nieuws

Groene stroom Cuijk krijgt Europa’s grootste biomassacentrale

bouwbreed Premium

Vanaf halverwege 1999 verstookt een biomassacentrale in Cuijk jaarlijks 250.000 ton houtsnippers en wekt daarmee 25 MegaWatt energie op. De centrale van Cuijk is daarmee de grootste van Europa. De Noord-Brabantse energieproducent PNEM werkt sinds 1995 aan het project. Naar verwachting begint de bouw deze maand. Siemens (elektrotechniek) voert het werk uit in consortium met Heijmans (bouw) en Kvaerner (ketel).

De realisatie vergt een investering van zo’n f. 100 miljoen.

De energie-opbrengst van ‘Cuijk’ beloopt circa 1,5 procent van de totale elektriciteit die Noord-Brabant verbruikt. In 2000 moet 2,8 procent van de geleverde elektriciteit uit duurzame bron komen. “Het is geen demonstratieproject”, legt PNEM’s projectleider duurzame energie, ing. Rob Remmers, uit. “Het gaat er namelijk niet om te onderzoeken of de wervelbedverbranding waarvoor is gekozen, aan de verwachting voldoet. Deze technologie functioneert in Zweden en Finland al ruim een kwart eeuw naar behoren. Daarmee krijgen we een probleemloze centrale die doorlopend een substantiele bijdrage aan de duurzame energie levert. Tevens willen we de markt voor de biomassa ontwikkelen. ‘Cuijk’ verstookt jaarlijks zo’n 250.000 ton hout.”

Staatsbosbeheer

Het hout dat de centrale gebruikt, is schoon hout omdat de PNEM anders geen ‘groene stroom’ kan leveren. Het gaat bijvoorbeeld om resten van rondhoutzagerijen. Met Staatsbosbeheer studeert de PNEM op een combinatie van energiehout en bosonderhoud. “In elk geval een aantal jaren verstoken we dunningshout uit de Nederlandse bossen”, zegt Remmers. “Staatsbosbeheer wil meer onderhoud doen en hoopt dat de verkoop van hout de kosten mede dekt.” ‘Cuijk’ ligt redelijk centraal ten opzichte van de bossen. De centrale ligt ook aan de Maashaven zodat schepen de brandstof kunnen aanvoeren. Ook dat komt het milieu ten goede omdat er minder vrachtwagens hoeven te rijden. Een derde reden bieden de potentiele afnemers van stroom. De PNEM wil op termijn ‘groene stroom’ leveren aan een papierfabriek en een fabriek voor verbandmiddelen.

Gemeente

“Het zou heel erg aardig zijn als Cuijk in elk geval in de gemeentelijke gebouwen groene stroom verbruikt”, overweegt Remmers. “Zover is het nog niet, al zijn er al wel vragen in de raad over gesteld.” De PNEM zal geen druk uitoefenen om Cuijk erop te wijzen dat een gemeente met een ‘groene’ centrale binnen de grenzen ook een zekere verplichting heeft om ‘groene’ stroom af te nemen. Niet in de laatste plaats omdat ‘groene’ stroom netto f. 0,05 cent per kiloWattuur meer kost. Voor een gemiddeld huishouden belopen de meerkosten dan zo’n f. 15 per maand. Een gemeente is beduidend meer kwijt en moet om die reden een niet onaanzienlijk bedrag in de begroting reserveren. Een bedrijf kan de ‘groene’ stroom langs de omweg van de PR nog terugverdienen; een gemeente kan dat nauwelijks.

Omgeving

Aanvankelijk kwamen vijf Brabantse gemeenten in aanmerking voor de centrale. Remmers: “Cuijk bleek de beste locatie en kreeg tijdens een vergadering van de commissie grondzaken/financien uitgelegd waarom. In de voorlaatste commissievergadering ging Cuijk in beginsel akkoord, maar wilde wel zicht op de gevolgen voor de directe omgeving. De KEMA maakte die duidelijk in een milieu-aspectenstudie. Daarin kwamen onder meer luchtemissies aan de orde, geluidsoverlast en het verwachte vrachtverkeer. Een soortgelijke aanpak moest de provincie ertoe bewegen een milieuvergunning af te geven. ‘Den Bosch’ legde in november vorig jaar de ontwerpbeschikking ter visie. Als alles goed gaat kunnen de werken deze maand beginnen.”

Werkgelegenheid

Het uitvoerend consortium levert het project, onder leiding van Siemens, over anderhalf jaar op.

Siemens ververzorgt het elektronische deel en de bijbehorende voorzieningen,

Heijmans doet het civiele werk en het Finse Kvaerner voert de ketel en de brandstoflogistiek uit. Dat alles gebeurt op het industrieterrein Have. De PNEM bebouwt ongeveer de helft van de 3 hectare terrein. Het terrein ontstond rond het eind van de jaren zeventig, begin jaren tachtig. Sinds die tijd lag de locatie van de centrale braak. “Aan de ene kant was de gemeente verguld met ons voorstel”, weet Remmers. “Aan de andere kant vond het bestuur dat de centrale niet al te veel directe werkgelegenheid bood. Zoals het er nu naar uitziet komen er niet meer dan vijf, hooguit zes mensen in dagdienst te werken. ’s Nachts gebeurt de besturing op afstand.”

