nieuws

Vergoeding van kosten voor juridische bijstand?

bouwbreed Premium

Voor schade als gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan kent de gemeenteraad een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe. Tot die schade worden echter niet de kosten voor juridische bijstand gerekend. Dat is het enige geval waarin zulke kosten ten laste van de benadeelde blijven. In alle andere gevallen waarin schade ontstaat als gevolg van rechtmatig overheidsoptreden komen die wel voor vergoeding in aanmerking.

Een weinig consistent systeem waarmee de overheid degene opzadelt die bezwaar wil maken tegen haar beslissing, waardoor inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht. In alle gevallen dat die inbreuk plaatsvindt door een onrechtmatig handelen en de benadeelde een procedure aanspant om zijn schade vergoed te krijgen, moeten de kosten van juridische bijstand tot die schade gerekend worden. Althans voor zover zij redelijk zijn. Altijd als er sprake is van verplichte rechtsbijstand door een procureur kan men die kosten dan ook met succes claimen.

Problemen zijn er echter bij schade ontstaan door rechtmatig handelen van de overheid. Niet als die schade het gevolg is van het planologisch handelen van de overheid. Daartoe worden nu ook de kosten voor juridische bijstand gerekend. Die beslissing nam de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in september 1996.

Het waterschap De Maaskant had aan de uitbater van cafe-camping ‘De Blauwe Sluis’ wel een vergoeding toegekend voor de schade die hij leed als gevolg van de verbetering van de Maasdijk, maar had geweigerd hem zijn kosten voor rechtsbijstand te vergoeden. Het waterschap had met zijn hand over het hart gestreken, want het vond dat er dan geen verplichting tot vergoeding bestaat.”Ieder dient de schade die hij lijdt als gevolg van rechtmatig overheidshandelen in beginsel zelf te dragen”, zo vond het schap.

Dat wetgever en rechter daar anders over denken hadden de bestuurders van dit lichaam kennelijk nog niet door. Wel vonden zij dat in dit geval bijzondere omstandigheden het nodig maakten om af te wijken van hun uitgangspunt. De werkzaamheden aan de dijk vielen net samen met het camping-seizoen en ook was de Maaslandroute van de ANWB, die langs het cafe liep, nogal langdurig omgelegd geweest. Bovendien had het waterschap onnodig de vergunning voor het terras bij het cafe veel te vroeg ingetrokken. Het advies van de schadebeoordelingscommissie die het waterschap had ingeschakeld, kwam uit op een bedrag van f. 20.600, dat ook werd toegekend.

De uitbater van De Blauwe Sluis vond dat echter veel te weinig en vroeg aan de rechter het bedrag te verhogen tot f. 52.737. Daarboven wilde hij ook een vergoeding voor de door hem gemaakte kosten voor rechts- en financiele bijstand. Bij de behandeling van zijn bezwaar had het waterschap dat afgewezen, zodat hij bij de afdeling bestuursrechtspraak terecht kwam.

Het ging daar niet over het al dan niet bestaan van een verplichting om de schade door de werkzaamheden aan de waterkering te vergoeden, maar alleen over de hoogte van die vergoeding en die voor de bijstandskosten. Daarom lieten de rechters zich niet uit over de juistheid van de opvatting van het waterschap dat de (oude) Waterstaatswet noch de reglementen van provincie en waterschap tot een vergoeding verplichtten. Zij constateerden alleen dat het schap op grond van bijzondere omstandigheden had geconcludeerd dat deze schade redelijkerwijs niet helemaal ten laste van de benadeelde behoorde te blijven.

De rechters vonden het compensatiebedrag van het waterschap niet te laag, maar met de argumenten om de bijstandskosten niet te vergoeden waren de rechters het niet eens. Zij waren van oordeel dat deze kosten deel moesten kunnen uitmaken van de te vergoeden schade als die redelijk zijn te achten. Datzelfde gold ook voor de kosten die gemaakt moesten worden om het schadebedrag te berekenen. De schadebeoordelingscommissie had in haar advies aan de dijkstoel (het bestuur) van het waterschap als argument voor de afwijzing van beide kosten een aantal rechterlijke uitspraken genoemd. Uit een arrest van de Hoge Raad van 1989 leidde zij, kennelijk door een a contrarie redenering, af dat alleen bij onrechtmatige daad de juridische bijstandskosten tot de schade gerekend kunnen worden. Dus bij rechtmatig overheidshandelen zou dat niet kunnen.

Dat was iets te kort door de bocht, want de rechters van de Raad van State vonden dat bij toekenning van nadeelcompensatie de kosten van juridische bijstand wel degelijk deel kunnen uitmaken van de te vergoeden schade. De adviseurs van het waterschap hadden ook nog gewezen op artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Dezelfde afdeling van de Raad van State had, ook in 1989, beslist dat de kosten van een adviseur op grond van die bepaling niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Hier ging het echter niet om een schade als gevolg van een bestemmingsplan, zoals in art. 49, maar om de uitvoering van de Waterstaatswet. Zo doet zich nu de onbevredigende situatie voor dat de kosten voor juridische bijstand in beginsel wel voor vergoeding vatbaar zijn als de overheid schade heeft veroorzaakt door een onrechtmatige daad en ook bij een rechtmatige overheidsdaad, maar niet als die schade op grond van een bestemmingsplan wordt toegebracht. Dat komt door de tekst van artikel 49 Wet R.O. en de uitleg daarvan in die zin dat de kosten van juridische bijstand niet veroorzaakt worden door de bepalingen van een bestemmingsplan. Dit betekent dat wel vergoed kan worden de vermindering van de waarde van een huis als gevolg van een (wijziging van een) bestemmingsplan maar niet de kosten van de juridische (en financiele) bijstand die nodig is als het tot een procedure moet komen omdat de betreffende gemeente geen of niet voldoende schadevergoeding wil geven.

Die wet, met dat artikel 49, is in 1962 medeondertekend door niet minder dan elf ministers, met die van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid als eerstverantwoordelijke. Kan de opvolger van Van Aartsen dat nu na 28 wetswijzigingen nog wel verdedigen? Een 29e wijziging zal namelijk nodig zijn om deze incongruentie in de regeling van de vergoeding van de nadelen als gevolg van rechtmatig overheidshandelen weg te nemen.

(BR 1998 p.302)

Reageer op dit artikel