nieuws

Slagwerk, architectuur en tijd

bouwbreed Premium

Er hoeft maar een drumband door de straat te komen of er schiet een brok in mijn keel. Kun je nagaan wat een overvloed aan ontroering een heel slagwerkfestival teweegbrengt. Urenlang trommels, pauken, potten en pannen, bespeeld in alle variaties van de wereld. Het festival heette toepasselijk Slag om de Wereld en trok vorige week door Nederland.

De ontroering die slagwerk teweegbrengt heeft allicht met allerlei persoonlijke sentimenten te maken, maar ten diepste gaat het over tijd. Slagwerk is de meest elementaire manier om tijd voelbaar te maken. Elk ritme is uiteindelijk een variatie op het verstrijken van de tijd, op ademen, lopen, het tikken van de klok. Of het nu een mars is, een gemoedelijk walsje of het hollen en stilstaan van een tango, het gaat allemaal over het voortschrijden van de tijd, de opeenvolging van momenten, van

daarnet en toen, tot zo straks en dadelijk. De brok in de keel is zonder twijfel het besef van de eindigheid van de eigen tijd.

De korte golfslag in die eindeloze zee van muziek die doorgaat.

Om confidentie op confidentie te stapelen, zal ik in deze coming out nog een ander sentiment prijsgeven: soms krijg ik van architectuur ook een brok in de keel. Niet van alle architectuur. Dat zou een fysieke onmogelijkheid zijn, om de hele dag snikkend rond te moeten lopen, zoveel tranen met tuiten heeft een mens eenvoudigweg niet. Het is deels dus een kwestie van onvermijdelijke afstomping dat de brok in de keel zeldzaam is, deels een kwestie van de nietszeggende middelmaat die onze gebouwde omgeving is. Voor een brok in de keel moet ik bij voorkeur zijn bij gebouwen zonder veel opsmuk. Het meeste effect heeft architectuur die eerder zwaar en massief is – dikke muren met diepliggende ramen – dan luchtig en licht met gevels van een en al glas. Bij voorkeur geometrisch ook, basaal van vorm: vierkant, rechthoek, cirkel. Dat zijn als het ware de eerste tekenen van beschaving, de eerste simpele vormen en materialen voordat die overwoekerd werden door persoonlijke grillen.

Ook die brok in de keel heeft met tijd te maken, maar dan de andere kant ervan: het stilzetten van de tijd. Er is enkel dit gebouw. Hoe lang je ook wacht, het blijft altijd hetzelfde. Het is er altijd hier en nu. Onveranderlijk basaal, zonder dat je gehinderd wordt door architectenverhalen, persoonlijke pretenties en grillen die vluchtig zijn. Regen en zon kunnen het gebouw omspelen, de tand des tijds kan knagen – het gebouw blijft standvastig hetzelfde. Lang voordat ik bestond was het gebouw er, en lang na mij zal het er nog zijn.

Het is de zee, die onveranderlijk is, hoeveel golven ze ook telt.

Slagwerk gaat over eindigheid, architectuur gaat over eeuwigheid. Daarom is weinig zo aangrijpend als ’s nachts het tikken van een klok in een stil huis.

Reageer op dit artikel