nieuws

Algemene voorwaarden (2): de inhoud

bouwbreed Premium

De kleine lettertjes kunnen grote gevolgen hebben. Dat heb ik al in mijn vorige artikel aangegeven. Toen is uiteengezet hoe algemene voorwaarden van toepassing kunnen worden verklaard op een overeenkomst. Ik zal eerst enkele algemene opmerkingen maken over de inhoud van algemene voorwaarden en daarna twee veel voorkomende bedingen: eigendomsvoorbehoud en uitsluiting/beperking van aansprakelijkheid.

In het Burgerlijk Wetboek, dat geldt sinds 1992, is een afdeling gewijd aan algemene voorwaarden. Deze is er hoofdzakelijk op gericht de consumenten te beschermen tegen algemene voorwaarden die te veel in hun nadeel zijn. Hoe meer de balans uitslaat naar degene die de algemene voorwaarden oplegt, hoe groter het risico dat deze daar geen beroep op mag doen.

Speciaal voor de consument zijn in het Burgerlijk Wetboek lijsten opgesteld van algemene voorwaarden die onredelijk bezwarend kunnen zijn. Er bestaat een zwarte en een grijze lijst. De bedingen op de zwarte lijst zijn sowieso onredelijk bezwarend voor de consument, en derhalve vernietigbaar. De bedingen op de grijze lijst worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij degene die de algemene voorwaarden oplegt, erin slaagt het tegendeel te bewijzen.

Eigendomsvoorbehoud

Een aannemer krijgt de bestelde stoeptegels geleverd, terwijl hij deze nog moet betalen. Normaliter wordt hij bij de levering van de stoeptegels de eigenaar, ook als hij in het geheel niet betaalt. Om dit te voorkomen, maakt de leverancier vaak het zogenaamde eigendomsvoorbehoud.

Door in algemene voorwaarden het eigendomsvoorbehoud te maken, wordt voorkomen dat de afnemer de eigenaar van de geleverde zaken wordt, terwijl hij nog helemaal niet heeft betaald. Een eigendomsvoorbehoud dat op de juiste wijze is geformuleerd, bedingt dat de leverancier de eigenaar van de geleverde zaken blijft, totdat de afnemer het factuurbedrag volledig heeft betaald. In rond Nederlands: de afnemer wordt pas na betaling de eigenaar van de geleverde zaken. Vanzelfsprekend ligt dit anders als bepaald is dat het eigendomsvoorbehoud slechts voor een bepaalde tijd geldt.

In de volgende twee situaties werkt het eigendomsvoorbehoud niet: de zaaksvorming en doorverkoop aan een derde te goeder trouw. Van zaaksvorming is sprake als uit de geleverde zaken door menselijke arbeid een nieuwe zaak ontstaat. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als met de door u geleverde metselspecie en door een ander geleverde bakstenen een nieuw huis is gebouwd. In dat geval heeft de geleverde metselspecie de nieuwe zaak (mede) gevormd. In dat geval vervalt het eventuele eigendomsvoorbehoud op de metselspecie en de bakstenen.

Met doorverkoop bedoel ik het volgende. De afnemer verkoopt de door u onder eigendomsvoorbehoud geleverde roerende zaken – die nog niet zijn betaald – door aan een derde. Het eigendomsvoorbehoud werkt niet als deze derde te goeder trouw is, dat wil zeggen: hij wist niet en hoefde ook niet te weten dat de geleverde zaken niet van de verkoper waren. In dat geval wordt deze derde (de nieuwe koper) de rechtsgeldige eigenaar. U kunt er ook voor zorgen dat de goede trouw bij de nieuwe koper nooit kan ontstaan, bijvoorbeeld door hem bij voorbaat er van op de hoogte te brengen dat de geleverde zaken onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd.

