nieuws

‘Likje verf voor het oog kan niet meer’

bouwbreed Premium

“Rijkswaterstaat 200 jaar?” Hoofd Onderhoud Oosterscheldekering J.W. Jeremiasse weet ervan, maar kan de veranderingen in zo’n periode niet goed overzien. Hij is zelf net veertig jaar in dienst van Rijkswaterstaat. Daarin is al het nodige – ten goede – veranderd. “Maar als een likje verf op een leuning eigenlijk niet meer kan, dan zijn we met de milieuregels wel wat doorgeschoten”, vindt hij.

In de twee honderd jaar dat Rijkswaterstaat bestaat, is weliswaar aan onderhoud gedaan, maar het is moeilijk te vergelijken met nu. Wat in de jaren ’70 en ’80 is gebouwd, was nog nooit vertoond. En in die tijd werd bij het ontwerp maar weinig rekening gehouden met onderhoud. Nu is het gemakkelijk om commentaar te leveren op de ontwerpen zoals bijvoorbeeld de Stormvloedkering Oosterschelde. Maar in die tijd volstonden voor bijvoorbeeld conservering van staal een pot teer en een bokkenpoot. “Het is niet dat we maar wat aan rotzooiden. Maar vandaag de dag gaat het heel anders.”

Staal wordt nu beschermd met moderne conserveringssystemen die onder gecontroleerde omstandigheden worden aangebracht. En dat gaat soms ook niet goed. De conservering op de schuiven van de Oosterschelde-kering faalt gedeeltelijk. “We hebben aardig wat moeten verzinnen om onderhoud te kunnen doen. Belangrijke onderdelen bleken niet bereikbaar. Daarvoor zijn aparte hulpconstructies gemaakt. En dan hebben we het nog alleen maar over conservering.”

Noodleuning

Jeremiasse vindt dat we voor wat betreft eisen en regels in verband met het milieu behoorlijk zijn doorgeschoten. Hij geeft een voorbeeld ter illustratie. “Neem de leuning van de Roompotsluis bijvoorbeeld. Die kan wel een kwastje verf gebruiken. Als je dat ter plaatse zou doen moet je een hele santekraam met tenten en ik weet niet wat optuigen. Demonteren en ergens anders verven betekent dat ook nog eens een noodleunig moet worden geplaatst. In verband met het milieu laten we dat – esthetische – likje verf dan maar zitten.”

Als de veiligheid in het geding komt, dan treedt Jeremiasse wel op. Bijvoorbeeld bij het falen van de conserveringslaag op de schuiven. “Daar doen we wel wat aan. Inmiddels is een werk voor aanbrengen van een nieuwe conserveringslaag op 21 van de 62 schuiven gegund aan Belgisch bedrijf. Dat moet die klus in zes jaar klaren en krijgt daar – 80 miljoen voor. Ook ten aanzien van de bodembescherming is direct opgetreden toen zich problemen manifesteerden. Door zandinsluitingen tussen de verschillende lagen spoelde asfaltmastiek weg. Daarop is stortsteen gegooid.

Het onderhoud van de kering is ingewikkeld. Jeremiasse beschikt over onderhoudshandboeken. Daarin zijn diverse onderhoudsscenario’s opgenomen. “Een van de moeilijke dingen bij het in stand houden van de kering is het proberen te combineren van allerlei zaken. Je kan niet zomaar zeggen we doen we wel even zus of zo, ook al ligt het voor de hand. Daar moet je mee opletten. Want we moeten toch 200 jaar met de kering doen.”

Dat Rijkswaterstaat dit jaar al eenzelfde periode bestaat doet Jeremiasse af als toeval.

Reageer op dit artikel