nieuws

Over mannen, vrouwen en de ruimtelijke omgeving Europees parlementarier Nel van Dijk weet waarover ze praat

bouwbreed Premium

Vrouwen in de bouw moeten niet bang zijn om hun mond open te doen. Ze moeten lef hebben en doorzettingsvermogen. Moeilijk hebben ze het zeker, want er zijn niet voldoende vrouwen in de bouw om macht te ontwikkelen. Maar er zijn altijd vrouwen die de taboes toch doorbreken en het gewoon doen. “Ik raad alle vrouwen die nu een studie of opleiding volgen aan, gewoon in de bouw te gaan werken en niet weg te lopen.”

Dat advies komt van Nel van Dijk, lid van het Europees Parlement en voorzitter van de Commissie Rechten van de Vrouw. “Als de heren iets bespreken wat vrouwonvriendelijk is, moet je reageren en zeggen: ‘waar zijn jullie mee bezig’. Vrouwen moeten niet bang zijn, niet weglopen en ook niet meegniffelen. Ik heb zelf ook altijd een grote mond gehad. Anders was ik niet in het Europese Parlement terecht gekomen.”

Van Dijk weet waar zij over spreekt. Zelf heeft zij onder andere tien jaar bij een ingenieursbureau voor stalen buizen gewerkt. Vanwege haar deskundigheid is zij door de Finse ombudsman voor gelijke behandeling gevraagd om te spreken op het congres ‘Eurofem, Gender and Human Settlements’, over mannen, vrouwen en de ruimtelijke omgeving. Het is het vervolg op het congres ‘Emancipation, Planning, Housing and Mobility in Europe’, dat in 1994 werd gehouden in Driebergen, door de Sectie Emancipatie in de Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting van het NIROV te Den Haag.

Onderbelicht

“Het onderwerp vrouwen en bouwen is binnen de vrouwenbeweging altijd een beetje onderbelicht gebleven. Ook in de discussie over de ruimtelijke ordening krijgt het niet genoeg aandacht”, aldus Van Dijk. “Het is een belangrijk onderwerp, dat makkelijk wordt vergeten. Maar als je van vrouwen verwacht dat ze zelfstandig werken en voor zichzelf zorgen, moet je omstandigheden scheppen waarin zij dat veilig kunnen doen. Hier en daar worden wel maatregelen genomen, maar het is onvoldoende. In Duitsland bijvoorbeeld worden in parkeergarages en langs autosnelwegen parkeerplaatsen gereserveerd voor vrouwen, dichtbij de uitgang.”

In de stedenbouw zou veel moeten veranderen. De veiligheid van vrouwen is gebaat bij een goede openbare verlichting en het ontbreken van onveilig groen. Omdat zij meestal voor de kinderen zorgen en niet over een auto beschikken, hebben vrouwen belang bij een goed geregeld openbaar vervoer en een actief fietsbeleid. Voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen moeten binnen het bereik van de woonomgeving liggen. Gebouwen moeten toegankelijk zijn voor mensen met kinderwagens. “Als dat het geval is, zijn ze meestal ook toegankelijk voor invaliden en ouderen”, aldus Van Dijk.

De politiek moet het mannen en vrouwen mogelijk maken om werk en de zorg voor kinderen en huishouden te combineren. “Daarvoor moet het belastingstelsel worden aangepakt. Het huidige stelsel bevordert nog altijd een situatie waarin een van de partners stopt met werken. Dat is meestal de vrouw, want die verdienen in Europa gemiddeld nog steeds 30 procent minder dan mannen. Bovendien moet er voor een goede kinderopvang worden gezorgd. Dat is nu veel te willekeurig geregeld in de cao’s. Sommige cao’s sluiten vaders uit van kinderopvang, dat is werkelijk een schandaal”, vindt Van Dijk.

Als de voorwaarden zijn geschapen kunnen vrouwen aan het werk, bijvoorbeeld in de bouw. Daar komen ze dan in een mannenomgeving terecht. “Mijn ervaring is, dat je als vrouw gauw wordt gezien als secretaresse of koffiejuffrouw en dat je ook als zodanig wordt behandeld”, aldus Van Dijk. “De mannen uiten zich vaak vrouwonvriendelijk. Onder elkaar gebruiken ze platte taal en hebben ze allerlei klachten over hun vrouwen.”