In beide laatste gevallen geldt overigens dat het nog steeds mogelijk is om door middel van een incassoprocedure betaling van de onwillige afnemer te verkrijgen

Aansprakelijkheid

Een aannemer is aansprakelijk voor schade, veroorzaakt door een shovel die bij de bouwwerkzaamheden het muurtje van de buren omver rijdt. Vaak wordt getracht dergelijke aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden te beperken dan wel uit te sluiten. Bedingen in algemene voorwaarden, die de bedoeling hebben de aansprakelijkheid te beperken dan wel uit te sluiten, worden exoneratieclausules genoemd. Over exoneratieclausules zijn (en worden) boeken vol geschreven. Men moet ten minste een klein aantal zaken onthouden:

In de eerste plaats dient men zich te realiseren dat exoneratieclausules zijn vermeld op de hiervoor ook al genoemde grijze lijst. Dat betekent dat, indien u met consumenten contracteert, deze een beroep kunnen doen op het feit dat exoneratieclausules op de grijze lijst staan vermeld. Dat kan er snel toe leiden dat men in het geheel geen beroep op de overeengekomen uitsluiting dan wel beperking van aansprakelijkheid kan doen. Ook de rechter zal dit beding in dat geval kritisch tegen het licht houden. Het is daarom ook moeilijk – zo niet onmogelijk – om in contracten met consumenten de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van fouten helemaal uit te sluiten. Dit geldt onder omstandigheden ook in contracten met andere partijen dan consumenten.

In de tweede plaats dient men een exoneratieclausule zorgvuldig te formuleren. Uit het beding moet klip en klaar blijken wat is bedoeld. Men moet zich niet laten verleiden tot het gebruik van allerlei ingewikkelde terminologie zoals: “kennelijke nalatigheid” of “kennelijk onbehoorlijk”. Gebruik dus geen woorden die voor meer interpretaties vatbaar zijn. Indien er namelijk geen eenduidigheid bestaat over de uitleg van de exoneratieclausule, zal de rechter deze vaak uitleggen in het nadeel van de partij die hem heeft opgelegd. Ook wil ik u aanraden geen overbodige bedingen te laten opnemen zoals: “de aansprakelijkheid voor overmacht wordt hierbij uitgesloten”. Men is namelijk doorgaans op grond van de wet niet aansprakelijk voor overmacht. En, last but not least: pas op met het formuleren van exoneratieclausules in een taal die u niet volledig machtig bent.

Slotoverwegingen

Het komt regelmatig voor dat de inhoud van algemene voorwaarden in strijd is met het Burgerlijk Wetboek. Het is bijzonder vervelend indien men er pas bij de rechter achterkomt dat (delen van) de gehanteerde algemene voorwaarden niet kunnen worden ingeroepen. Een ongewenst neveneffect hiervan kan zijn, dat door de ongeldigheid van bepaalde bedingen, de inhoud van de overige algemene voorwaarden ook wordt aangetast. Het is daarom van belang een set uitgebalanceerde algemene voorwaarden te hanteren die de toets van de (rechterlijke) kritiek kunnen doorstaan. U dient zich met enige regelmaat af te vragen wanneer u uw algemene voorwaarden voor het laatst hebt geactualiseerd, en of deze in overeenstemming zijn met het Burgerlijk Wetboek.

Zowel bij eigendomsvoorbehoud als bij beperking van aansprakelijkheid geldt, dat deze in de algemene voorwaarden zeer zorgvuldig en zeer nauwkeurig moeten worden geformuleerd. Als men dit niet doet, zou de rechter wel eens in uw nadeel kunnen beslissen.

Dit artikel is geschreven door mr. A.F.J. Jacobs, werkzaam bij Wouters Advocaten te Amsterdam, geassocieerd met Arthur Andersen Belastingadviseurs. De auteur maakt deel uit van de Real Estate Services Group van Arthur Andersen. Bij vragen is de auteur te bereiken onder telefoonnummer 020- 503 97 97.

Reageer op dit artikel