nieuws

Gemalen afval geschikt als brandstof voor cementoven

bouwbreed Premium

den haag – Gemalen vuilniszakken inclusief inhoud. Daarmee wil de Duitse cement- en baksteenindustrie de ovens stoken. Deze vervangende brandstof levert per kilo 18.000 kiloJoule energie. Onderzoek wijst op een hoog rendement. De hoge temperatuur vergemakkelijkt tevens de behandeling van schadelijke rookgassen. Zweden en Finland deden eerder al ruime ervaring op met het industrieel verstoken van goed brandbaar afval.

Cement maken vergt uitermate veel energie. De Duitse cementfabrieken dekken om die reden nu al zo’n 15 procent van de benodigde brandstof met afval af. Tot nog toe gebeurt dat vooral met oude autobanden en afgewerkte olie. Het aandeel alternatieve brandstof kan verdubbelen zonder dat de cement aan kwaliteit verliest en zonder dat de fabrikanten de productielijn moeten aanpassen. De bijstook levert ook financiele voordelen op, omdat de producenten er subsidie voor krijgen.

Schadelijkheid

De ecologische gevolgen blijven vooralsnog onduidelijk. Vast staat wel dat bijstoken van (rest)afval de emissie van schadelijke stoffen uit bijvoorbeeld steenkool en stookolie vermindert. Tegelijk neemt de uitstoot van schadelijke stoffen uit het afval toe. De hoeveelheid chloor, cadmium, lood en kobalt daalt; chloriden, zwavel, kwik en seleen nemen echter toe. Het blijkt uitermate moeilijk de schadelijkheid van de ene stof tegen de ander af te zetten. Brussel stelt vooralsnog geen allesomvattende eisen aan secundaire brandstoffen, maar heeft al wel de minimale verbrandingswaarde van een kilo materiaal op 17.000 kiloJoule gesteld.

Micro-organismen

Twee technieken verwerken (rest)afval tot energierijke brandstof. De eerste maakt gebruik van micro-organismen, die het organische deel uit het afval verwijderen. Tijdens dit proces ontstaat warmte die het afval droogt. Vervolgens worden stenen en metalen uit de massa gehaald. Het eindproduct wordt tot balen geperst die tot in lengte van jaren goed blijven.

De tweede methode maakt gebruik van een trommelmolen. Die verkleint het (rest)afval tot een vezelige massa die tot pellets wordt geperst.

Beide technieken bieden nog geen oplossing voor schadelijke stoffen die niet uit het brandbare materiaal zijn te halen. Problemen leveren ook schadelijke sorteerresten op. De wet schrijft een immobilisatiebehandeling in een oven voor, zodat het eindproduct zonder gevaar voor het milieu kan worden gestort.

In Duitsland groeit intussen de interesse voor koude immobilisatie. Deze omstreden methode voorziet in een laagsgewijze berging van het materiaal. Tussen elke laag afval zit een laag aarde die methaangas afbreekt. Andere, al dan niet gevaarlijke, gassen passeren evenwel ongehinderd deze barriere. Dergelijke stortplaatsen vergen een uitermate zwaar verdichte bodem, waaruit geen vervuild lekwater kan sijpelen.

‘Ontwikkelingslanden goedkoper uit’

Brandbaar afval, biomassa en houtresten kunnen in de vorm van pellets ook de transportkosten in ontwikkelingslanden verminderen. Die stellige overtuiging is de Zwitserse Locomotief- en Machinefabriek (SLM) uit Winterthur toegedaan. Het materiaal wordt dan verstookt in stoomlocomotieven. Die functioneren met eenvoudige technieken die beduidend goedkoper zijn dan die van elektrische en diesellocomotieven. Reparatie en onderhoud kunnen de spoorwegmaatschappijen zelf uitvoeren, zodat ze geen dure westerse specialisten hoeven in te vliegen. Ontwikkelingslanden moeten de brandstof voor het moderne spoormaterieel vaak tegen hoge uitgaven importeren. Hout is daarentegen in ruime mate op eigen bodem aanwezig, evenals brandbaar afval.

De belangstelling voor moderne stoomlocomotieven valt volgens de SLM niet tegen. De ontwikkelingskosten bedragen evenwel zo’n 1,5 tot 2,5 miljoen gulden; te veel om tot bestelling over te gaan.

Reageer op dit artikel