nieuws

Pas op met oproepcontract!

bouwbreed Premium

Waarschijnlijk treedt per 1 juli 1998 de nieuwe wet ‘Flexibiliteit en Zekerheid’ in werking. U kunt bij een oproepkracht te maken krijgen met een doorbetalingsverplichting, ook als er niet wordt gewerkt. Daar moet u in uw contracten en uw planning rekening mee houden.

Een oproepcontract is een voorovereenkomst die overgaat in een arbeidsovereenkomst vanaf het moment dat de werknemer bij u binnenstapt om te werken. Geeft de werknemer geen gehoor aan uw werkoproep dan heeft u ook geen loonbetalingsverplichting.

De nieuwe wet introduceert nu het begrip ‘weerlegbaar rechtsvermoeden’. Dat gaat een rol spelen in arbeidsrelaties waarin een geschil ontstaat. Er is straks sprake van een vermoedelijke arbeidsovereenkomst als er gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden, in iedere week of ten minste 20 uur per maand tegen een salaris arbeid is verricht. U moet als werkgever kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de nieuwe wet al vanaf 1 april 1998 (3 maanden vooraf) invloed kan hebben op uw arbeidsrelatie met een werknemer in een oproepcontract.

Twintig uur

Stel dat uw oproepkracht drie maanden, elke maand 20 uur werkt en de volgende maanden niet, dan bestaat het rechtsvermoeden dat deze werknemer toch 20 uur werkt en heeft u daarvoor – als er verder niets is geregeld – na drie maanden een loonbetalingsverplichting. Biedt u een werknemer in april, mei en juni ’98 in een jaarcontract (ingegaan in januari ’98) gemiddeld 20 uur per maand werk aan dan zit u vanaf juli tot het eind van het jaar vast aan een loonbetalingsverplichting – ook als u vanaf juli geen werk heeft voor deze werknemer. De hoogte van de loonbetalingsverplichting is echter afhankelijk van de gemiddelde arbeidsduur in de voorgaande drie maanden en loopt dus in dit voorbeeld geleidelijk af.( juli 60 uur : 3 = 20 uur; augustus 40 uur : 3 = 13,3 uur; september 20 uur : 3 = 6,7 uur; oktober – december 0 uur : 3 = 0 uur.)

Veel bestaande flexibele arbeidscontracten kennen een clausule ‘geen werk – geen loon’. U kunt die clausule vanaf 1 juli ’98 (tenminste als de wet in werking is getreden) gedurende de eerste zes maanden van een contract toepassen, maar in de zevende maand ligt het risico van de loonbetalingsverplichting bij u als werkgever – ook als er niet wordt gewerkt.

Verder geeft de wet nieuwe termijnen voor de wettelijke proeftijd, verlenging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en opzegging.

Inlening

Ook staat een tweede wet op stapel die het vergunningenstelsel voor intermediairs zoals uitzendbureau’s afschaft. Er komen nieuwe regels die de inlener vrijwaart voor de afdrachten loonbelasting en premies voor personeel van een ander dat hij tijdelijk inhuurt. Onderlinge uitwisseling van personeel tussen twee aannemers wordt hierdoor een stuk gemakkelijker.

Moret Ernst en Young organiseert in april en mei op verschillende locaties in het land seminars over de civiele, fiscale en sociale verzekeringsaspecten van de wetsvoorstellen.

Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ondernemersservice, Arnhem. Tel. 026 – 32 09 561.

Reageer op dit artikel