nieuws

Bodemvervuiling rijdt bouw in de wielen

bouwbreed Premium

De vervuiling van de bodem blijft een aanzienlijk probleem. Nederland telt momenteel om en nabij 175.000 ernstig vervuilde locaties. Ruim 35 procent moet welbeschouwd vandaag worden gesaneerd. Dat levert milieuhygienische problemen op. Verder houden vervuilde gronden steeds vaker woning- en bedrijfsbouw tegen. Vervuiling van de waterbodem veroorzaakt ook forse problemen, maar over aard en omvang bestaat nog weinig inzicht. Dat meldt het derde Milieubeleidsplan (NMP3).

De omvang van de verontreiniging van de landbodems moet voor 2005 volledig op papier staan. Dat gebeurt bijvoorbeeld op bodemkwaliteitkaarten. Verder moet de bodem blijvend worden beheerd. Exclusief de waterbodems, vergt de sanering van lokale vervuilde bodems volgens het huidige beleid ruim f. 100 miljard. Daar komen jaarlijks enkele honderden miljoenen bij omdat de aanwezige vervuiling zich verspreidt. Diffuse verontreiniging door grondverzet of herinrichting van stedelijk gebied veroorzaakt elk jaar een schade van ongeveer f. 100 miljoen. Bij elkaar gaat jaarlijks om en nabij f. 1 miljard op aan sanering, waarvan f. 60 miljoen aan die van de waterbodem.

Marktpartijen

Het kabinet wil met een wijziging van het financieringsstelsel bodemsanering aantrekkelijk maken voor marktpartijen. Die moeten ook zelf in schoonmaak kunnen investeren. Te denken valt aan een bodemsaneringsfonds en aan projectontwikkelaars die de bodem van hun plangebied reinigen.

Op ernstig vervuilde bodems mag alleen na een (deel)sanering worden gebouwd. Alleen in een niet-urgent saneringsgeval mag de gemeente een bouwvergunning afgeven. Een andere uitzondering geldt voor de uitbreiding van een bestaand gebouw. Maar het kabinet gaat ervan uit dat het bevoegd gezag ook dan uitermate terughoudend vergunt.

Provincies en gemeenten moeten intussen bij het rijk integrale plannen voor aanpak en financiering van gasfabriekterreinen indienen. Opstelling gebeurt samen met de energiedistributiebedrijven. Het kabinet wil dat derde partijen als projectontwikkelaars een substantieel deel van de schoonmaakkosten betalen.

De toekomstige Stichting Kennistransfer Bodem dient organisatie en financiering van strategisch en toegepast bodemonderzoek te versterken. De Stuurgroep BSB (Bodemsanering van in gebruik zijnde Bedrijfsterreinen) krijgt het verzoek de financiering voor de sanering van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen voort te zetten. Hier geldt de voorwaarde dat bedrijven de BSB-stichtingen medefinancieren.

Kosteneffectief

VROM en Economische Zaken stellen binnenkort voor de sanering van bedrijfsterreinen beter te integreren met de revitalisatie van deze terreinen. Bedrijven die de bodem na het verschijnen van de Wet bodembescherming in 1987 vervuilden, moeten zo snel mogelijk saneren. Voor vervuiling die voor 1987 ontstond voert het kabinet het zogeheten functiegerichte saneren in. Dat maakt de schoonmaak goedkoper terwijl het economisch rendement stijgt.

Het kabinet maakt ook meer onderscheid tussen mobiele en immobiele vervuilingen. In het eerste geval wordt de vervuiling zoveel mogelijk kosteneffectief weggehaald. In het tweede wil het kabinet volstaan met gedeeltelijke verwijdering. Deze aanpak vereist actief bodembeheer. Het beleid wordt zodanig gewijzigd dat het aan dit beheer tegemoet komt.

Economische Zaken en VROM bekijken met het IPO en de VNG de mogelijkheden van een bodemsaneringsontwikkelingsmaatschappij. Deze zogenoemde BOSOM voorziet in een geclusterde sanering. Een vergelijkbare aanpak moet het landelijke gebied schoonmaken. Een proef voor dat laatste volgt in de Krimpenerwaard.

VROM reserveert in de reguliere begroting tot 2010 jaarlijks zo’n f. 380 miljoen voor de bodemsanering. Bij elkaar gaat het om ruim f. 4,7 miljard. Bij de bestaande begroting komt een extra bedrag van f. 1,5 miljard. Andere ministeries maken voor de bodemsanering in de eigen begroting middelen vrij voor de terreinen die ze zelf beheren.

Reageer op dit artikel