nieuws

Voor werknemers is bouw geen duiventil Bedrijfsbinding beloopt nu al gemiddeld negen jaar

bouwbreed Premium

Nog altijd heeft de bouw het image van een bedrijfstak waarin nauwelijks kan worden gesproken van enige bedrijfsbinding. De bedrijfstak zelf is trouwens ook die mening toegedaan. Ten onrechte, zo lijkt een onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid uit te wijzen.

De bouw zelf heeft altijd volgehouden dat de bedrijfstak er een is, waarin wisseling van bedrijf door bouwplaatspersoneel aan de orde van de dag is. En wel in zodanige mate, dat er bijvoorbeeld niet is te beginnen aan het per bedrijf bijhouden van vakantierechten en uitbetalen van vakantiegeld. En dus werd dit niet per onderneming, maar collectief geregeld.

Toch blijkt een bouwvakarbeider gemiddeld negen jaar bij hetzelfde bedrijf te werken en is hij gemiddeld zeventien jaar aan de bedrijfstak bouw verbonden.

Onderaannemers

Het EIB, dat bedrijf- en bedrijfstakbinding nu al weer voor de negentiende keer heeft onderzocht, constateert dat de bindingsduur van werkenden bij hoofdaannemers zowel als bij onderaannemers geleidelijk steeds verder toeneemt.

Bij hoofdaannemers is die binding nog het grootst met gemiddeld 10 jaren tegenover 8,1 jaar bij onderaannemers.

Wel merkt het EIB op dat de gemiddelde bedrijfsbinding van werkenden bij onderaannemers toeneemt. Daaraan verbindt men de conclusie dat onderaannemers de laatste jaren blijkbaar meer dan voorheen in staat zijn hun werknemers een onafgebroken en langdurig dienstverband aan te bieden.

Al zo’n 25% van de bouwvakarbeiders, of wel zo’n 90.000 mensen, zijn nu in dienst van onderaannemers en nog eens 10% van het totale bestand aan bouwplaatspersoneel werkt bij een bedrijf dat afwisselend de rol van hoofdaannemer en onderaannemer vervult. Dat moet dan vooral gelden voor metselaars omdat niet minder dan de helft van deze beroepsgroep in dienst van onderaannemers is. Voor timmerlieden daarentegen geldt dat 87% het vooral bij hoofdaannemers zoeken.

Gevolg werkloosheid

Verandering van werkplek heeft niet uitsluitend te maken met verbetering van positie of verdienste. Ook de totale werkgelegenheid voor een bedrijfstak is daarop fors van invloed.

Van het bouwplaatspersoneel, dat tussentijds niet werkloos is geweest, verandert 6% van bouwbedrijf. En van hen die wel enige tijd werkloos zijn geweest, verandert 30% van werkkring. Dat betekent dat elk jaar een groot deel van degenen die werkloos zijn geweest weer bij hetzelfde bedrijf aan de slag gaat waarbij men werkloos is geworden.

Jaarmodel

Bij vermindering van de werkvoorraad wordt personeel ontslagen dat bij toenemende orders weer wordt aangenomen. Aan deze zogenaamde ‘parkeerwerkloosheid’ wordt de laatste jaren het nodige gedaan. Zo is in de wegenbouw een bescheiden begin gemaakt met het jaarmodel-gww, dat bedoeld is het personeel het hele jaar aan het bedrijf te binden, ook als er door seizoeninvloeden minder werk voorhanden is. Hetzelfde idee en met vooralsnog meer deelnemers werd eerder al in de schildersbranche opgezet.

Reageer op dit artikel