nieuws

Toezicht op certificerende instanties schiet te kort

bouwbreed Premium

Het toezicht dat de Raad voor Accreditatie uitoefent op certificerende instellingen schiet tekort. Het is niet uit te sluiten dat sommige certificatie-instellingen ten onrechte certificaten op basis van ISO 9000, ISO 14001 of VCA verstrekken. Dit blijkt uit een afstudeeronderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De Raad voor Accreditatie vindt dit wat kort door de bocht.

Het onderzoek is uitgevoerd door drs Wilbert Hoogers die bedrijfskunde studeerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het is als onafhankelijk onderzoek uitgevoerd bij de Raad voor Accreditatie (RvA). Hij heeft onderzocht hoe de raad toezicht houdt op de ongeveer 50 certificerende instanties die op de Nederlandse markt actief zijn. De scriptie heeft alleen betrekking op systeemcertificatie voor bijvoorbeeld de kwaliteitszorg en de veiligheid. Basis voor het onderzoek zijn gesprekken bij 13 certificerende instellingen en meemaken van twee audits, dat zijn bezoeken aan een bedrijf door deskundigen van de certificerende instantie (auditoren) om na te gaan of volgens de minimum eisen van de norm voor het betreffende systeemcertificaat wordt gewerkt. Hoogers doet in zijn onderzoek geen uitspraken over de werkwijze bij de certificerende instanties zelf. Onderzoek uit 1994 geeft al aan dat die het nodige aanrommelen.

Houvast

Naar de mening van de onderzoeker biedt de huidige manier van auditing door de raad onvoldoende garantie voor een goedwerkende certificerende instelling (CI). Ten tijde van het onderzoek hanteerde de raad hiervoor onder meer de norm EN 45012 ‘Algemene criteria voor certificatie-instellingen die kwaliteitssysteemcertificatie uitvoeren’. Deze norm biedt te weinig houvast om de CI’s te beoordelen, omdat alleen het vermogen om audits uit te voeren wordt getoetst. Hoogers concludeert bovendien dat de auditoren van de raad te weinig ervaring hebben om de specialistische werkgebieden van de CI’s te beoordelen. Verder is de onderzoeker voorstander van het uitvoeren van audits door een CI bij zijn klant waarbij ook een auditor van de RvA aanwezig is. Dan wordt in de praktijk beoordeelt of een goede audit wordt gedaan. Dat gebeurt aan de hand van de ISO 10011 normen voor het uitvoeren van audits. Dergelijke praktijkbeoordelingen zouden minimaal een keer per jaar moeten worden uitgevoerd in plaats van eens in de vier jaar, dezelfde termijn als de geldigheid van de accreditatie.

Ir. M.H. Knaap, waarnemend directeur Raad voor Accreditatie in Utrecht, vindt tekortschieten van het toezicht van de raad “wat te kort door de bocht”. De wijze van beoordelen van student Hoogers vindt hij niet juist. Twee audits is volgens hem een te beperkt aantal om in algemeenheid te concluderen dat de auditoren van de raad te weinig kennis en ervaring hebben van de specialistische gebieden die de CI bedient. “Dan is altijd de vraag of zo’n uitlating algemene geldigheid heeft of dat het een incident betreft.

De waarnemend directeur benadrukt dat de raad sinds de oprichting in 1981 al bezig is met doorvoeren van verbeteringen in de eigen organisatie. Met het onderzoek van Hoogers zijn wel duidelijke indicaties voor verbetering verkregen. “Zijn adviezen zullen wij zeker ter harte nemen.” De raad heeft al te kennen gegeven het toezicht te willen gaan aanscherpen. Ook wil hij vaker audits gaan doen en de kwaliteit van zijn eigen auditoren beter bewaken. Vanaf 1 april gaat de Raad voor Accreditatie de certificerende instellingen beoordelen aan de hand van ISO Guide 62, een norm met meer eisen dan de nu gebruikte NEN-EN 45012.

Reageer op dit artikel