nieuws

Ouwehands’ groeit uit tot megapark voor wilde dieren Zeearend vliegt over Grebbeberg

bouwbreed Premium

Als een vis in het water op de top van de Grebbeberg, bovenop een zanderige heuvelrug, bouwt Ouwehands Dierenpark aan haar nieuwste uitbreiding: Waterland. In een gebied van vijf hectares groot worden de vier Nederlandse waterlandschappen nagebootst: het zoetwatergebied, een noordzeelandschap, een zuur, veenhoudend watergebied en een brakke plas als bijvoorbeeld de Zeeuwse Grevelingen.

In juni wordt de eerste fase van Waterland opgeleverd en voorjaar 2000 moet het project klaar zijn. Ouwehand bouwt een kooi tot hoog in de lucht, waar de zeearend kan vliegen, een aquarium in de grond, en over de berg stroomt straks een nieuwe rivier. Het plan is zo ontworpen dat de bezoeker zich tussen rivier en aquarium beweegt. Als een vis in het water, maar dan zonder nat pak. “De zandbult,” vertelt Willem Brouwers, hoofd technische dienst, “is een uitstekende ondergrond. Je hoeft niet te heien en je hebt geen problemen met de afwatering.”

Ouwehand verbouwt haar dierentuin tot een park waar alleen diersoorten uit Eurazie leven. De dieren vertoeven min of meer in hun eigen leefklimaat. Het Berenbos en het Tijgerbos zijn al in gebruik. Met de paasdagen gingen het ‘Lapse Land’ met de rendieren, kraanvogels en uilen, open. Het bijzondere aan dat project is het gebruik van inlandse hardhoutsoorten als kastanje en acacia voor de omheining. En natuurlijk de Baileybrug, een oude legerbrug die Ouwehand op de kop kon tikken. “Duurzaamheid en waar mogelijk hergebruik van materialen horen bij de uitgangspunten van alle bouwactiviteiten,” vertelt Brouwers. Met een armzwaai wijst hij naar de oude lichtmasten van de NUON. “Ouwehand gebruikt ze om netten aan te bevestigen of parkverlichting aan op te hangen. Voor de betonconstructie van het Tijgerbos gebruikten we het granulaat van de gesloopte gebouwen.”

Via 40 vierkante meter zonnepaneel krijgt het Tijgerbos zijn energie, in de rest van het park draait de apparatuur op zonnewind en waterenergie.

Waterspiegel

Hedda Buis, beeldend vormgever en vaste ontwerper van het dierenpark in Rhenen, bedacht het ‘Waterland’. “De beste indruk hoe dieren in de waterlandschappen leven krijg je als je zelf het water in duikt”, vertelt Buis. “Dat gevoel moet ik de bezoekers dus proberen te geven.” Daartoe laat hij de bezoekers afdalen tot een diepte van ruim twee meter onder de waterspiegels van rivier en aquarium. Daar staan ze op een infoplein oog in oog met de waterdieren. Aan de ene kant zien ze het aquarium, draaien ze zich om dan kijken ze door een glazen wand de rivier in. En van onderuit kijken ze ook zo in de kooi waar de zeearend, met een spanwijdte van ruim vier meter, imponeert. De bezoekers zien hem vanuit dezelfde ondergeschikte positie als de waterdieren.

Stalen masten

Het spectaculaire dier krijgt een reuzenkooi: 35 meter hoog, 50 meter lang en 39 meter breed. De kunst is, zo vertelt Buis, ervoor te zorgen dat je de kooi zo min mogelijk ziet. Vier stalen masten moeten de omheining van netwerk bijeen houden. De trekkracht van de wind op de masten is enorm. Daarom staan ze elk in een fundatie van 50 a 60 ton.

Om de masten, ondanks de enorme krachten, toch een indruk van ijlheid en ‘stengelachtigheid’ te geven, loopt hun diameter spits toe van honderdtwintig tot zestig centimeter. Daaroverheen ligt een fijnmazig, ijzersterk kabelnet, dat oorspronkelijk voor de scheepvaart bestemd is. Daar komen de netten ter omheining aan te hangen. Zij vormen de wanden van de kooi en moeten een zo diffuus mogelijke indruk maken. Bij DSM vonden Brouwers en Buis netten van een kunststof garen met mazen van 100 x 100 millimeter. “De bezoeker heeft nauwelijks in de gaten dat de kooi een omheining heeft. Maar de vraag waar het om draait is natuurlijk of die grote zeearend het net wel ziet. Want die mag er in geen geval tegenaan vliegen”, zo legt Buis uit.

Ook voor een ander vogeltje bouwt Ouwehand in zijn Waterland: de oeverzwaluw. Hij nestelt van nature in steile leemachtige wanden. Hoewel die in ons land niet veel voorkomen, ligt er zo’n wand tegen de Grebbeberg aan: op het terrein van kalkzandsteenfabriek Vogelenzang. Die overbuurman komt Ouwehand goed van pas. Hij levert de materialen om de zwaluwwand te bouwen. Als het even meezit zelfs met de eerste generatie vogels erbij.

Reageer op dit artikel