nieuws

Oudere Duitse ondernemer vindt nauwelijks opvolger

bouwbreed Premium

In de komende tien jaar zoeken in Duitsland om en nabij 700.000 bedrijven een nieuwe eigenaar. Het gaat om ondernemingen met een omzet vanaf DM 1 miljoen. Van dit aantal boekt 50.000 een omzet van meer dan DM 20 miljoen. De verkoop hangt samen met het ontbreken van een opvolger, de toenemende (internationale) concurrentie en met een tekort aan middelen voor de noodzakelijke groei. Wie deze kansen wil benutten zal zich de Duitse taal eigen moeten maken. Oudere Duitse ondernemers beheersen doorgaans geen vreemde taal, leerde een studiemiddag in Utrecht van de Fenedex.

Nogal wat ondernemers met kleine en middelgrote bedrijven constateren dat kinderen, familieleden of medewerkers de zaak niet willen overnemen. Niet in de laatste plaats omdat ‘de baas’ tot dan toe alles zelf regelde zodat niemand de gelegenheid kreeg zich de leiding en de gang van zaken eigen te maken. De overheersende rol van de directeur verhinderde ook het ontstaan van teamwerk. Nog steeds kan dat zelfs zover gaan dat uitsluitend de eigenaar met klanten en leveranciers praat.

Chefs voeren in die constructie alleen opdrachten uit en kunnen eigen opvattingen niet realiseren. Verkoop aan derden was aanvankelijk de allerlaatste optie voor continuiteit. Tot voor kort stond ‘overname’ in Duitsland gelijk aan ‘straf voor slechte bedrijfsleiding’.

Overname is welbeschouwd de laatste stap van een lange gang. Geinteresseerde Nederlandse bedrijven doen er goed aan eerst op minder bindende wijze samen te werken met een bedrijf dat voor overname in aanmerking komt. Deze samenwerking vergroot ook het inzicht in de Duitse markt. Die eerste stap kan echter al aanzienlijke problemen veroorzaken. Een Nederlands bedrijf verkijkt zich niet zelden op een Duitse ondernemer. De eerste komt uit een handelsomgeving die er vandaag anders uit kan zien dan morgen; de tweede uit een industriele, waar de toestand tot in lengte van jaren hetzelfde moet blijven. Industriele ondernemers plegen doorgaans forse investeringen en rekenen dus met de lange termijn. Het voortbestaan van handelsbedrijven hangt daarentegen af van snelle beslissingen aan de hand van wat er op een bepaald moment speelt. Bij Duitse ondernemers staat ‘flexibel reageren’ vaak gelijk aan ‘onbetrouwbaar zakendoen’.

Nederlandse en Duitse ondernemers kunnen voor ze in koop/verkoop toestemmen besluiten een tijd een strategische alliantie te vormen. Beide partijen wisselen in dat verband bijvoorbeeld kennis uit, benutten de voordelen van productie op grote(re) schaal en kunnen samen in een nieuwe activiteit investeren. De deelnemers kunnen elkaars aanbod op de eigen markt presenteren en op die manier kosten besparen. Financieel gezien vermindert voor beiden het risico, dalen de kapitaalkosten en ontstaan er mogelijk fiscale voordelen.

Problemen

Rond samenwerking rijzen nagenoeg dezelfde problemen als rond overname. Een Nederlandse ondernemer die het Duits niet beheerst ziet de goede voornemens al snel stranden. Slechts een enkele Duitse ondernemer van de oudere generatie spreekt iets anders dan de eigen landstaal. Fout gaan ook verbindingen die uitsluitend voorzien in de overdracht van technologie. Dat gebeurt ook wanneer beide bedrijfsculturen te veel van elkaar verschillen, en de betrokken ondernemers elk een ander doel voor ogen houden. Bedrijven die vooraf te weinig onderzoek doen en toch van een glanzend succes uitgaan, stevenen eveneens op een mislukking af. Daardoor raakt beider naam en portemonnee beschadigd. Hetzelfde geldt voor ondernemers die niet afdoende onderhandelingen en contracten voorbereiden.

Niet in alle Duitse bedrijfstakken tonen ondernemers evenveel belangstelling voor samenwerking met een buitenlandse partij. Dat is bijvoorbeeld het geval in de bouwnijverheid, de installatiesector en in de hout- en keramische industrie. Meer interesse voor cooperatie toont de bouwmaterialenhandel. Om deze partijen toch voor zich te kunnen winnen zal de Nederlandse gegadigde flink wat moeite moeten doen. De kans op succes is weliswaar niet verzekerd maar wel degelijk aanwezig. Duitsland blijft voor veel producten de belangrijkste Europese markt. De groei van het aantal ondernemingstransacties toont dat de bondsrepubliek een attractieve vestigingsplaats is. Niet in de laatste plaats door de ruim 1,5 miljoen Oost-Duitsers die het Russisch beheersen. Een eveneens groot aantal Poolse en Tsjechische burgers spreekt Duits als enige vreemde taal. Dat vergemakkelijkt de zakelijke gang naar oostelijk Europa.

Reageer op dit artikel