nieuws

‘Discussie over bouw nieuwe afvalovens wordt heropend’ Overlegorgaan verbaasd over uitspraak topambtenaar

bouwbreed Premium

“De groei van de economie en een overaanbod van brandbaar afval hebben geleid tot een tekort aan de capaciteit van afvalverbrandingsinstallaties (avi’s). Dat betekent dat de discussie over de bouw van nieuwe avi’s zal worden heropend.” Deze uitspraak deed plaatsvervangend directeur Afval ir. D. Hoogendoorn van VROM. Het Afval Overleg Orgaan zegt ‘enigszins verbaasd’ te zijn over deze stelling. Nederland beschikt over voldoende verbrandingscapaciteit. Inkrimping daarvan is eerder aan de orde dan uitbreiding.

Hoogendoorn rekent in een gesprek met het Tijdschrift voor de Leefomgeving, het vroegere Heidemij Tijdschrift, voor dat Nederland al meer dan een jaar met een overaanbod van 2 miljoen ton brandbaar afval kampt. Dat afval belandt noodgedwongen op de stort. De plaatsvervangend directeur Afval van VROM herinnert verder aan becijferingen van het RIVM. Daarin wordt de hoeveelheid brandbaar afval in 2010 begroot op 9 miljoen ton.

Hoogendoorn concludeert daaruit dat er meer afval in de markt zit dan aanvankelijk gedacht. Hij meent dat de afvalsector op korte termijn een besluit moet nemen over de volgens hem noodzakelijke uitbreiding van de verbrandingscapaciteit. Hoogendoorn stelt voor de avi’s van Alkmaar, Amsterdam en Moerdijk uit te breiden. Hij sluit verder niet uit dat de avi van Maasbracht mogelijk toch wordt gebouwd.

Nieuwbouw

Nederland telt op dit moment elf afvalovens. Nieuwbouw behoort tot de mogelijkheden maar neemt nogal wat tijd in beslag. De voorbereiding van een avi vergt zo’n 6 tot 10 jaar. Afhankelijk van de capaciteit kost een dergelijke installatie f. 500 tot f. 1000 miljoen. Goedkoper valt de uitbreiding van bestaande installaties uit. De avi’s van bijvoorbeeld Alkmaar en Moerdijk beschikken over twee lijnen waarvan er een in gebruik is. De tweede lijn kan dan zonder al te ingrijpende maatregelen in bedrijf komen. Per avi neemt de capaciteit van 600.000 ton toe tot 800.000 ton.

Het Afval Overleg Orgaan (AOO) werkt momenteel aan een voortgangsrapportage over de avi’s. Daarin komen geen grote verschillen tussen aanbod en capaciteit naar voren. Uitbreiding van bestaande installaties en nieuwbouw zijn wat het AOO betreft niet aan de orde. In de capaciteit van de huidige avi’s zit een rek van 2,5 tot 5 procent. Dat komt overeen met 4,5 tot 5 miljoen ton: voldoende om tijdelijk een groter aanbod te verwerken. Het AOO benadrukt de term ‘tijdelijk’. Naar verwacht worden in 2000 de taakstellingen voor preventie en hergebruik van afval gehaald. Als gevolg daarvan zal het aanbod van brandbaar afval dalen. Nieuw gebouwde extra capaciteit zou slechts twee tot drie jaar in gebruik blijven. Met de afschrijving van de installatie is zo’n vijftien jaar gemoeid.

Kanttekeningen

Het AOO zet kanttekeningen bij de becijferingen van het RIVM. Het instituut ging bij de begroting van de brandbare stromen uit van afval dat niet per definitie in een oven terecht hoeft te komen. Te denken valt aan afval uit de agrarische sector dat ook op het land kan blijven. De andere wijze van berekening vergroot het aanbod met zo’n 4 miljoen ton.

Volgens het AOO blijft momenteel ruim 1,5 miljoen ton brandbaar afval over dat bij gebrek aan verbrandingscapaciteit naar de stort gaat. In 2000 beloopt deze hoeveelheid naar verwacht 0 tot hooguit 500.000 ton. Het is niet ondenkbaar dat mede door preventie en hergebruik het aanbod van brandbaar afval zover vermindert dat er een overcapaciteit aan verbrandingscapaciteit ontstaat. In dat geval valt de sluiting van ovens te overwegen.

Het AOO noemt het niet ondenkbaar dat dit besluit nog voor 2000 moet vallen. Over kapitaalvernietiging wil de organisatie niet spreken. Als het tot sluiting komt volgt dat voor oude en grotendeels afgeschreven installaties.

‘Suggesties’

De uitspraken van Hoogendoorn wekken bij het AOO verder verbazing omdat VROM met de organisatie meepraat over het afvalbeheer. Die gesprekken voorzagen niet in een uitbreiding van de capaciteit.

Het ministerie beschouwt de uitspraken van de plaatsvervangend directeur afval als ‘suggesties’ en ‘persoonlijke visies’. Het departement onderschrijft de stelling dat er al enige jaren sprake is van een overaanbod van brandbaar afval. Verbranding is evenwel geen oplossing om de toenemende hoeveelheid het hoofd te bieden. Meer verwacht het ministerie van preventie en hergebruik. Uitbreiding van de overcapaciteit is voor VROM geen thema.

Verbaasd is ook de VNG. De vereniging stelt dat de aangesloten gemeenten financiele risico’s lopen. Deels omdat ze contracten hebben afgesloten met de avi’s, deels omdat ze garant staan voor de financien. VROM zou er volgens de VNG beter aan doen orde te scheppen in de bestuurlijke structuur van de afvalverwerking.

Harmonisatie tarieven

Het derde nationale milieubeleidsplan (NMP3) stelt harmonisatie voor de stort- en verbrandingstarieven voor. Het belastingtarief voor stort is vanaf 1 januari verhoogd, zodat de tarieven voor storten gemiddeld overeenkomen met die voor verbranden. De energie die uit het verstoken ontstaat komt in aanmerking voor een afdrachtskorting op de regulerende energiebelasting. De elektriciteit moet dan ontstaan uit verbrande biomassa. Deze regeling wordt van kracht nadat de afvalverbranders en het rijk afspraken hebben gemaakt over een grotere benutting van energie uit afval door de avi’s.

Reageer op dit artikel