nieuws

Lek in Den Haag onthult valkuilen tunnelbouw Ondergronds bouwen zou wel eens veel duurder kunnen uitvallen

bouwbreed Premium

De hoerastemming over ondergrondse oplossingen is wat geluwd. Op papier zag het er allemaal prachtig uit; in de praktijk bleken de Tweede Heinenoordtunnel en de Haagse tramtunnel valkuilen te zijn, waarin het vertrouwen in de techniek een lelijke deuk opliep. Om verdere schade aan het imago van zijn ‘winkel’ ondergronds bouwen aan de TU Delft te beperken, wees prof. E. Horvat de gemeente Den Haag aan als de hoofdschuldige in het tramtunneldrama. Daardoor werd tevens de aandacht afgeleid van een structureel probleem waarop eerder door zijn collega prof. A. Verruijt was getamboereerd.

Ondergronds bouwen zou wel eens veel duurder kunnen uitvallen dan tot nu toe wordt aangenomen. Deze waarschuwing die een groep civiel-ingenieurs enkele jaren geleden al heeft laten horen, zou wel eens bewaarheid kunnen worden, denkt prof. Verruijt. De hoogleraar geotechniek aan de TU Delft geeft in het vaktijdschrift Land + Water uiting aan zijn zorg over het minimaliseren van de bouwkosten, op zoek naar een verklaring voor de ongelukken met de Tweede Heinenoordtunnel en de Haagse tramtunnel.

Verruijt neemt geen blad voor de mond. Bouwheren zitten naar zijn oordeel te veel op hun geld. “Zij knijpen de bouw te veel uit. Zij zetten de bouwingenieurs onder druk. Die laten zich masseren en bewerken. Uiteindelijk zegt een ontwerper of uitvoerder ‘ja’ tegen een financieel geminimaliseerd plan. De ingenieur heeft het dan gedaan als het fout gaat. Die was het toch met de bezuinigingen eens, wordt er dan gezegd”, aldus Verruijt

Veel vragen

De ongelukken met twee grote ondergrondse projecten roepen veel vragen op. Over het constructieve ontwerp, de uitvoering; wie draait op voor de meerkosten?; stelt de beschikbare techniek grenzen aan de ondergrondse mogelijkheden? Of is het allemaal toch gewoon een kwestie van geld?

Een telefonische ronde langs enkele ingenieursbureaus en belangenorganisaties levert uiteenlopende reacties op.

Bij de Projectorganisatie Haagse Tramtunnel zijn ze niet blij met alle aandacht van media en deskundigen. Men is nog herstellende van de dreun die prof. Horvat in NRC Handelsblad uitdeelde. Gemeentelijk woordvoerder Paul Andriessen zegt liever af te zien van een reactie op de uitlatingen van weer een andere professor. “Verruijt? Wat moet ik er nou op zeggen?,” loopt Andriessen op eieren. Verzucht: “De media voeren de ene professor na de andere ten tonele die allen hun opvattingen ventileren. We hebben er kennis van genomen”, zegt hij zuinigjes, en sluit af met: “Het is ondoenlijk met iedereen die zich erbij betrokken voelt in dispuut te gaan. We hebben met andere deskundigen een weg uitgestippeld hoe we het probleem gaan oplossen. Er komt een technisch perfecte tunnel, ga daar maar vanuit”, klinkt het hoopvol.

‘Beruhigungsgitter’

Hans Kuiper, directeur Centrum Ondergronds Bouwen (COB), legt een verband tussen de smalle marges en het ontbreken van een stimulerend innovatieklimaat. “De risico’s zijn groot, de marges klein; dat nodigt niet uit tot innovaties.”

“Als ‘design and construct’ aan de aannemer worden gekoppeld”, is de ervaring van Kuiper, “wordt er op het scherpst van de snede geconcurreerd.” In zo’n situatie kijkt men volgens de COB-directeur niet verder dan de voorschriften, zonder zich af te vragen of daarmee alle risico’s worden afgedekt.

“Knijp zetten op het uiterste is niet zonder gevaar”, weet Kuiper. Bij ondergrondse projecten in Duitsland heeft deze benadering tot enorme schades geleid. Daar spreken constructeurs inmiddels van een ‘Beruhigungsgitter’; dat is de toepassing van extra wapening voor de gemoedsrust.

De COB-directeur waagt zich niet aan een finaal oordeel over de Haagse tramtunnel. Maar constateert wel dat gecombineerde constructieve- en waterafsluitende functie van de groutbogen “in ieder geval niet heeft gefunctioneerd”.

Hadden de ontwerpers beter kunnen weten?

Kuiper: “Bij de Schipholtunnel is destijds een reeks van nieuwe bouwmethoden uitgeprobeerd. Een daarvan betrof lange damwanden met een injectielaag aan de voet. Het gebruik van korte damwanden betekent dat je steun nodig hebt op de plek waar je evenwicht maakt met de waterdruk. Daarvoor zou zo’n groutboog uitstekend kunnen dienen.”

“Een volgende keer”, trekt Kuiper een les uit de gebeurtenissen rond de Haagse tramtunnel, “zou je de groutboog alleen een constructieve functie moeten geven. De waterafsluitende functie moet je op een andere manier oplossen, bijvoorbeeld door waterglasinjectie, zoals die 25 jaar geleden al op Schiphol is toegepast.”

Meespelen

Ir. J. Kraus, partner adviesbureau D3BN heeft bij prof. Verruijt gestudeerd, maar dat neemt niet weg dat hij diens uitspraken over de toenemende druk op de bouwingenieur “toch wat studeerkamerachtige opmerkingen”, vindt. “We zitten in een maatschappij waarin ingenieurs een maatschappelijk belang dienen. Ze moeten in het spel meespelen. Als ingenieur zich laat dwingen tot dingen die niet verantwoord zouden zijn, dan is dat de verantwoordelijkheid van de ingenieur.”

Dat de druk soms wel eens erg hoog wordt opgevoerd en dat je daar vraagtekens bij kunt zetten, dat is Kraus wel met Verruijt eens. “Dan moet je je ook niet meer als ingenieur persoonlijk opstellen, maar als bureau een standpunt innemen.”

Heeft u wel eens om die reden een opdracht terug gegeven?

“Ik heb wel eens een opdracht niet gekregen. Of iets kan, komt in het vooronderzoek al aan het licht.”

Ir. Kraus heeft de indruk dat de druk op de ingenieur toeneemt “omdat in de huidige maatschappij het idee leeft dat technisch alles kan”. Dat de ingenieurs dat idee zelf de wereld in geholpen hebben, is waar, geeft Kraus toe. De keerzijde is: als een product technisch faalt, “en dat kan altijd gebeuren”, benadrukt hij, “dan is de acceptatie daarvan nul geworden. Statistisch is er altijd een kans dat het fout gaat.”

Markt

Arno Pronk woordvoerder HBG erkent dat er “een kern van waarheid zit in de woorden van Verruijt”. “De man zegt over het algemeen hele zinnige dingen. Alleen, wat kun je daar verder mee?”, vraagt hij zich vervolgens af. “De markt bepaalt de prijs”, volgt Pronk de zienswijze van Kraus. “Het is onze taak om te zorgen dat we het binnen die marktprijs kunnen maken op een technisch en financieel verantwoordelijke wijze en anders moeten we er niet aan beginnen. Dat er ander met het werk wegloopt, dat moet dan maar. Het heeft niet zo veel zin elkaar voor te houden dat de opdrachtgever door het minimaliseren van de budgetten de veiligheid van projecten in gevaar brengt.

Reageer op dit artikel