Rendement

De maximale thermische capaciteit van de ketel bedraagt 80 MegaWatt. Dat betekent dat andere dan de genoemde bedrijven geen stroom kunnen afnemen wil er nog voldoende overblijven om elektriciteit op te wekken. Het netto elektrisch rendement beloopt 30 procent, wat voor een dergelijke installatie uitermate acceptabel is. Mede door de grote schaal komt het rendement van een moderne kolencentrale op 40 a 42 procent. “Kijk je naar vergelijkbare schaal en techniek zoals bij de afvaloven van Amsterdam, dan kom je op een nettorendement van 22 procent”, becijfert Remmers. “Het gemiddeld elektrisch rendement van een Nederlandse afvaloven ligt rond de 11 procent.”

Nader onderzoek in de centrale moet uitwijzen of er nog een hoger rendement in zit dan 30 procent. “Dat kan bijvoorbeeld door lage- of hogedrukvergassing, pyrolyse of door hydro-thermal upgrading”, licht Remmers toe. “In het laatste geval maak je een soort bio-olie uit hout. Vergassing is al redelijk uitontwikkeld. Gebruik van het biogas in bestaande turbines en motoren is nog een probleem. Had je daarvoor gekozen, dan had je een centrale waarvan je niet weet hoe lang die zonder onderbreking draait.”

As

Om onderbrekingen door brandstoftekort te voorkomen, reserveert de PNEM een deel van het terrein voor opslag. In twee silo’s komt 10.000 kubieke meter hout, wat voldoende is voor vier dagen productie. De as die daaruit vrijkomt moet naar de bouw gaan in de vorm van kunstgrind of als toeslagstof voor cement. “Het liefst zien we de as terug in het bos”, stelt Remmers. “Op die manier sluit de minerale kringloop. Niet iedere groenbeheerder is blij dat de mineralen terugkomen. Gemeentelijke plantsoenendiensten bijvoorbeeld zien meer in verarming van de bodem, omdat er dan minder onkruid komt. Jaarlijks komt ruim 2500 tot 5000 ton as vrij. Contracten met afnemers zijn nog niet gesloten.”

Infrastructuur

PNEM financiert de investering van f. 100 miljoen voor een groot deel met vreemd kapitaal uit bijvoorbeeld de groenfondsen. De gemeente doet financieel niet mee. Vergeleken met de andere locaties bleek de grond in Cuijk het goedkoopst. De infrastructuur voor de energie was al grotendeels aanwezig.

Een jaar of vier, vijf gele den moest er nabij de locatie een gasgestookte warmte/kracht-centrale komen. In die tijd deed zich een overcapaciteit aan elektriciteit voor en werd een aantal projecten geschrapt. “Nieuw aanleggen zou mede door een wateroverspanning erg begrotelijk uitvallen”, rekent Remmers voor. “De aanwezigheid van het netwerk was eigenlijk de vierde reden om voor Cuijk te kiezen.” Alle kabels liggen ondergronds. In Nederland liggen vrijwel alleen de leidingen voor 110 tot 150 kilovolt boven de grond. In het geval van Cuijk transporteren de leidingen 10 kilovolt.

Offerte

In maart 1996 besteedde de PNEM de bouw Europees aan en ontving vijftien inschrijvingen. Vier inschrijvers konden een offerte indienen. “Financieel zat er weinig verschil tussen de aanbiedingen”, constateert Remmers. “De stooktechnologie toonde meer variatie. Een partij stelde een roosteroven voor, terwijl de andere meer in wervelbedovens zagen.

Zodra de vergunningen het toestaan wil de PNEM meer verstoken dan alleen hout. Dat is slechts een soort biomassa. Te denken valt ook aan zonnebloempitten, cacaodoppen, stro en bermgras; evenals aan papiersnippers. Grasachtige materialen leveren bijvoorbeeld het probleem op dat de as sintert, terwijl hout voor 98 procent verpulvert. In het eerste geval ontstaan slakken. De installatie van Cuijk voert de slakken automatisch af. Onderzoek moet uitwijzen hoe je met andere materialen kunt stoken. Moet je er pellets van maken of kun je dat gewoon bijmengen. In dat opzicht is de centrale wel een proefproject.”

Maatregel

Tot nog toe verstoken alleen kleine(re) installaties biomassa. Te denken valt aan timmerfabrieken die zelf houtresten verbranden voor de verwarming. Eerder liet een houtverwerkend bedrijf in Schijndel een warmte/krachtinstallatie plaatsen die de houtresten in energie omzet. Dergelijke ondernemingen maken een berekening van wat afvoer en wat zelfverwerking kost. Als zulke installaties ook elektriciteit leveren, en als dat meer is dan het bedrijf verbruikt, dan is de PNEM verplicht die in te kopen. Dat gebeurt al met de energie uit windturbines op boerenerven. Die maatregel moet derden ertoe aanzetten duurzame energie op te wekken. Het vermogen dat op die manier wordt ingekocht is evenwel marginaal op het Brabantse totaal van zo’n 1800 MegaWatt.

Reageer op dit artikel