nieuws

Handel en wandel van de Rotterdamse Beurs

bouwbreed Premium

Het Rotterdamse Beursgebouw heeft in zijn vierhonderd jarig bestaan diverse gedaanteveranderingen ondergaan. Het huidige Beurs-World Trade Center behoort nu dan wel tot de hoogtepunten van de Maasstad, zijn geschiedenis heeft ook de nodige dieptepunten gekend. Een terugblik op de handel en wandel van de Rotterdamse Beurs.

Handel drijven is een activiteit die van oudsher onder de blote hemel plaatsvind. De meest uiteenlopende goederen worden veelal beoordeeld en verkocht aan de hand van monsters. Voor het eerste Beursgebouw, dat in 1597 bij het Haringvliet werd gebouwd, was goed daglicht dan ook de eerste vereiste.

Dat zou later tevens gelden voor het eerste, grote Beursgebouw dat in 1763 nabij het huidige Station Blaak gereed kwam. De Rotterdamse schilder Adriaan van der Werff kreeg de opdracht “een ordentelijk sieraad ten dienste van de commercie” te ontwerpen.

Hij voorzag het classicistische beursgebouw, dat een tijdelijk houten onderkomen verving, van een binnenplaats waar niet alleen handelaren kwamen. Deze, later overdekte, plaats leende zich uitstekend als exercitieveld. Omdat na verloop van tijd ook de Kamer van Koophandel hier moest worden ondergebracht, werd het gebouw uiteindelijk te krap en moest er omgekeken worden naar een nieuwe behuizing.

Voor de vervangende nieuwbouw werd in 1928 een prijsvraag uitgeschreven, waarbij architect J.F. Staal als winnaar uit de bus kwam. Staal beschikte al over de nodige Beurservaring, hij had onder Berlage meegewerkt aan de bouw van de Amsterdamse Beurs. Het strakke van het Nieuwe Bouwen is in de Rotterdamse versie duidelijk terug te vinden.

Op een van zijn eerste ontwerpen bedacht hij boven de ingang een markante hoektoren met tien verdiepingen, die er uiteindelijk nooit zou komen. Staals Beursgebouw verrees aan de Coolsingel en werd, evenals zijn voorganger, meer dan alleen het decor voor handel.

Zijn creatie moest volop mogelijkheden bieden voor ontspanning en plezier. Het geesteskind van Staal werd uitgerust met feestzalen en een door Staals vrouw ingericht cafe, waar ook in de oorlogsjaren de nodige afleiding te vinden was. Sommige ruimtes kenden vele gebruikers. Zo was de zaal Oscar oorspronkelijk ontworpen als concertzaal voor 600 mensen. Later zou het getransformeerd worden tot bioscoop, waarna het Rotterdams Philharmonisch het als oefenruimte benutte. Pas zeven jaar geleden zou het, na een verbouwing, als Internationaal Communicatiecentrum haar eindbestemming vinden.

Staal deed zijn voordeel met de mogelijkheden om grotere overspanningen van staal en glas te maken. Het daglichtprobleem werd opgelost door een 5300 m2 groot dak met honderden Thermolux-glasschijven. Staal zou de nieuwbouw nooit zien. Evenals Van der Werff overleed hij nog voordat zijn geesteskind werd voltooid.

Het huidige Beursgebouw had een ongelukkige start. Nog voor de officiele opening werd het gebouw in mei 1940 zwaar beschadigd door Duitse bommen. Door de stevige betonconstructie bleef de schade beperkt. Dat gold niet voor het beursgebouw van Van der Werff, dat na bijna twee eeuwen zodanig werd getroffen dat het niet meer te redden viel en tegen de vlakte moest.

Het Schielandshuis belicht met de mini-tentoonstelling ‘ten dienste van de commercie’ 400 jaar Beurs in Rotterdam’ aandacht aan het wel en wee van de Rotterdamse Beurs. Maquettes van de laatste twee beurzen en zwart wit foto’s uit veelal de dertiger en veertiger jaren belichten 400 jaar beursgeschiedenis.

Uit het beeldmateriaal blijkt dat bij de nieuwbouw van Staal waarmee in 1936 werd begonnen, nog veel funderingsbeton met kruiwagens gestort. Voor het interieur werden kosten noch moeite gespaard, gezien de met mahoniehout betimmerde vergaderzaal die “het gedruisch van den Coolsingel” op afstand moest houden.

De Beurs van Staal, gefundeerd op bijna 1000 Franki-palen, bleek overigens niet alleen voor handelaren een uitkomst. In de oorlog vonden velen er hun toevlucht. Het gebouw bood onderdak aan getroffen bedrijven. Onderduikers vonden er een veilig heenkomen in de kelders van het gebouw, een doolhof van gangen en pijpen.

Staals creatie zou uiteindelijk niet toereikend zijn, ook niet na de nodige vernieuwingen bij de wederopbouw en de uitbreiding in de zeventiger jaren. De laatste grote ‘doorbraak’ van de Beurs vond eind tachtiger jaren plaats naar een ontwerp van Rob van Erk van Groosman Partners.

De 60 bij 90 meter grote hal werd doorgebroken, waarbij ze de bestaande spantenconstructie zo veel mogelijk in tact lieten. Op het dak verrees een halfronde toren met groen spiegelende ruiten. De visionaire gedachte van Staal zou daarmee uiteindelijk stand houden.

Rola Johannes

De tentoonstelling ‘ten dienste van de commercie’ 400 jaar Beurs in Rotterdam is t/m 5 juli te zien in Het Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31 in Rotterdam. Met de tentoonstelling verscheen een gelijknamige boek van Koos de Gast.

Een eerste ontwerp van J.F. Staal voor het Beursgebouw aan de Coolsingel. Bron: Beurs-World Trade Center

Het derde Beursgebouw (1736-1940) aan de Blaak. De handel geschiedde grotendeels in de open lucht. De binnenplaats zou later ook dienst doen als exercitieveld. Bron: Beurs-World Trade Center

Reageer op dit artikel