Vrouwen moeten zich op het werk veilig kunnen voelen. Eigenlijk zou elk bedrijf een vertrouwenspersoon moeten hebben, waar ze terecht kunnen als ze seksueel lastiggevallen worden. De brancheverenigingen zouden dat voor de kleine en middelgrote bedrijven kunnen verzorgen.

Terugdeinzen

Volgens Van Dijk moeten vrouwen niet voor de problemen terugdeinzen. “Zolang er geen vrouwen op de steigers staan, komt er van verandering weinig terecht”, stelt zij. “Ook moeten ze deel kunnen nemen aan de besluitvorming. Het is belangrijk, dat er vrouwen in de top komen. In de bouw is het daarmee wel het treurigst gesteld van overal. Op Europees niveau loopt er een actieprogramma voor gelijke kansen. Ik heb het liever over gelijke behandeling, want aan gelijke kansen heb je niet veel als je ongelijk wordt behandeld. Het blijft anders te theoretisch, en dat is niet voldoende.”

Van Dijk vindt het bemoedigend, dat vrouwen tot dertig jaar inmiddels gemiddeld beter zijn opgeleid dan mannen. “Dat er zoveel vrouwen studeren, is nieuw. Maar tot nog toe krijgen ze na hun studie kinderen en stoppen met werken. Ze specialiseren zich niet. Dat moet veranderen.”

Mannen

De gelijke behandeling van vrouwen in de bouw vraagt ook een inspanning van mannen. Van Dijk: “De mannen moeten bij sollicitaties van vrouwen niet teveel kijken naar het arbeidsverleden. Vrouwen lopen bijna altijd achter. Mannen moeten niet stiekem toch de man voortrekken, als er nauwelijks verschil is tussen een vrouwelijke en een mannelijke kandidaat. Het probleem is, dat er nauwelijks controle mogelijk is op het aanname- en promotiebeleid, omdat het afwijzen van vrouwen niet openlijk gebeurt. Ondernemingsraden zouden hier verbetering in kunnen brengen”, aldus Van Dijk.

Mannen moeten niet alleen lippendienst bewijzen aan de gelijke behandeling, maar ook echt iets doen. De overheid zou het voortouw moeten nemen. “Politiek is in verhouding een vrouwvriendelijk bedrijf. Het is voor een vrouw makkelijker om minister van VROM te worden, dan directeur van een bouwbedrijf.”

Bewustzijn

“Het bewustzijn van de gelijke behandeling moet nog doorbreken, dat geldt zeker voor de bouw. Dat gebeurt niet alleen maar doordat vrouwen hun mond opendoen. Gelukkig zijn er steeds meer mannen die het snappen, en bereid zijn om te helpen. Er zitten bijvoorbeeld enkele actieve mannen in de Commissie Rechten van de Vrouw. Voldoende is het nog niet. Bedrijven moeten beseffen, dat de bevolking afneemt en dat zij niet om afstuderende vrouwelijke ingenieurs heen kunnen. Het wordt belangrijk om vrouwen in huis te krijgen en te houden”, vindt Van Dijk.

Het is een breed terrein, vrouwen en de bouw. Het gaat om de omgeving waarin vrouwen leven en werken. Het gaat ook om de besluitvorming, in de politiek en in de bedrijven. Het onderwerp strekt zich uit van ontwerpen tot uitvoeren, van architectuur tot ruimtelijke ordening, van gebouwen tot vervoer. Teveel om in een enkele lezing samen te vatten. “Ik weet nog niet precies wat ik ga zeggen. Dat weet ik pas kort van te voren. Zo gaat dat in de politiek”, besluit Van Dijk.

Nel van Dijk, lid van het Europees Parlement en voorzitter van de Commissie Rechten van de Vrouw.

Het congres ‘Eurofem, Gender and Human Settlements’ vindt plaats van 10 tot en met 12 juni in het Aulanko Congres Center te Hameenlinna in Finland. Informatie is te verkrijgen bij TSG-Congress Ltd te Helsinki, telefoon 00 358 9 628044, fax 00 358 9 667675, e-mail info0326tsgcongress.fi, of via de homepage http:// www.htk.fi/hml/Eurofem.

Reageer op dit artikel