpbureau Noord-Zuidlijn in Amsterdam, heeft een studie gemaakt van verschillende methoden om de omvang en kwaliteit van een groutlichaam in de grond in kaart te brengen. “In de praktijk valt niet precies te controleren of wat op papier is bedacht ook in die vorm in de bodem terechtkomt”, luidt een van zijn bevindingen. “Onbekende verstoringen in de ondergrond kunnen een groutboog plaatselijk insnoeren”, betoogt Van der Stoel verder. “Dan kan geen sprake zijn van zuivere drukspanning in de boog en kunnen excentriciteiten aanleiding zijn tot hoge trekspanningen.”

Volgens een zegsman van de gemeente Den Haag heeft Van der Stoel inmiddels ontkend gezegd te hebben dat er bij de Haagse tunnel te grote risico’s zijn genomen, en heeft hij het tijdschrift om rectificatie gevraagd.

Aan dat verzoek zal niet worden voldaan, zegt hoofdredacteur Bas Keijts. “Van der Stoel heeft de gepubliceerde tekst van te voren gelezen en goedgekeurd.”

Van der Stoel krijgt in hetzelfde tijdschrift overigens steun van prof. dr. ir. A. Verruijt, hoogleraar geotechniek aan de TU Delft. “De huidige grondmechanische instrumenten zijn niet nauwkeurig genoeg om (…) ongestraft nieuwe geotechnieken toe te passen”, stelt hij. Een waterkerende en constructieve groutboog als horizontale bodemafsluiting vindt hij een gedurfd idee. Op zich doet het hem deugt dat er weer eens iets nieuws is bedacht, maar hij voegt er tamelijk vernietigend aan toe dat “je fout zit indien grond en water plotseling in grote hoeveelheden je bouwput binnenstromen. Dan heb je als bouwteam fundamenteel verkeerde beslissingen genomen.”

Reageer op dit artikel