nieuws

Waterstaatswerken als toeristische attractie

bouwbreed Premium

De gerestaureerde Prinsen- of Venerietesluis in het Overijsselse Genemuiden is opgenomen in een toeristische route. De route voert langs waterstaatsmonumenten aan de oude kustlijn van Overijssel. Met het iets verderop gelegen museum Oud Stoomgemaal Mastenbroek ontwikkelt de verzameling oude waterstaatswerken zich tot een toeristisch-recreatief centrum. Een terugblik.

Wie door het rustige landschap bij de Prinsensluis wandelt, kan zich niet voorstellen, dat er tot in de vorige eeuw zo’n dreiging uitging van de naburige, vroegere Zuiderzee.

Nadat het plaatsje Mastenbroek in 1825 door het water werd getroffen, moesten maatregelen worden genomen. De gealarmeerde overheid besloot de zeedijken echter niet te herstellen maar zogeheten overlaten aan te leggen: lage dijken met een flauwe helling.

Het langzaam overlopen van de polder was minder ingrijpend dan het onbeheersbare van dijkdoorbraken. Bij hoog water stroomde het water via deze overlaten over het laaggelegen polderland gewoon naar zee.

Een jaar later werd als onderdeel van dit overlaatsysteem de Prinsensluis gebouwd. De naam verwijst naar het sluiswachtersgeslacht Prins. De sluis kreeg drie openingen om na een stormvloed snel het water te kunnen lozen. Zij was tot ongeveer 1864 eindpunt van de zogeheten groene rivier die van Lobith tot de Prinsensluis liep. De sluis vormt het laatste monumentale relict van dit systeem van overlaten. Het jaar daarop werd de overlaat weer op dijkhoogte gebracht.

De Prinsensluis is nu overigens nog steeds onmisbaar als keersluis. Voor deze originele aanpak werden destijds nogal wat overlaten in de dijken gemaakt, zoals de Spijkse, de Lijmerse, de Bingerdense, de Warnsveldse en de Snippelingse. Op de grens van Gelderland en Overijssel werd zo’n type sluis gebouwd als onderdeel van de Dronther overlaat. Ook deze tweelingbroer werd gerestaureerd.

Koude Oorlog

De Prinsensluis deed vrij recentelijk nog dienst als stuw bij Mastenbroek. Dat gebeurde in de periode van de Koude Oorlog (1952 tot 1965). Tenslotte scheidde alleen de Duitse Bondsrepubliek de provincie Overijssel van het ‘IJzeren Gordijn’.

In die tijd werd nog ernstig rekening gehouden met de mogelijkheid van een Russische inval. De sluis maakte toen onderdeel uit van de IJssellinie, die onderwaterzetting van Nijmegen tot de Prinsensluis mogelijk maakte. Zo heeft het water het kwetsbare vaderland tot in de jaren ’60 beschermd tegen militaire dreiging. De schotbalkloods van Defensie naast de sluis herinnert hier nog aan.

Sabotage

Ook de Duitsers kenden trouwens de defensieve betekenis van het water. Zij wilden in 1944 de polder Mastenbroek laten onderlopen. Het waterschapspersoneel wilde echter niet meewerken. De Duitsers beschouwden dit als sabotage en staken als represaille de oude woning van de sluiswachter in brand. De Bond Heemschut, die zich ook inzette voor de restauratie van de Prinsensluis, heeft dit gemeentelijk en provinciaal monument intussen voorgedragen als Rijksmonument.

Reageer op dit artikel