nieuws

Installateur kan welzijn ouderen vergroten Fins-Nederlands samenwerkingsproject onderzoekt interesse

bouwbreed

den haag – De installatietechniek kan in belangrijke mate het welzijn van ouderen bevorderen. Het Nederlands-Finse samenwerkingsproject ILSE moet de interesse van ouderen voor dergelijke voorzieningen inventariseren. In het verlengde daarvan dient er inzicht te komen in de benodigde investeringen en in de terugverdientijd van deze uitgaven. Nadere becijferingen moeten ingaan op het maatschappelijke nut van de bestedingen, zegt senior vice president van de afdeling ‘consumenten en welzijn’ Eeva Artimo van de Finse associatie voor buitenlandse handel te Helsinki.

Onafhankelijk onderzoek toont volgens Artimo onomwonden aan dat Finland momenteel voorop loopt met informatietechnologie voor ouderen. De huidige generatie ouderen is niet erg gewend aan dergelijke voorzieningen. Dat blijft niet zo, want ook deze mensen ontdekken meer en meer dat moderne techniek het welzijn vergroot. Niet in de laatste plaats omdat ouderen bijvoorbeeld op afstand hun gezondheid kunnen laten controleren. Technologie vervangt niet het menselijke contact, maar vergroot de mogelijkheden daarvoor. Proefprojecten moeten de waarde van nieuwe technieken aantonen. Niet alles wat ‘de techniek’ biedt is even zinvol en praktisch. De voorzieningen die dat wel zijn, kunnen op termijn standaard deel uitmaken van een woning. Voor die proefprojecten moeten eveneens investeringen vrijkomen. Evenals bij de techniek kunnen ook hier nieuwe methoden worden beproefd.

“Er is geen reden om aan te nemen dat ouderen en techniek niet samen kunnen gaan”, meent Artimo. “Deze techniek moet evenwel met het indrukken van een knop kunnen werken. De aanvaarding van nieuwe voorzieningen gaat sneller wanneer ouderen ze kunnen bedienen met een apparaat dat ze uit en te na kennen zoals de telefoon of de televisie. Aan het gebruik van technologie gaat een periode van gewenning vooraf. Veronderstelde problemen blijken uiteindelijk niet zo groot. Met dat in gedachten valt het te overwegen woningen en gebouwen nu al geschikt te maken voor ‘ouderentechniek’. De kosten zijn niet zo hoog als gedacht. Over het geheel daalt de prijs.”

Bedrijven zullen evenwel alleen dan nieuwe producten en diensten ontwikkelen wanneer ze de investeringen binnen aanvaardbare tijd kunnen terugverdienen. Artimo noemt dat alleszins mogelijk zodra de openbare sociale sector niet als enige de zorg voor welzijn en gezondheid bekostigt. “Publieke instellingen tonen vooralsnog meer interesse voor het lopende budget dan voor terugverdientijden en toekomstig maatschappelijk nut.” De liberalisatie van de Finse telecommarkt geeft in Artimo’s visie een goed beeld van de mogelijkheden. In 1980 stond het land meerdere aanbieders toe. Die competitie leverde twee gelijkwaardige telecombedrijven op die over het gehele genomen lagere prijzen berekenen dan andere aanbieders in Europa.

Concurrentie

“De concurrentie in de telecommunicatie gaf de aanzet tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten”, weet Artimo. “Mede daardoor verwierf de Finse elektronische industrie wereldwijd aanzien. Gecombineerd met de expertise voor ouderenzorg en een goed beheer van de sociale sector leverde dat de afgelopen vier jaar afdoend werkende ouderentechnieken op.” Omdat Finland dunbevolkt is namen ook ontwikkelingen in draadloze telefonie een grote vlucht. Per 100 inwoners zijn nu 47 zaktelefoons in gebruik. Mede om die reden richt de industrie zich op draadloze ouderentechniek.

Wereldwijd trekt de Finse ouderentechniek interesse. Artimo: “Onze nadruk ligt hoofdzakelijk op de ontwikkelde landen. Daar is inmiddels een hoge levensstandaard bereikt en kunnen mensen zich de noodzakelijke investeringen veroorloven. Samenwerking met Nederlandse partijen kan de ontwikkelingen versnellen. In beide landen leven nagenoeg gelijke opvattingen over ouderenzorg.” Verschillen doen zich onder meer voor in het eigendom van vastgoed. In Finland zijn relatief veel bewoners eigenaar van hun woning terwijl dat in Nederland omgekeerd is. Dat laatste levert problemen op voor de aanleg van oudereninfrastructuur. De Nederlandse eigenaar zal niet zonder meer besluiten extra voorzieningen te treffen. “Dat gegeven stelt de industrie voor de uitdaging apparatuur te ontwerpen die ook met de bestaande installatietechniek goed functioneert.”

Export

Op wat langere termijn is wellicht een verdergaande samenwerking tussen Nederlandse en Finse partijen te overwegen. “Te denken valt aan gezamenlijke exportprojecten”, oppert Artimo. “De Nederlandse inbreng zou dan specifiek bouwkundig kunnen zijn, terwijl Finse bedrijven de specifieke ouderentechniek leveren.” ‘Ouderentechniek’ staat hier voor de basisinfrastructuur die een levensloopbestendige woning vergt. Voor een dergelijke woning bestaat inmiddels een markt. Die kan alleen maar groeien omdat het aantal ouderen in de komende tijd niet onaanzienlijk groeit. Artimo: “Een mogelijke exportmarkt biedt bijvoorbeeld Japan. Daar bestaat een meer dan gemiddelde belangstelling voor de Finse technieken. Japanners blijken steeds minder genegen om hun bejaarde ouders in huis te nemen en te verzorgen. Nog niet zo lang geleden was dat anders: de reden dat Japan weinig werk maakte van ouderenvoorzieningen. Dat gegeven schept weer mogelijkheden voor allerlei aanvullende dienstverlening. Dat alles kan als totaalplan worden geexporteerd.”

De gegadigden zullen volgens Artimo in toenemende mate particuliere zorgverleners zijn. Het blijft de taak van de overheid afdoende kwaliteitsnormen op te stellen en toe te zien op de naleving. Volledig particuliere ouderenzorg functioneert alleen in theorie. “In dat geval bepaalt uiteindelijk de inhoud van de portemonnee de kwaliteit van de zorg die ouderen krijgen. Openbare controle vergroot de kans op gelijke behandeling.”

Reageer op dit artikel