nieuws

Provincie gaat alle depots inventariseren Friesland breekt met baggerverleden

bouwbreed

Friesland heeft een punt gezet achter het dubieuze baggerverleden. De provincie slaat met een adequate aanpak van de baggerberging een nieuwe weg in. De vergunningsregels zijn veranderd en voor iedereen moet nu helder zijn wie waarvoor verantwoordelijk is. Provinciale Staten hebben gisteren unaniem met het Plan van Aanpak ingestemd.

Onduidelijkheid over de afgifte van baggervergunningen en het door elkaar laten lopen van de provinciale rollen als vergunningverlener, toezichthouder en beheerder brachten Friesland vorig jaar in het nieuws. Zelfs een justitieel onderzoek naar de handelwijze op twee stortlocaties bleef de provincie niet bespaard.

Een verleden dat volgens het D66 Statenlid mevrouw Boers nu maar eens moet worden afgesloten. Niemand van de verschillende statenfracties wenste gisteren dan ook de spreekwoordelijke oude koeien uit de sloot te halen.

Voor hen lag een ambitieus Plan van Aanpak waarmee het College van GS een nieuwe weg wil inslaan. Het Plan van Aanpak voorziet in een forse lijst van actiepunten waarvan een inventarisatie van alle huidige baggerdepots wel de voornaamste is.

Op dit moment heeft er reeds een inventarisatie plaats van vijftig provinciale baggerdepots die na 1986 zijn ingericht. Onderzocht wordt onder andere of het milieuhygienisch beheer in overeenstemming is met de vergunningsvoorwaarden. Op grond van de bevindingen moet worden besloten om de resterende 45 depots die voor 1986 zijn ingericht te onderzoeken. Dit onderzoek zal, zo wordt in het Plan van Aanpak gesteld, door een extern bureau worden uitgevoerd.

Milieuzorgsysteem

Verder wil de provincie een intern milieuzorgsysteem introduceren. In de praktijk betekent dit dat het systeem inzicht moet geven in de route, hoeveelheid en kwaliteit van de baggerstromen. Zo zal in het bestek van een baggerproject al moeten zijn aangegeven waar en hoe het te baggeren slib zal worden gedeponeerd, zodat de bestemming vaststaat nog voordat met baggeren wordt begonnen. Al met al moet er zo dus een sluitende baggerboekhouding ontstaan.

Alle statenfracties zeiden zich hierin te kunnen vinden. Net zo goed als in het trainen van personeel en het scheppen van heldere kaders als het gaat om de vraag ‘wie geeft wanneer ergens een vergunning voor af’ waar de resterende actiepunten in het Plan van Aanpak betrekking op hebben.

Zorgen

Zorgen waren er vooral bij de fractie van D66 met betrekking tot het gesignaleerde tekort aan baggerdepots. Immers, in de rapportage wordt opgemerkt dat “ondanks de dertig op stapel staande baggerprojecten er nog steeds geen opslag/stortlocatie voor verontreinigde baggerspecie is aangelegd”.

Gedeputeerde Walsma zei de zorg van mevrouw Boers van D66 te delen maar tegelijk ook zijn hoop gevestigd te hebben op de voorgestelde aanpak. Die voorziet niet alleen in het voorlopig voortzetten van de jaarlijkse inventarisatie van baggerprojecten, maar beoogt ook een coordinerende rol te spelen in de samenwerking tussen de baggerproducenten en initiatiefnemers die plannen hebben om stortlocaties aan te leggen.

Enthousiast

Over het algemeen toonde de statenleden zich gisteren enthousiast over de nieuwe aanpak. Boers van D66: “Wij vinden dat het plan dusdanig in elkaar zit dat het voor iedereen duidelijk is hoe het vergunningstelsel werkt. Kanttekeningen plaatsen we bij de werkdruk die een actievere benadering van de problematiek met zich meebrengt.”

In het plan wordt voorgesteld 5,75 formatieplaatsen voor de vernieuwde werkwijze uit te trekken. D66 noemde dit aantal aan de magere kant, terwijl Groen Links bij monde van Statenlid mevrouw Braaksma hiermee tevreden zegt te zijn.

Bij elkaar gaat de aanpak structureel ruim f. 1,1 miljoen meer kosten. Dit jaar moet, in verband met de onderzoekskosten en de aanstelling van een adjunct-directeur ongeveer f. 4,5 miljoen extra worden uitgetrokken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels