nieuws

Valkuil Duitsland Nederlandse aannemer roept vaak zelf rampen op

bouwbreed Premium

Niet zelden roepen Nederlandse bouwers zelf de problemen op die ze in Duitsland tegenkomen. Vaak gaan ze aan de plaatselijke cultuur voorbij, begrijpen niet dat mensen in een ander land ook anders denken. Een project wil dan nog wel eens anders lopen dan gedacht. En als dat gebeurt, gooien zij de kont maar tegen de krib. Andere bedrijven menen dat overal in het verenigde Europa dezelfde regels gelden die niet noemenswaardig afwijken van de regels uit eigen land. En slaan dus op die manier de plank wel eens mis.

Het buitenland let op andere aspecten dan Nederland, simpelweg omdat de wereld aan de andere kant van de grens anders is. Dat leerden bijvoorbeeld de grote Nederlandse bouwbedrijven, weet Antoon Janssen. Hij beheert in Dusseldorf de Duitse vestiging van de Brinkgroep uit Leidschendam. De betreffende aannemers trokken snel na de val van de Muur enthousiast naar Berlijn en omgeving en overzagen de problemen niet die ze daar zouden tegenkomen.

“Denk aan de Oost-Duitse cultuur en mentaliteit”, illustreert Janssen. “Die was in elk geval toen absoluut niet te vergelijken met de West-Duitse. Slechts een enkel bedrijf trok voldoende Duits personeel aan dat de contacten met de opdrachtgevers verzorgde. De meesten denken het allemaal te weten en te snappen maar passen zich te weinig aan de Duitse omstandigheden aan. En verder verkijken velen zich op de Duitse wet en regelgeving.”

Laadschop

Mis ging het soms ook, omdat bedrijven er geen rekening mee hielden dat de regio Berlijn zo’n 600, 700 kilometer landinwaarts ligt en dus een ander klimaat heeft. Ook de bodemgesteldheid wijkt aanzienlijk af. Anders dan in Nederland komt grondwater daar in lagen voor. Mede daardoor ondervonden de Nederlandse bouwers forse problemen met het waterdicht maken van kelders. Kortom: er spelen andere bouwtechnische aspecten.

Soms duiken er ook onverwachte juridische verschillen op. Zodra een Duitse aannemer voor een opdracht tekent gaat vaak meteen de bouwtijd in. Wat betekent dat een Nederlandse aannemer die vrijdagmiddag een werk krijgt, op maandagochtend met de laadschop op de locatie moet rijden. En heel vaak weet die dan niet hoe de bouwplaats eruit ziet en of hij daar wel met een laadschop terecht kan.

‘De Duitser’ maakt zich volgens Janssen niet zo druk over wat er achter het behang zit. “Als de muren maar geen geluid overdragen, aan de geldende normen voor warmte-isolatie voldoen en tochtdicht zijn. De Nederlandse giettunneltechniek wekt de vrees voor geluidsoverlast. Echter: als je kalkzandsteenwanden niet goed opmetselt ontstaan er ook problemen. Evenals wanneer de kozijnen niet goed aansluiten. Over het geheel genomen accepteert ‘de Duitser’ de Nederlandse methode zolang er maar een Duits tintje aan zit. En dat is allemaal best in te passen.”

Gezien de toestand op de Duitse markt lijkt het wellicht een beetje laat voor deze aanbevelingen. Het ligt echter in de verwachting dat die zich toch een keer herstelt. Janssen kan moeilijk schatten wanneer de conjunctuur in de gewenste richting omslaat. De meeste mensen die zich deskundig noemen op dat terrein, gaan ervan uit dat het zo rond het midden van dit jaar gebeurt. Het gaat dan vooral om Noordrijn-Westfalen. De bouwopgave van deze deelstaat komt overeen met die van Nederland. Het meeste gebeurt in het Ruhrgebied en tussen Dusseldorf en Keulen.

“Daarmee komt er ook meer zicht op de woningmarkt. Nederlandse aannemers moeten dan in staat zijn woningen van circa DM300.000 aan te bieden; een prijscategorie waarin in de bondsrepubliek niet zo’n groot aanbod is. Dat is overigens nog een behoorlijk bedrag.” Het geld gaat voornamelijk op aan de grond en de infrastructuur. De aansluitkosten liggen beduidend hoger dan in Nederland. Per eengezinswoning gaat het om DM13.000 tot DM14.000 tegen zo’n f. 3500 in Nederland. De hoge kosten houden verband met de afzonderlijke aanleg van de verschillende nutsbedrijven.

