nieuws

Hoe zit het met mijn vruchtgebruik-testament?

bouwbreed Premium

Ik ben DGA (58 jaar) van een aannemingsbedrijf, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Wij hebben twee kinderen; mijn opvolger Jan (30 jaar) en dochter Ina (25 jaar). In 1990 heb ik mijn testament gewijzigd in een vruchtgebruik-testament. Dat was fiscaal het meest aantrekkelijk. Nu hoorde ik onlangs dat met de invoering van de nieuwe aanmerkelijk belang (AB) wetgeving per 1 januari 1997, een vruchtgebruik-testament niet meer optimaal is. Hoe zit dat precies?

Bij een vruchtgebruik-testament krijgt uw echtgenote bij uw overlijden het vruchtgebruik van de nalatenschap en uw kinderen het bloot eigendom. Stel dat de nalatenschap bestaat uit een pakket AB-aandelen met een waarde van f. 1 miljoen, dan erft uw vrouw (60 jaar), gebaseerd op haar levensverwachting en normen in de successiewet circa f. 600.000 en uw beide kinderen ieder f. 200.000.

Het voordeel van een vruchtgebruik-testament is dat er een spreiding plaatsvindt van de nalatenschap. Door die spreiding is de heffing successierechten volgens de progressieve tabel die oploopt van 5% tot 27% ook lager. Bij het overlijden van uw vrouw, gaat haar vruchtgebruik-erfdeel van f. 600.000 belastingvrij over naar de kinderen. Om die reden was het vruchtgebruik- testament zo populair.

Nieuw regime

Per 1 januari 1997 is het AB-regime gewijzigd en kan dividend worden uitgekeerd tegen 25% eindheffing. Maar in de wet is een uitzondering gemaakt voor vruchtgebruikers. Zij moeten over AB-dividend gewoon progressief inkomstenbelasting blijven betalen. De wetgever vindt dat er maar een AB-aandeelhouder kan zijn van een onderneming – namelijk de bloot eigenaar(s) en niet de vruchtgebruiker.

Uw vrouw kan als vruchtgebruikster van een AB-pakket van f. 600.000 ook daarvan de vruchten genieten. Zij kan aan zichzelf dividend uitkeren. Dat dividend is bij haar volgens het progressieve tarief inkomstenbelasting belast, oplopend tot 60% in plaats van 25%.

Met name als uw vrouw dividend nodig heeft, bijvoorbeeld voor haar levensonderhoud, is er een groot probleem. In uw situatie zitten uw beide kinderen bij uw overlijden wel in het AB-regime. Zij zouden de geerfde aandelen zelfs tegen 25% eindheffing kunnen verkopen. Voor uw vrouw als vruchtgebruikster verandert er niets, vergeleken met het oude regime.

Als u wilt dat ook uw vrouw zowel bespaart op de successierechten als op de inkomstenbelasting over het dividend uit de bv, moet uw vruchtgebruik-testament worden gewijzigd. Er zijn verschillende alternatieven, bijvoorbeeld een langstlevende testament (ouderlijke boedelverdeling). In die situatie erft uw vrouw het hele vermogen.

Zij krijgt het volle eigendom van de AB-aandelen tegen ‘schuldig erkenning’ aan de kinderen. Bij haar overlijden wordt haar schuld aan de kinderen dan eerst afgetrokken van haar nalatenschap en besparen uw kinderen successierechten. Uw vrouw kan tijdens haar leven in die situatie tegen 25% eindheffing dividend uit de bv ontvangen.

U kunt ook denken aan een testament met een keuzelegaat waarbij de langstlevende (uw vrouw) vermogensbestanddelen uit de boedel kan kiezen. Dat kan zij ook doen tegen ‘schuldig erkenning’ aan de kinderen. Maar dan zal uw vrouw over de waarde van de ‘schuldig erkenning’ rente moeten betalen.

Per 1 januari 1997 is rente in verband met AB-aandelen tegen 25% bij uw vrouw aftrekbaar. Uw kinderen ontvangen die rente, die bij hen in de top progressief tegen maximaal 60% is belast. Ook voor dat probleem is een oplossing. Overigens zit het geld waar erven successierecht van moeten betalen, vaak vast in het vermogen van de onderneming en is het gewoon niet beschikbaar.

In sommige situaties kan dit zelfs leiden tot noodgedwongen dividenduitkeringen aan erven om de successierechten te kunnen betalen en is er dus sprake van een dubbele heffing. Met een goed testament en ‘estate planning’ kan dit worden voorkomen.

*) Namen zijn fictief

Paul Schol, Moret Ondernemersservice, Arnhem. Tel. 026-32 09 561.

Reageer op dit artikel