nieuws

‘Na een paar droge winters pakt de Rijn je terug’ Alleen bijna-calamiteiten zorgen voor hoogwaterbesef

bouwbreed Premium

Het begrip voor noodzakelijke werken in het rivierengebied hangt kennelijk af van bijna-calamiteiten, overwegen ir. Sander Prins en ir. Cor Jol van Rijkswaterstaat-Oost Nederland. “Het hoogwaterbesef zakt na een paar droge winters, terwijl statistisch gezien de kans op zo’n hoogwater hetzelfde blijft. Het project ‘Ruimte voor Rijntakken’ probeert dat de burger duidelijk te maken.

De afvoer van de Rijn wisselt door de regen die in het stroomgebied van de rivier valt. Dat kan aanzienlijke gevolgen veroorzaken omdat de Rijn in de afgelopen eeuwen steeds minder ruimte kreeg. De hoogwaters leren Nederland zuinig om te gaan met de ruimte die nu nog in het rivierbed zit.

“Want af en toe pakt zo’n rivier je terug”, waarschuwt leider ir. C. Jol van het Waterstaatproject ‘Ruimte voor Rijntakken’. In de afgelopen decennia kwam nogal wat van die ruimte in gebruik. Hoogwatervrije terreinen in de uiterwaarden bieden inmiddels plaats aan woningen of fabrieken. Niet in de laatste plaats omdat deze wijze van bestemmen de minste planologische problemen veroorzaakt.

Het water stroomt tegenwoordig sneller dan toen Nederland nog een echt deltagebied was. Tegelijk stijgt de waterspiegel omdat ‘weerstanden’ in de rivier de snelheid afremmen. “Snelheid is immers het debiet gedeeld door het oppervlak”, rekent Jol voor. “Door de snellere stroming wordt de afvoergolf steiler en dus ook hoger. Dat gebeurt in de hele loop van de rivier en veroorzaakt vooral benedenstrooms overlast. De rivier mag dus niet veranderen in een betonnen goot met zo min mogelijk weerstand.”

Waterstand

Er bestaan diverse mogelijkheden om de waterstand te verlagen. Projectmanager Interreg ir. S. Prins denkt dan aan verlaging van de uiterwaarden, nevengeulen graven, zomerkaden en hoogwatervrije terreinen verwijderen en dijken landinwaarts leggen.

“Het effect van deze maatregelen verschilt per riviervak. De vierde nota waterhuishouding stelt dat het graven van nevengeulen en het verlagen van uiterwaarden de natuurontwikkeling bevordert. De rivieren behoren immers tot de Nederlandse ecologische hoofdstructuur. De steenfabrieken kregen een aparte positie in de beleidslijn ‘Ruimte voor de rivier’. De Tweede Kamer laat daarmee alleen riviergebonden functies toe.”

De vierde nota waterhuishouding gaat meer dan de derde in op de veiligheid. Aanleiding daarvoor geven volgens Jol de hoogwaters van 1993 en 1995. Voordien bestonden er al afspraken over natuurontwikkelingsprojecten. Die mochten de waterstand echter niet wijzigen. De natuurprojecten die nu in voorbereiding zijn, moeten het water de noodzakelijke ruimte bieden. Het project is vooral een planstudie naar maatregelen die tussen 2000 en 2015 tot uitvoering komen.

‘Brussel’

“Parallel daaraan doen zich in het winterbed kansen voor om de waterstand te verlagen met relatief eenvoudige maatregelen met een relatief groot rendement”, zegt Prins.

“En dat onderkent ook ‘Brussel’. De EU stelde onder de noemer Interreg Rijn-Maasactiviteiten een gezamenlijk uitvoeringsprogramma vast. Het bijbehorende budget van ECU140 miljoen moet de problemen van het hoogwater oplossen. Dat geld moet snel worden besteed. En dat lukt want er bestaat intussen zicht op een aantal werken. Die moeten voor het einde van 1999 uitvoeringsgereed worden gemaakt. Daarna kunnen de werken daadwerkelijk beginnen.”

Bij de projecten gaat het onder meer om de Munnikedamsedijk nabij Slot Loevestein landinwaarts te leggen. Dit bestaande dijkvak wacht nog op verbetering. Te denken valt ook aan een dijkvak bij Westervoort op het splitsingspunt van de IJssel en de nederrijn nabij Arnhem.

Aarden baan

De Gelderse hoofdstad beschikt hier over diverse hoogwatervrije terreinen. Voor aanpak komt ook de spoorbrug nabij Oosterbeek in aanmerking. Een aarden baan vormt daarvan de noordelijke oprit. Die veroorzaakt nogal wat opstuwing. Vervanging door bijvoorbeeld een aanbrug schept betere mogelijkheden de waterstand te beheersen. Rond Wageningen vergen veerwegen aandacht.

