nieuws

Gali brengt Barcelona naar Den Bosch

bouwbreed Premium

Straten als een dansvloer – Den Bosch is de enige Nederlandse stad waar je die kan vinden. Met dank aan de Spaanse architecte Beth Gali. Straat voor straat heeft zij sinds 1993 de binnenstad vernieuwd en een vleugje Barcelona naar Den Bosch gebracht. Haar werk is nu bekroond met een prijs, tentoonstelling en monografie.

Een onmogelijke naam: omgevingsarchitectuurprijs. Maar het gaat om een serieuze onderscheiding. Elke twee jaar wordt die toegekend aan de opdrachtgever en ontwerper die hebben gezorgd voor de best verzorgde openbare ruimte. In 1994 was dat het Zilverpark in Lelystad, twee jaar geleden de stoffering van de Amsterdamse wijk Nieuw-Sloten, en nu de Vughterstraat in Den Bosch.

De jury was lyrischer dan ooit. Lees maar: “De donkerrode rijweg meandert als een rivier in haar bedding.” “Het trottoir streelt de ogen en voeten.” “Het subtiele patroon geeft de vloer een dansant karakter.” “De fietsenrekken zijn een wonder van sierlijkheid.” “De roestvrijstalen lichtmasten zetten de straat terecht in de spotlights.”

Met de onderscheiding van de Vughterstraat is eigenlijk al het werk bekroond dat de Barcelonese architecte Beth Gali sinds 1993 in Den Bosch heeft verzet. Behalve de Vughterstraat heeft zij de Kerkstraat, het Kerkplein, de Hinthamerstraat en enkele tussengelegen straatjes vernieuwd. Zij heeft de stad voorzien van een programma voor inrichting van de openbare ruimte waar anderen op kunnen voortborduren. Zo is inmiddels de Stationsstraat in dezelfde geest opgeknapt.

De gemeente betoont haar dankbaarheid met een tentoonstelling in het Kruithuis en een monografie over haar complete oeuvre. Daaruit wordt duidelijk dat Gali op subtiele wijze een vleugje Barcelona heeft overgebracht naar Den Bosch.

Barcelona

Zoals zoveel archi-wethouders toog begin jaren negentig het gemeentebestuur van Den Bosch naar Barcelona. Daar moest je wezen als je het nieuwste op het gebied van stedelijke vernieuwing wilde zien. De ondergang van het Franco-regime en de komst van de Olympische Spelen hadden de stad vleugels gegeven.

Met name de inrichting van de vele pleinen en parken, de boulevards en het waterfront trok de aandacht. Talloze Nederlandse bouwers en beslissers hebben er met genoegen geflaneerd. Voor menigeen was het een openbaring hoe het straatleven werd veraangenaamd door de luxe stoffering met allerlei soorten natuursteen en speciaal ontworpen verlichtingsarmaturen. Dat was men niet gewend in de eigen moerasdelta vol eeuwig verzakkende betontegels en klinkerstraten.

Menig architect uit Barcelona heeft sinds die hausse internationaal carriere gemaakt. Want iedere stad wilde wel iets van die zuidelijke allure importeren. De aandacht van de Bosschenaren werd getrokken door enkele projecten van de toen veertigjarige Beth Gali. Veel had ze nog niet gedaan – een park, een kleine bibliotheek, een begraafplaats, enkele kleine woningen. Maar van haar werd verwacht dat ze met subtiele ingrepen en de zorgvuldige toepassing van hoogwaardige materialen een vleugje Barcelona zou kunnen overbrengen naar de verloederende Bossche binnenstad.

Gespreid bedje

Het gevaar bestond begin jaren negentig dat Den Bosch de slag om de regionale suprematie zou verliezen van steden als Eindhoven, Tilburg en Breda, want de binnenstad slibde dicht met verkeer, reclame, vervuiling en commercie. Daarom moest het veiliger, schoner en fraaier worden.

Gali kwam in een gespreid bedje, volgens Jaap Huisman, schrijver van de monografie over haar werk. Het bureau Bakker en Bleeker had al de belangrijkste knelpunten geinventariseerd. Het gemeentebestuur was er, na een bezoek aan het al te nette Luxemburg, ook al van overtuigd geraakt dat extra geld voor een kwalitatief hoogwaardige afwerking geen weggegooid geld zou zijn. En kunstenaar/architect Borek Sipek had al het idee aan de hand gedaan om de binnenstad niet in een woeste aanval, maar zorgvuldig, straat voor straat “te veroveren”.

Gali en gemeentelijk ontwerper Harry Verhallen van de sector stadsontwikkeling hebben er voor gezorgd dat die verovering niet alleen beleidsmatig, maar ook letterlijk goed gefundeerd is uitgevoerd. Het toegepaste Normandisch natuursteen is extra dik en net als de diverse soorten klinkers gelegd op een meer dan normaal verstevigde ondergrond. Daardoor ligt de bestrating zo vlak als een dansvloer, ook na jaren intensief gebruik.

