nieuws

‘Lean management’ ook mogelijk in de bouw

bouwbreed

‘Lean management’, de succesvolle aanpak van Japanse productiebedrijven, is ook mogelijk in de bouw. Aannemers die hiervan willen profiteren moeten aan twee voorwaarden voldoen. Ten eerste moeten zij meer investeren in het bedrijfsgericht opleiden van hun cao-personeel. Ten tweede moeten zij opener communiceren met onderaannemers en toeleveranciers, in het bijzonder over kosten en prijzen.

Dat valt op te maken uit de resultaten van de workshop ‘Lean Supply Chain Management in de Bouw’, gehouden op Kasteel Doenrade in Limburg. De bijeenkomst was georganiseerd door de Delft Lean Construction Research Unit (Delcru) van de faculteit der Civiele Techniek van de TU Delft.

Tijdens de tweedaagse workshop werden vertegenwoordigers van bouwbedrijven, overheid en universiteiten ingeleid in ‘lean management’, de manier waarop Japanse productiebedrijven veel succes hebben geboekt. De deelnemers trokken de conclusie, dat er veel aandacht moet worden besteed aan de opleiding van het personeel op de werkvloer, ter ondersteuning van de bedrijfsfilosofie. De betrokkenheid van de mensen op de bouwplaats is namelijk bepalend voor het succes van het bedrijf. Nadeel van de ISO-kwaliteitssystemen is, dat zij niet verder gaan dan het ‘middle management’.

Open relatie

Productiebedrijven die kwaliteit willen leveren moeten ook het personeel op de werkvloer in het kwaliteitssysteem betrekken. Bij de uitvoering worden fouten geconstateerd en opgelost. Het systeem moet ervoor zorgen, dat ook de bron van de fouten wordt opgespoord en verbeterd.

De deelnemers aan de workshop kwamen ook tot de slotsom dat de hoofdaannemer een opener relatie moet hebben met de toeleveranciers en onderaannemers. Hun aantal moet worden beperkt en de hoofdaannemer moet meer invloed uitoefenen op hun werkwijze. Ook zouden hoofdaannemers er goed aan doen te investeren in toeleveranciers en onderaannemers, bijvoorbeeld door het opleiden van het personeel in overeenstemming met de bedrijfsfilosofie van de hoofdaannemer.

De relatie met de toeleveranciers en onderaannemers moet open zijn. “Meer open kaart spelen is nodig”, aldus ir. D.Th. Welling van de Vakgroep Bouwtechniek en Bouwproces, faculteit der Civiele Techniek van de TU Delft. “De kostenstructuur moet transparant worden gemaakt. Die informatie wordt nu nog teveel gebruikt als machtsmiddel om tot een prijs te komen. Echter, prijsonderhandelingen kunnen kort zijn als beide partijen elkaar winst gunnen. Het gaat erom binnen een keten van toeleveranciers en aannemers de vermijdbare kosten te elimineren. Kosten die geen toegevoegde waarde opleveren, moeten worden weggesneden. Op die manier kunnen hoofdaannemer, toeleveranciers en onderaannemers geld verdienen zonder elkaars winst weg te nemen.”

Relaxatie

Het resultaat van de open samenwerking met toeleveranciers en aannemers is, dat er meer concurrentie ontstaat tussen ketens van bedrijven, in plaats van tussen afzonderlijke bedrijven. “Binnen elke keten treedt een soort relaxatie op, waardoor in de keten meer winst wordt gemaakt”, licht Welling toe. Omdat er een vaste relatie kan ontstaan tussen de hoofdaannemer en de toeleveranciers en onderaannemers is het niet meer nodig om afzonderlijke bouwvergaderingen per project te houden. Er kan over meer projecten tegelijkertijd worden vergaderd. Fouten die op elke bouwplaats opnieuw worden gemaakt, kunnen aan de bron worden verbeterd. De hoofdaannemer krijgt steeds meer een coordinerende rol, als manager van de samenwerkende bouwpartners. Op die manier kan de bouw meer klantgericht gaan werken. Het effect kan zijn, dat de verkoopwaarde van een nieuwe woning los komt te staan van de kostprijs. Hij wordt bepaald door de marketing, net als bij auto’s.

Coordinerend actor

Het is overigens de vraag of de theorie van ‘lean management’ opgaat voor bouwbedrijven. Bouwbedrijven hebben een structuur en cultuur die sterk verschilt van die van een productiebedrijf, zoals een autofabriek. Volgens Welling is het echter een onvermijdelijke ontwikkeling en zal de bouw zich moeten aanpassen. “Bedrijven die uit blijven gaan van het financieel uitknijpen van toeleveranciers en onderaannemers, leggen uiteindelijk het loodje”, stelt hij. Net als in de productiebedrijven neemt het aantal bouwpartners sterk toe, verplaatst een groot deel van de investering zich naar de voorfase van het bouwproces en is er een explosie van informatie, die met behulp van automatisering het hoofd geboden kan worden. Het is de hoofdaannemer, in de woorden van Welling de ‘coordinerende actor’, die het heft in handen moet nemen en ‘lean management’ moet gaan toepassen. Dat geldt zowel intern, met betrekking tot het eigen personeel, als extern, in de relatie tot toeleveranciers en onderaannemers. Het resultaat is een ‘win-win’ situatie voor de betrokken bouwpartners, aldus Welling.

Informatie is te verkrijgen bij de Delft Lean Construction Research Unit (Delcru) van de faculteit der Civiele Techniek, TU Delft, tel. (015) 2784774.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels