nieuws

Rendementsprikkel verdeelt cao-partijen

bouwbreed

Een jaar na het van kracht worden van de bouw-cao, zijn werkgevers en werknemers er nog altijd niet in geslaagd “overeenstemming te bereiken over de uitleg van de scholingsparagraaf”. NVOB-voorzitter Ravesloot noemde dit in zijn Nieuwjaarsrede “schrijnend”.

In het principeakkoord werd een studie aangekondigd naar een nieuwe functie- en loonstructuur. Daarbij zou ermee rekening worden gehouden dat er niet langer een fiscale tegemoetkoming is voor het in dienst hebben van leerlingen, die meer verdienen dan 130% van het minimumloon. De invoering van een financiele prikkel om leerlingen hun opleiding te laten voltooien was een ander onderdeel van het akkoord, waarin ook de financiering van de vakopleidingsorganen was opgenomen.

Over de hoogte van de ‘rendementsprikkel’ kwamen partijen overeen dat die 4,5% van het loon zou moeten bedragen. Alleen over de uitvoering bleef men van mening verschillen. Volgens de vakbeweging zou op het huidige loon een premie van 4,5% moeten worden ingehouden, die na het behalen van een diploma als bonus zou worden uitgekeerd. Maar werkgevers zouden de brutolonen met 4,5% willen verminderen.

Geen loonsverlaging

“Ik kan me niet herinneren bij de cao-onderhandelingen een loonsverlaging te zijn overeengekomen”, aldus onderhandelaar Bram Visser van de bouwbond-FNV. En CNV-onderhandelaar Gijs Wildeman wijst in dit verband op een van de gevaren van het verlagen van het brutoloon: dat mensen bij werkloosheid een geringere uitkering krijgen. De werkgeversvertegenwoordiger bij de cao-onderhandelingen, Mario van der Ent, ontkent dat er sprake zou zijn van een loonsverlaging. “Het gaat ons om een reservering. We bekijken nu nog hoe een en ander juridisch kan worden vormgegeven.”

Totaalpakket

Werkgevers wensen dit punt als onderdeel van een totaalpakket te zien. Zolang over deze rendementsprikkel geen overeenstemming is bereikt, willen zij geen gezamenlijke studie aangaan over een nieuwe functie- en loonstructuur, waarbij ook de gevolgen van de 130%-maatregel worden meegenomen.

De bouwbonden zijn wel voor een studie naar een andere functie- en loonstructuur, “maar slechts uitgaande van het huidige totale beloningsniveau”, aldus Visser. Dat desondanks rekening kan worden gehouden met de 130%-maatregel, komt omdat zijn bond dan uit wil gaan van ervaringsschalen in plaats van leeftijdsschalen.

Nu werkgevers eerst en vooral de rendementsprikkel geregeld willen zien, blijven de nieuwe structuur, de leeftijdsafhankelijke subsidie in de voortgezette opleiding en de totale financiering van de vakopleiding, nog op nieuwe maatregelen wachten.

Eind dit jaar loopt de bouw-cao al weer af. “Laten we dit toch snel oplossen, want het is niet goed nieuwe onderhandelingen te belasten met oud zeer”, aldus Visser.

Reageer op dit artikel