nieuws

Ontwikkelaars belangrijk bij na-oorlogse wijken ‘Gemeenten moet ze intensiever bij aanpak betrekken’

bouwbreed Premium

Gemeenten moeten woningcorporaties en projectontwikkelaars intensiever dan tot op heden is gebeurd, bij de aanpak van na-oorlogse wijken betrekken. Dat stellen 21 grote (G21) gemeenten in Nederland in een memorandum over het Grote Steden-beleid. Volgens de G21 zal het echter moeilijk zijn private partijen te activeren omdat zij “van nature geneigd zijn vooral naar het bedrijfsrendement te kijken en pas later naar het maatschappelijke rendement”. Volgens de Neprom neemt echter de belangstelling van ontwikkelaars in bestaand stedelijk gebied hand over hand toe.

Gisteren kreeg premier Kok in Zwolle van de 21 middelgrote gemeenten die vallen onder het grote-stedenbeleid een memorandum overhandigd waarin een coordinerend minister wordt bepleit. Deze zou in de volgende kabinetsperiode het stedenbeleid meer handen en voeten moet geven. Samen met het Rijk willen de middelgrote gemeenten een investeringsprogramma opstellen om de problemen aan te pakken en niet langer afhankelijk te zijn van incidentele mee- en tegenvallers in de schatkist.

En dat is hard nodig, zo blijkt uit een onderzoek van een visitatiecommissie onder voorzitterschap van AVBB-voorzitter Elco Brinkman. In de rapportage van deze commissie wordt geconcludeerd dat het grote stedenbeleid met de “huidige beperkte middelen” niet kan slagen. Als niet krachtig wordt ingegrepen komen de middelgrote gemeenten voor dezelfde grote problemen te staan als de vier grote steden. Brinkman noemde gisteren in Zwolle overigens geen bedragen.

Volgens minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken moeten gelden van de Europese structuurfondsen soelaas bieden voor het grote-stedenbeleid. Dijkstal stelde de gemeenten in het vooruitzicht, dat een bedrag van f. 3 miljard gulden gedurende een periode van twaalf jaar uit het fonds voor economische structuurversterking naar de gemeenten zal vloeien.

Strategie

Een belangrijk item in het memorandum van de 21 gemeenten is de herstructurering van de bestaande wijken. Daarbij zijn verbetering en sloop van slechte delen belangrijke wapens om de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving te vergroten. “Het verkopen van corporatie-bezit, waarna de opbrengsten geherinvesteerd kunnen worden in bestaand gebied, is daarbij een aantrekkelijke strategie”, aldus de G21 in het memorandum. Het is daarbij van belang dat private partijen bij die opgave worden betrokken. “In de komende periode zullen wij ons er op richten om marktpartijen intensiever bij het beheer en de ontwikkeling van de stad te betrekken”, zo zeggen de 21 gemeenten zich voor te nemen.

Tegelijkertijd stellen zij vast dat dit niet “bepaald vanzelf” zal gaan. “Aangezien private partijen van nature geneigd zijn om naar het bedrijfsrendement te kijken en pas in de tweede plaats naar het maatschappelijk rendement.”

Belangstelling

Volgens de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkelingsmaatschappijen (Neprom) neemt juist de belangstelling bij haar leden voor het investeren en werken in de bestaande stad toe. “Was dat voorheen per definitie het werkgebied van corporaties, nu zie je toch dat een aantal van onze leden dit als het werkgebied voor de toekomst ziet”, aldus Neprom-directeur drs. M.C. Oude Veldhuis.

De G21-gemeenten zijn Arnhem, Almelo, Breda, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, Den Bosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Schiedam, Tilburg, Venlo en Zwolle.

Reageer op dit artikel