nieuws

‘De geschiedenis mag zich niet herhalen’

bouwbreed Premium

Vandaag houdt het AVBB op de drempel van de 21e eeuw zijn congres over ‘Bouwen aan de stad’. Tijdens dit congres presenteert het AVBB zijn visie. De organisatie laat ook anderen aan het woord over de aspecten van vernieuwing van steden, specifiek gericht op woonwijken en stations.

Vandaag gaat het dus om de visie hoe in de volgende eeuw de grote sociale problemen van leefomgeving en veiligheid moeten worden opgepakt. Goed dat een grote maatschappelijke organisatie zich daarmee bezighoudt. Maar dat ontslaat het AVBB niet van de plicht een bredere verantwoordelijkheid te nemen voor de sociaal-economische ontwikkelingen in dit land.

Ik heb het dan over veilig en gezond werken op de bouwplaatsen en langs de wegen. Over een goed ouderenbeleid en actieve reintegratie van mensen die nu nog langs de kant staan. Over een gezonde aanwas van toekomstige vaklieden en bijscholing van werkenden om ook in de komende jaren hoogstaande producten te vervaardigen. Kortom: ik heb het dan over de investeringen die nodig zijn om het menselijk kapitaal van onze bedrijfstak op een gezond niveau te houden. Geen samenleving die het op langere duur zonder dat alles kan stellen.

Voor beide punten vragen we vandaag aandacht. We zullen AVBB-voorzitter Elco Brinkman een resolutie overhandigen van ons kader. Dat kader bereidt zich in de ochtend elders in Den Haag voor op opnieuw een ernstig conflict in de bouw.

Het is niet de eerste keer in dit cao-seizoen dat ik me als voorzitter van de Bouw- en Houtbond FNV richt tot het AVBB-bestuur. Ik deed dat ook eind vorig jaar, toen ik voorstelde dat Hans Blankert van de werkgeverskoepel VNO-NCW zou bemiddelen tussen AVBB en Conga. Ik voorzag toen een conflict dat mogelijk tijdens het cao-overleg op de spits gedreven zou worden.

Het AVBB heeft daarop niet gereageerd. Het lijkt er nu op dat het AVBB op dit punt bewust op een conflict aanstuurt. Terwijl in de cao-voorstellen van het AVBB geen enkel plan was opgenomen ter modernisering van de cao, werd dat gaandeweg als belangrijkste idee naar voren geschoven. Om het vervolgens als argument te gebruiken om niet te reageren op en te onderhandelen over de door ons ingediende voorstellen. Voorstellen die er rekening mee houden dat de overheid doelen vastlegt en aan sociale partners overlaat hoe die te realiseren.

Ik heb er aan het begin van dit artikel al een paar genoemd als uitwerking van sociaal-economisch beleid binnen onze bedrijfstak. Wel braken werkgevers twee keer het overleg af, na een zogenoemd ‘eindbod’ om de cao een jaar voort te zetten met een enkele aanpassing.

Helder: werknemers op de bouwplaatsen pikken zo’n houding van werkgevers niet. Horen ze van ons hoe de cao-onderhandelingen verlopen zijn, dan roepen ze: ‘geen woorden maar daden’.

Het lijkt alsof de geschiedenis zich herhaalt. Ik bespeur bij de voorzitter en het bestuur van het AVBB eenzelfde passieve houding ten opzichte van het cao-overleg als in 1995. Wanneer maatschappelijk organisaties in de richting van een conflict gaan, mag je van de leiding verwachten dat die zich met elkaar verstaat: of er nog wegen zijn om een conflict te voorkomen. Maar blaas dan een reeds ingepland topoverleg niet af.

Ik zie in zo’n passieve houding een groot gevaar. Het kan ertoe leiden dat het onderhandelingsproces wegdrijft van de onderhandelaars, zodat beide achterbannen met hardere eisen tegenover elkaar komen te staan. Dat is wat er in 1995 gebeurde, omdat de toenmalige voorzitter en het dagelijks bestuur ook zichtbaar afwezig waren.

Wie er zin in heeft, moet mijn artikel van toen in Cobouw er nog maar eens op naslaan. Toen dat geplaatst werd, was de staking inmiddels een feit. Nu hoop ik, wellicht tegen beter weten in, dat het niet zover hoeft te komen, als onderhandelingsdelegatie en bestuur beter luisteren naar signalen.

Mijn signaal is: kijk naar de zes punten op onze pamfletten die op de werken verspreid worden, en ga daarover serieus met onze collega’s in het cao-overleg de dialoog aan. Onze voorstellen zijn niet alleen gericht op de individuele belangen van het lid. Ze zijn tevens ingegeven door onze grote zorg om onze bedrijfstak vitaal en kwalitatief concurrerend te houden. Een bedrijfstak waar kwaliteit en zorg volle aandacht krijgen, net als de inrichting van vitale steden.

Roel de Vries, Voorzitter Bouw- en Houtbond FNV

Reageer op dit artikel