nieuws

Juiste verhoudingen

bouwbreed Premium

In ons jaarverslag presenteerden we onlangs de resultaten van jaarlijks onderzoek naar het aantal ongevallen in de bouw, dat het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) in onze opdracht uitvoerde. Door middel van een representatieve steekproef is aan werknemers gevraagd of zij het voorafgaande jaar een of meer ongevallen hadden gehad, of die ongevallen in of buiten werktijd plaats hadden, wat de oorzaak, aard en ernst van het letsel was, en nog veel meer. Hieruit blijkt dat het aantal ongevallen op de bouwplaats per 1000 werknemers verder is gedaald. Van 104 in de periode 1993-1994 naar 85 in de periode 1996/1997: een daling van ruim 18 procent. Het ziekteverzuim bleef ongeveer op het zelfde niveau, maar is de voorafgaande jaren flink gedaald.

Toen wij dit nieuws via een persbericht in de publiciteit brachten, verweet Cobouw, het vakdagblad voor de bouw, ons ervan de ernst van de situatie te willen bagatelliseren. ‘Volstrekt ongepaste tevredenheid’ schreef de krant, waarbij zij wees op de dodelijke ongevallen die nog altijd in onze bedrijfstak voorkomen.

Dat wij tevreden zouden zijn, hebben wij echter nooit gezegd: als kennisinstituut hebben we alleen de koele cijfers gepresenteerd zonder daar enig waarde-oordeel aan te verbinden. Het aantal van 14.900 bouwvakkers dat in 1996/1997 een ongeval overkwam, vinden ook wij nog steeds te hoog. Ook al is er sprake van een onmiskenbaar positieve ontwikkeling. Vanwege deze trend vinden wij de meeste recente ongevallencijfers echter niet verontrustend. Zeker niet als we de cijfers in nationaal en internationaal perspectief plaatsen. Kijken we bijvoorbeeld naar de arbeidssituatie in andere bedrijfstakken, dan zien we dat de bouw daarbij niet ongunstig afsteekt. Volgens gegevens uit onze Bedrijfstakatlas ervaren werknemers in de bouwnijverheid hun werk in veel opzichten positiever dan industriearbeiders. Dit beeld wordt bevestigd door cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): het ziekteverzuimpercentage in de delfstoffenwinning en industrie (5,2) en niet-commerciele dienstverlening (5,9) is hoger dan in de bouwnijverheid (4,3).

Dodelijke slachtoffers komen in deze statistieken niet voor. Volgens Cobouw vielen er in de bouw het afgelopen jaar 21 doden. Dit aantal klopt echter niet, wat we de betreffende journalist (tevergeefs) hebben uitgelegd. Want de krant betrekt in haar gecijfer ook ongevallen die op zichzelf niets met het werk op de bouwplaats te maken hebben, zoals een aanrijding tegen een vangrail. Ook op het aantal van 16 dat de Arbeidsinspectie noemt, valt wat aan te merken. Want zij rekent ook medewerkers uit de staalbouw en installatietechniek mee, waarmee zij op een totaal van circa 350.000 werknemers komt. Het aantal werknemers in de bouw bedraagt echter 175.000, zodat het werkelijke aantal in de bouw zeker geringer is dan dit aantal van 16. Hoe het ook zij: iedere dode is er natuurlijk een teveel. Maar ook hier geldt dat de cijfers wel in de juiste verhoudingen moeten worden bezien. Volgens gegevens van onze Amerikaanse zusterorganisatie ‘The Center to Protect Workers’ Rights’, dat het aantal dodelijke ongevallen in zes geindustrialiseerde landen met elkaar vergeleek, kwamen in 1996 in Nederland per 100.000 werknemers in de bouw 6,7 bouwvakkers bij hun werk om. In Zweden is dit aantal gelijk, maar in Duitsland (12,2), Japan (14,4), de VS (14,4) en Australie (15,5) ligt dit aantal aanzienlijk hoger. Willen we daarmee zeggen dat het in Nederland allemaal wel meevalt? Nee, want de cijfers wijzen uit dat we er nog niet zijn. Maar we zijn wel op de goede weg en dat is de boodschap. Jammer dat Cobouw hiervoor niet gevoelig bleek te zijn.

Leen Akkers, directeur Arbouw

Kanttekeningen

Op pagina 1 staat een overzicht van alle dodelijke ongevallen. Een aanrijding met een vangrail komt er niet in voor; wel een botsing met een wegafzetting, en die versperring had alles te maken met wegwerkzaamheden. We achten het niet kies te kissebissen over wie er wel en niet tot de bouwslachtoffers kan worden gerekend. Dat oordeel laten we aan de lezer over. We hebben een grove omissie in de registratie van bouwongevallen aan de kaak gesteld. De Arbouw-statistieken maken geen melding van dodelijke slachtoffer.

Het geeft te denken dat Arbouw voor een indicatie van het aantal fatale ongelukken te rade moet gaan bij een Amerikaanse zusterorganisatie.

Het Europese bureau voor de statistiek Eurostat noemt de Nederlandse gegevens over dodelijke arbeidsongevallen “onvolledig”. Hoe denkt Arbouw beleid te kunnen voeren op basis van gegevens die niet volledig zijn?

Engelse cijfers over de kans op een dodelijk ongeluk in verschillende bedrijfstakken, in het verkeer en bij vrijetijdsbesteding, plaatsen de bouw in de hoek waar de dodelijkste klappen vallen. Per 100 miljoen uren aanwezigheid/activiteit komen in de bouw 67 mensen om, tien meer dan in het autoverkeer (bron: UK Accidental fatality statistics).

Reageer op dit artikel