Het uitvoeringsgereed maken van deze werken vergt bijvoorbeeld het overleg met de overheden en bewoners van de betrokken gebieden. In sommige gevallen gaat het ook om het opstellen van een mer-procedure. Rijkswaterstaat wil volgens Jol en Prins niet de indruk wekken dat de plannen al lang en breed gereed zijn en alleen maar op het juiste moment uit de map komen. “Oftewel: de betrokken moeten deel worden van het probleem waar wij voor staan zodat in consensus een oplossing kan komen.”

Rijkswaterstaat wil voor het einde van 1999 de consensus voor de Interreg-projecten bereiken. De dienst Oost-Nederland benadert daarvoor reeds de provincie, gemeenten en waterschappen om de knelpunten in hun gebied door middel van een samenwerkingsverband op te lossen.

Een adviesgroep behartigt de belangen van de niet-overheden. Bij de dijkverbeteringsprojecten werkte deze aanpak volgens Prins uitstekend. “Als het niet mocht lukken dan zijn de Brusselse centjes weg maar het plan blijft overeind. Brussel en de Nederlandse overheid beseffen dat ook en doen er alles aan de gestelde datum te halen.”

Regenwater

Het Brusselse programma geldt niet alleen voor het gebied tussen de winterdijken. Het voorziet ook in maatregelen in het stroomgebied. In het verleden zijn er nogal wat beken rechtgetrokken en nam het verhard oppervlak aanzienlijk toe. “Regenwater stroomt dus binnen de kortste keren de rivier in”, zegt Prins. “Het water moet dus langer op het land blijven en bij voorkeur in het bovenstroomse gebied. Dat kan bijvoorbeeld door de aanleg van retentiebekkens. Het winterbed beschikt over te weinig bergende capaciteit. Duitsland overweegt nu diverse retentiebekkens aan te leggen. Voor Nederland zijn die bekkens des te effectiever naarmate ze dichter tegen de grens liggen.”

De toestand in Duitsland bepaalt hoeveel water de Rijn bij Lobith in Nederland brengt. Zo ontstond volgens Jol langs de Rijn en de bijbehorende zijrivieren een enorme urbanisatie met veel verhard oppervlak. Wanneer dan ook nog eens het klimaat verandert waardoor bijvoorbeeld de winters natter worden en de regenbuien met een grotere intensiteit vallen, dan stijgt de afvoer nog verder.

“Of het klimaat inderdaad verandert, daar bestaat geen eenduidige zekerheid over. Het rivierenbeleid moet daar evenwel nu al rekening mee houden. De dijken zijn ontworpen voor een overstromingskans van 1 op 1250. De bijbehorende afvoerpiek hebben we sinds mensenheugenis nog niet waargenomen. Bij de waarnemingen sinds 1900 horen kansen en die kun je extrapoleren en de afvoerpiek berekenen die bij een kans van 1 op 1250 hoort.”

Waarnemingen

De inzichten hangen af van de waarnemingen. Het inzicht neemt steeds verder toe. In 1993 en 1995 deden zich twee hoogwaters voor. Volgens de statistiek konden die met een kans van 1/70 per jaar voorkomen. Eerder gebeurde dat in 1926.

“Het hoogwater van ’93 was dus statistisch te verwachten,” benadrukt Prins. “Dat het twee jaar later opnieuw gebeurde, was zeldzamer. Maar als je die twee hoogwaters aan de meetreeks toevoegt dan ziet die er weer wat anders uit. Het hoge water oefende daar nogal wat invloed op uit. Deze eeuw was dat immers nog maar een keer voorgekomen. Het gevolg daarvan is dat we onze verwachting voor de afvoer bij een kans van 1 op 1250 moeten aanpassen.”

“De Wet op de waterkering voorziet in een vijfjaarlijkse herijking. Zodoende kom je voor 2000 uit op 16.000 kubieke meter per seconde.”

“We houden bij ‘Ruimte voor Rijntakken’ rekening met 16.000 kubieke meter water die per seconde bij Lobith het land binnenkomt”, licht Jol toe. “De ontwerpnorm voor de dijken ging uit van 15.000 kubieke meter per seconde. Duitsland wil met het actieplan hoogwater in gezamenlijk overleg eraan meewerken de vloedgolf die eraan komt, af te vlakken.

Een samenwerkingsverband van de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de waterschappen voert daarvoor overleg met de overheden in Noordrijn-Westfalen. Dat is de regionale variant op de internationale Rijnconferentie. In het laatste geval zijn afspraken gemaakt over rivierverruimende maatregelen.

Reageer op dit artikel