nieuws

Van Dok: ‘Klagen maar’ Baggeraars gebaat bij uitbreiding klachtenlijn

bouwbreed Premium

“En nu maar klagen.” Met deze woorden ‘vierde’ staatssecretaris van buitenlandse handel, Anneke van Dok-van Weele, de uitbreiding van het klachtenloket van haar ministerie.

Hier kunnen bedrijven klagen over handelsbelemmeringen binnen de Europese Unie. Sinds gisteren is deze mogelijkheid uitgebreid tot de hele wereld. Vooral de baggeraars kunnen daar profijt van hebben.

Hoewel 80% van de export van Nederlandse bedrijven plaatsvindt binnen de Europese Unie, is het van belang dat het klachtenloket zijn activiteiten wereldwijd heeft uitgebreid. Want ondanks het feit dat 130 landen de GATT-akkoorden en de akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hebben getekend, blijken er in de praktijk nog tal van handelsbelemmeringen te worden opgeworpen.

Zo kennen de Verenigde Staten geen handelsbelemmeringen. Een baggeraar kan rustig inschrijven op een werk langs de Noord-Amerikaanse kust. Uitvoeren wordt echter onmogelijk dankzij de Jones-Act. Deze regelt, om redenen van landsverdediging, dat geen buitenlandse schepen langs de Amerikaanse kust mogen varen. De baggeraar die denkt zijn sleephopperzuiger bij de kust te kunnen inzetten, komt dus bedrogen uit.

Ook Canada heeft de WTO-regels onderschreven. In de bijlagen maakt het land echter een uitzondering voor onder meer civiele werken. De woningbouwer kan dus rustig in Canada aan de slag, maar zal dat niet doen. De bruggenbouwer die wel wil, kan nauwelijks.

Binnen Europa is trouwens ook nog lang niet alles koek en ei. Dat blijkt alleen al uit de cijfers over het aantal klachten dat vorig jaar bij de klachtenlijn is ingediend. Ruim 50 klachten, waarvan bijna de helft gegrond bleek. De meeste daarvan gingen over Duitsland en de meeste daarvan weer over Noord-Rijn-Westfalen.

Zo haalde mr. I.M. de Jong van de Nederlandse ambassade in Bonn het voorbeeld aan van de aanbesteding van overheidswerken in Duitsland. De interpretatie van de tendercriteria was bevooroordeeld, de wettelijke juridische procedure voor de behandeling van klachten zou door Kafka verzonnen kunnen zijn en liet buitenlandse klagers meestal in de kou staan. Sommige Duitse opdrachtgevers leken buitenlandse aanbieders vooral te gebruiken om Duitse bedrijven in na-onderhandelingen uit te knijpen. Zo ongeveer werkte dat een paar jaar geleden in Duitsland.

Theorie en praktijk

Deze en legio andere protectionistische voorbeelden geven aan dat er een groot verschil is tussen de (EU- en WTO-)theorie en de praktijk.

Reden voor Van Dok om exporterende bedrijven op te roepen vooral bij de klachtenlijn aan te kloppen. “Als wij niet weten wat er aan de hand is, kunnen we er niets aan doen.”

VNO-NCW-voorzitter Hans Blankert kon zich voorstellen dat bedrijven soms drempelvrees hebben. Die zijn bang dat zij de volgende keer niet meer in aanmerking komen voor een buitenlandse opdracht of nog meer worden tegengewerkt. “Die bedrijven proberen het zelf op te lossen. Maar dat blijven noodoplossingen en lapmiddelen”, aldus Blankert.

Ook hij vindt het noodzakelijk dat de Nederlandse overheid en de Europese Commissie op de hoogte zijn van handelsbelemmeringen. “Dat helpt bij de onderhandelingen met die landen.”

Klachtenloket Europese en Wereldmarkt, tel.: 070-3796342, fax: 070-3797014, e-mail: klachtenloket.eu-wereld@minez.nl

Reageer op dit artikel