Advies

“We rekenden diverse woningbouwprojecten door en zullen de bevindingen analyseren om een advies te maken voor bouwers. Je hebt hier ook met totaal andere bodemstructuren te maken, wat zijn weerslag heeft op de grondprijs. In een van de projecten moest de riolering 7 tot 8 meter diep liggen, omdat anders het verval van het terrein niet kon worden verwerkt. In heuvelachtig terrein moet je meer keermuren bouwen wil je wateroverlast voorkomen. Over deze kenmerken denken Nederlandse aannemers te weinig na.”

Verdienen doet de aannemer volgens Janssen vooral met rationele bouwmethoden. De hoofdaannemer houdt dan alle disciplines in een hand. Daardoor kan de Nederlandse aannemer na 8, 9 maanden de eerste woning al opleveren. In Duitsland duurt dat nog steeds zo’n 5 maanden langer. Je ziet ook vaak in de bondsrepubliek dat de bouw een project bloksgewijs uitvoert. Wat er soms toe leidt dat de hele organisatie scheef loopt. Mede daardoor bestaat er wel wat interesse voor de Nederlandse aanpak. Alleen de beslissende stap voor verandering blijft uit.

Duitsland kent geen specifieke bouwkostenadviseurs. Bureaus voor bouwbegeleiding bieden wel een soort bouwmanagement maar kunnen geen gedetailleerde calculaties maken. Architecten rekenen doorgaans alleen met eenheidsprijzen per kubieke of vierkante meter uit tabellenboekjes. “Wanneer de Duitse aannemer met eenheidsprijzen en een prestatiebestek een project verwerft, moet het werk nog helemaal worden berekend. Met de hoeveelheden die bijvoorbeeld architecten opgeven, hebben ze eenheidsprijzen begroot maar ze weten niet hoeveel beton en stenen ze moeten bestellen.” Janssen laat een raming maken aan de hand van de kennis en ervaringen uit de praktijk. De kosten hangen immers af van het soort bouwsysteem en van de vraag hoe het bestelde kan worden gerealiseerd.

Janssen: “In Keulen zit nog een ander Nederlands bureau. Dat stelde meteen Duitsers aan die onder Nederlandse leiding werken. Wat betekent dat ze naar Duits model calculeren en dus niet altijd op de voordelen van de Nederlandse werkmethoden wijzen. Omdat wij ook voor de uitvoerende sector werken, krijg je meteen de werkelijkheid op tafel. Het zijn niet uitsluitend de computer en de geschatte prijzen die de bouwsom bepalen. Wellicht zit er een samenwerking met dat bureau in.”

Projectmanagement

Verdienen doet Brink in Dusseldorf nog niet, maar de vestiging weet de kosten tot nog toe goed in de hand te houden. De inhoud van de werkportefeuille en de reacties op de diensten maken een zelfstandige vestiging niet ondenkbaar. “Daar moeten dan zo’n veertig, vijftig mensen werken; anders heb je geen bestaansrecht. Om die reden gaan de gedachten ook uit naar projectmanagement. Op die manier houd je de bouwkosten in de hand en weet de opdrachtgever dat het voorgerekend bedrag van zeg DM10 miljoen uiteindelijk niet oploopt tot DM13 of 15 miljoen. Dat komt in Duitsland nogal eens voor, zodat opdrachtgevers direct al een lening van DM13 of 15 miljoen aanvragen.”

De Duitse bouwopleidingen besteden nauwelijks aandacht aan bouwkosten. Soms komen de tabellenboekjes aan de orde, maar inzicht in wat die aangeven is er vrijwel niet. Het blijft om die reden een vraag of Janssen straks mensen uit de bouwpraktijk aanstelt. Volgens hem raakten die al teveel onder de invloed van de Duitse aanpak. “Aan de andere kant kun je niet zonder, omdat de Nederlandse aannemer zich zonder hun specifieke kennis moeilijker op de Duitse markt kan handhaven. We onderhouden nu contact met de Hogeschool Keulen waar enkele professoren overwegen meer aandacht te besteden aan kostenbeheersing. Het gaat er dan niet om elk schroefje en elke spijker na te rekenen, maar om calculaties met een nauwkeurigheid van zeg 5 of 6 procent. Alleen al die basiskennis brengt de Duitse aannemer beter op weg.”

Reageer op dit artikel