nieuws

Compacte stad de deur uit

bouwbreed Premium

De compacte stad-gedachte is verleden tijd voor VROM. De door minister Margreeth de Boer zo fel verdedigde formule is niet langer onderdeel van het beleid. Dat deelde staatssecretaris Dick Tommel tussen neus en lippen door mee. “Compacte stad zegt namelijk alleen iets over grootte en niets over kwaliteit. En we gaan de komende jaren voor de kwaliteitsslag.” De Boer is om, maar het is de vraag of hiermee de corridor-gedachte wordt omarmd.

Analyse

Opmerkelijk genoeg zonder er een woord over vuil te maken is de compacte stad de deur gewezen. Misschien is alleen maar de term geschrapt omdat deze inmiddels erg beladen is. Mogelijk ook staan we aan het begin van een politieke ommezwaai.

De compacte stad is al van vele kanten vaak bekritiseert en verguisd. “Achterhaald en niet vol te houden” en “in de praktijk onwerkbaar” zijn de meest gehoorde klachten. Zo spuide de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zijn kritiek in een dik rapport. De Tweede Kamer deed er afgelopen maandag bij de bespreking van de actualisering van de Vinex nog een schepje bovenop.

De meest recente aanval kwam gisteren van de Sociaal-Economische Raad: “De compacte stad blijkt niet meer te voldoen; het behoeft aanvulling met een visie op de inrichting van ruimte om de stad. Corridorvorming en bundeling van vervoersstromen moeten meer in samenhang worden gebracht met de compacte stad.”

Waar staat of beter gezegd stond de compacte stad nou precies voor? De compacte stad heeft alles te maken met bouwen in enorme dichtheden aan de bestaande stad vast. Minimaal 32 huizen op een kavel. Alle uitbreidingslocaties en dan met name de Vinex zijn op die manier opgezet.

Na een bezoek aan de Vinexlocaties Regenboogwijk in Almere, de Tol in Vleuten en Nieuwland in Amersfoort maakte Leo Kokhuis, directeur-generaal Volkshuisvesting VROM de opmerking dat “het best allemaal aardig is. Maar ik heb toch wel ernstige twijfel of dit over een jaar of vijftien nog wel voldoet. Zeker als de economie zo doordraait, is dit niet wat de consument zal willen.”

Maar wat wil die consument dan wel? Ruimte en kwaliteit is het antwoord als we de rapporten over Nederland in 2030 volgen. Maar dat is toch wel erg in strijd met het idee om zuinig om te gaan met open ruimte. Dat standpunt blijft zeker een speerpunt in het beleid van VROM: zuinig omgaan met de spaarzame ruimte verzekert Tommel.

Maar hij gruwt van de loze ruimtes die in ruime mate in jaren vijftig en zestig wijken te vinden is. “Zonde, wat een verspilling als je niets doet met die ruimte.” Het antwoord ligt dus voor een deel in de herstructurering. Daar moet functioneel worden omgegaan met de openbare ruimte en dan geen simpele opknapbeurt, maar een rigoureuze aanpak. Een andere invulling van de Vinex lijkt voor alsnog niet ter sprake te komen. Aan gevarieerder bouwen, werken een aantal gemeenten erg hard. Het succes van variatie is meestal alleen te danken aan een enthousiaste ambtenaar die het project van de grond mag tillen en een wethouder die de ambtenaar door dik en dun steunt.

Dat is geen brede basis voor de ontwikkeling van een half miljoen nieuwe huizen. Want als die ambtenaar en wethouder ontbreken, is het maar afwachten wat er op de locaties verschijnt. En als vanzelf doemt dan toch weer het beeld op van lange rijtjeshuizen in veelvoud geproduceerd. Maar voorlopig gaat alles wat nu wordt geproduceerd nog als warme broodjes over de toonbank…

Reageer op dit artikel