nieuws

Graffiti, normen en architectuur

bouwbreed Premium

De koningin heeft gesproken en ze heeft gelijk: het moet maar eens afgelopen zijn met dat geklieder op gebouwen. Zo heeft zij dat natuurlijk niet gezegd. Ze zei: “Onverschilligheid jegens de omgeving waarin we samen met anderen leven, wordt zichtbaar in het vervuilen en bekladden van de ruimte die de gemeenschap toebehoort.”

Hoe daar een eind aan moet komen, zei ze er niet bij. Ja, wel dat er normbesef nodig is dat verder reikt dan eigenbelang, maar dat hoort bij de gratuite sentimenten van Kerstmis. Eens in het jaar pinken we met z’n allen een traantje weg: was er maar vrede voor iedereen en een beetje meer normbesef.

Niemand zal geschrokken zijn van deze koninklijke aanklacht. Wellicht dat leveranciers van anti-graffiti coatings en schoonmakers iets meer last hebben gehad van brandend maagzuur, want die zien hun handel verloren gaan bij toenemend normbesef. En de spuitbussenfabrikanten natuurlijk. Dat zijn de werkelijke booswichten, want die

weigeren mee te werken aan een systeem waarbij het minder makkelijk wordt om spuitbussen te stelen, de gangbare manier waarop de gevelartiesten aan hun materiaal komen.

Wie moet zich door onze vorstin aangesproken voelen? Als het gaat om het oplossen van de problemen zullen architecten wel weer de klos zijn. Die moeten natuurlijk weer meer veiligheid en sociale controle inbouwen in hun ontwerpen. Gaat er iets niet goed, dan krijgen zij al gauw de schuld, of het nu gaat om flatneurose, verkrachting op een duister fietspad of geklieder op kale muren. Hadden ze maar niet kale muren moeten ontwerpen, dat is vragen om problemen, is de redenering.

Of het nu nog het geval is, weet ik niet, maar eind jaren zeventig was het een apart vak in de opleiding tot architect: sociale veiligheid. Bergingen mocht je niet aan een onoverzichtelijk gangetje leggen, op de begane grond van gebouwen moest je zorgen voor ramen, want dan voelden potentiele vandalen zich bekeken. Uit Amerika vlogen goeroes over om onderwijs te geven in ‘defensible space’. Architecten die toch ‘anonieme ruimtes’ maakten, werden als schurken aan de schandpaal genageld. Alsof zij de verkrachters en struikrovers waren.

Welbeschouwd is dat de wereld op zijn kop. Architecten gaan niet over normen, althans niet op die manier. Architectuur beinvloedt gedrag, jazeker, maar het gaat te ver om haar de almacht toe te dichten dat zij kan zorgen voor normbesef en goed gedrag. Het is ook de vraag hoever architecten moeten gaan om slecht gedrag te verhinderen. Architecten moeten architectuur maken, geen ‘defensible space’. Als er iets verdedigd moet worden hebben we daar de politie voor.

Reageer op dit artikel