nieuws

Nijmegen ziet winst van drie miljoen verloren gaan

bouwbreed Premium

De gemeente Nijmegen, die dacht op de exploitatie van een woningbouwplan een batig saldo van ongeveer f. 2,9 miljoen te kunnen behalen, is weer terug op aarde. Nu staat vast dat het project moet worden afgesloten met een verlies van f. 170.000.

Het gaat om een bouwplan voor vrije sectorwoningen in het bestemmingsplan Kopse Hof aan de Kruisweg. In 1989 werd een voordelig eindsaldo gecalculeerd van f. 2,9 miljoen. Het jaar daarop werd dit fraaie resultaat in de calculaties al teruggebracht tot een winst van f. 500.000. De jongste cijfers, daterend uit medio vorig jaar, laten een nadelig saldo zien van f. 170.000.

Kritische vragen binnen het college en de media gaven B en W aanleiding om een onafhankelijk onderzoek te laten instellen. Woensdag werd dat rapport, opgemaakt door het accountantsbureau Moret Ernst en Young gepresenteerd. Belangrijkste conclusie voor B en W daaruit is de vaststelling dat er geen aanwijzingen zijn voor ongewenst gedrag van bestuurders of ambtenaren.

Compensaties

De tegenvallende en soms onverwachte kosten op dit project, die tot een teleurstellend financieel resultaat leidden, hebben verschillende oorzaken, zo blijkt uit het onderzoek. Een forse kostenpost bleek de compensatie, die aan twee aannemers moest worden gegeven voor het niet doorgaan van twee andere bouwprojecten.

De twee Nijmeegse aannemingsbedrijven M. van de Water BV en A. Gerritzen en Zn. BV werden gecompenseerd door hen in staat te stellen peperdure kavels in het bouwplan Kopse Hof goedkoop te verwerven om daar tegen gereduceerde prijs woningen te bouwen, die ze later verkochten.

Onjuiste referenties

Volgens Moret Ernst en Young ging het om een uniek bouwproject binnen de stad. Bij de exploitatieberekeningen is gebruik gemaakt van de knowhow van andere projecten, zoals de Lindenholt en de Brabantse Poort. Die projecten blijken echter niet met elkaar vergeleken te kunnen worden. En dus concluderen de onderzoekers dat deze projecten als onjuiste referentie-kaders zijn gebruikt.

Ook de financiele informatievoorziening was destijds niet altijd voldoende en op tijd. Er was in de toenmalige organisatie ook niet altijd voldoende duidelijkheid over verantwoordelijk- en bevoegdheden. Ook dat heeft invloed gehad op de beheersing van kosten.

Er is door het accountantsbureau dan ook kritisch gekeken naar de gemeentelijke organisatie, die verantwoordelijk is geweest voor dit project. Dat heeft de conclusies bevestigd, die voor de gemeente al eerder aanleiding zijn geweest om de organisatie aan te passen in 1992. Onder meer via een uitgebrachte Nota Grondbeleid.

Reageer op dit artikel