Ook op andere onderdelen is niet toegegeven aan zuinigheid die de wijsheid bedriegt. Gali ontwierp zelf buitengewoon sjieke, roestvast stalen fietsenrekken, bewust “more impertinent and authorative than the ridiculous bits of twisted iron we bump into so often in the streets”. Ze bepalen in hoge mate het karakter van de openbare ruimte.

Scenes

De tentoonstelling in het Kruithuis maakt duidelijk dat al Galis werk is doortrokken van een grote zorg voor het detail, en steeds is ontworpen vanuit het gebruik. Toch staan de resultaten ver af van het voor ons zo vertrouwde, wat kille functionalisme. Daarvoor zorgt haar mediterraan gevoel voor poezie en materiaalgebruik. Zij bewijst dat nut en plezier uitstekend samen kunnen gaan. Speelsheid die ook spreekt uit de door haar ontworpen inrichting van de tentoonstelling zelf.

Huisman typeert haar werk, ook dat in Den Bosch, als een “sequentie van scenes”. Van plek tot plek zoekt zij het juiste accent. In de bestrating is te herkennen hoe de patronen wisselen met elke verandering van straatprofiel. Alsof ter versiering losse tapijten zijn neergelegd. De bijzondere verlichting heeft dezelfde functie: belangrijke hoeken en plekken worden extra belicht.

Stoa

Haaks op deze gevoeligheid en zorgvuldigheid staat het stedenbouwkundig plan voor de Stoa en Arena dat T+T Design heeft gemaakt. Wezensvreemd en grof zijn de vormen die hier in de stad, pal naast de Markt, zijn geintroduceerd. Gali kreeg opdracht om de Stoa verder uit te werken. Zij heeft van deze strook winkels nog het beste proberen te maken met expressieve details en lange luifels. Hoe groot dit gebouw ook is, het heeft toch een zekere luchtigheid behouden.

Van de naastgelegen Arena, ontworpen door haar landgenoot Tusquets, kan dit alles niet worden gezegd. Het complex met woningen en winkels in twee verdiepingen is misplaatst en grof. Van de weeromstuit is ook de openbare ruimte tussen Stoa en Arena een stuk slechter ingericht dan de overige projecten. Toppunt is de lange serie betonblokken waarmee de rijbaan tussen Stoa en Arena is afgescheiden.

Op de tentoonstelling in het Kruithuis is overigens te zien welke fantastische archeologische vondsten ter plekke zijn gedaan. Het van oorsprong middeleeuwse stadsgebied heeft een rijke historie. In de jaren zestig is daar een gevoelloze sanering overheen gegaan. Hoewel iedereen nu beseft hoe kortzichtig die ingrepen waren, is ook bij de jongste toevoeging geen zichtbare moeite gedaan de historische gelaagdheid van de stad tot uitdrukking te brengen. De door projectontwikkelaar Multi Vastgoed verzonnen namen alleen al duiden op historisch onbenul. Arena – wordt de consument hier voor de leeuwen gegooid?!

Kritiek

Huisman maakt in zijn monografie over Galis werk gewag van kritiek op de allereerste herinrichtingsprojecten. Ze zouden te duur zijn en niet geent op de Bossche traditie.

Wat dat laatste punt betreft, hebben criticasters op het eerste gezicht mogelijk gelijk. Daarbij gaat het niet over onbenul in de orde van grootte zoals hierboven gesignaleerd bij het stedenbouwkundig plan voor Arena en Stoa. Het ligt subtieler. Wie hecht aan traditie zal erop wijzen dat veel gebruikte materialen en profileringen niet eerder vertoond zijn in Den Bosch.

Het is echter de vraag of ze daarmee ook strijdig zijn met het Bossche karakter. Bij nader inzien knopen de joyeuze materiaalkeus en vormgeving aan bij het bourgondische karakter van dit provinciaalse bestuurscentrum. Er heerst een zekere deftigheid, duurte en genotzucht. Galis werk sluit daar op een lichtvoetige wijze bij aan.

Het kostte de stad f. 26 miljoen om belangrijke delen van de binnenstad opnieuw in te richten – waaraan meet je af of dat te duur is? Verwijzend naar de concurrentie wordt gezegd dat Breda nog duurder af is geweest. Je kunt ook zeggen dat de inrichting van het openbare gebied zowel letterlijk als figuurlijk drager is van het stedelijke leven. Zo’n fundament moet zorgvuldig gemaakt worden, solide zijn en adequaat alle stedelijke activiteiten kunnen opnemen. Dat bepaalt de prijs.

Galis vleugje Barcelona voldoet aan de genoemde criteria. Het is zijn prijs waard als perfecte opmaat voor het grote slotstuk dat nog wacht – de herinrichting van Markt en Parade. Deze twee belangrijkste stadsruimten steken nu wat armelijk af bij de rondom vernieuwde straten.

De tentoonstelling ‘Beth Gali – architecture and design 1966-1998’ is t/m 12 juli te zien in de tijdelijke huisvesting van Het Kruithuis, Hekellaan 2. Openingstijden: woe. t/m zat. 13.00 – 17.00 uur. De gelijknamige monografie kost f. 49,95. (Uitg. Het Kruithuis, ISBN 90 6538 182 1.)

Reageer op dit artikel