nieuws

De huurder

bouwbreed

Een huis is slooprijp als de verwachting bestaat dat de grond meer oplevert indien de woning wordt vervangen door nieuwbouw. Het verklaart waarom tamelijk nieuwe gebouwen soms toch tegen de vlakte gaan. En waarom sommige bouwvallige panden juist behouden blijven. ‘Stadsvernieuwing’, ‘herstructurering’, ‘differentiatie’, het zijn nette woorden voor banale eigenbaat.

In veel gevallen is stadsvernieuwing niets anders dan de stedenbouwkundige vertaling van de vraag ‘Hoe komt jouw geld in mijn zak?’ Altijd gaan de huren omhoog. Van f. 350 naar f. 810 per maand bijvoorbeeld, maar we blijven ook dan spreken van ‘goedkope woningen’. Echte differentiatie begint pas bij f. 1200. Wie het niet kan betalen, krijgt een trap na. “De buurt is erop vooruitgegaan”, zei de bakker tegen de slager.

De vooruitgang spreekt altijd namens de ruimer bedeelden in de samenleving. Vraag het aan de bewoners van de naoorlogse wijken die tegenwoordig zo leuk in de belangstelling staan.

Binnen in hun kraakheldere interieurtjes had stof noch pluis vat gekregen op hun bestaan. Buiten stonden zij machteloos. Elke winter als de bomen hun groene tooi aan de wind hadden meegegeven, stond de wijk vervelozer in zijn kale nakie. Vergrijsd, incontinente waterwegen, geen cent te makken en gedompeld in de nederige, bestorven luchten van het Hollandse portiek. Het is niet zo moeilijk het verval te vriend te houden. Laat het woningbeheer over aan weer en wind en de ratten komen vanzelf uit het riool gekropen.

Tommel? Warempel, zijn bleke laboratoriumneus licht op in het duister; en waar hij verschijnt zijn de grondspeculanten, slopers en projectontwikkelaars nooit ver weg. Hij komt de rekening van het achterstallig onderhoud opmaken. Drie miljard, zes miljard, acht? We weten wie dat gaat betalen. Altijd dezelfden: de huurder en de belastingbetaler. De vraag is op welke rekening de winsten zullen worden bijgeschreven; dat is de onveranderlijke inzet van het politieke spel. Als het aan de voormalige chemicus Tommel ligt, komt het geld – geheel in de lijn van deze rubriek – terecht in de zakken van beleggers en bouwondernemers.

Aanbod

Het is naief te veronderstellen dat de f. 65 miljoen die Tommel dit jaar voor stadsvernieuwing heeft uitgetrokken, bedoeld is als steun aan corporaties en gemeenten. Welnee, dit bedrag is een bod op het achterstallig onderhoud. Het geeft aan wat deze virtuele schuld hem waard is.

Onbegrijpelijk trouwens dat de markt dit aanbod heeft geaccepteerd. Want ga nou eens kijken wat de staatssecretaris in ruil voor dit luttel bedrag terug krijgt: een enorme invloed op de herbestemming van de naoorlogse wijken.

‘Zo veel mogelijk slopen en zo duur mogelijk terug bouwen’, luidt de boodschap van het ministerie aan corporaties en gemeenten die voor subsidie in aanmerking hopen te komen. Reken maar dat dit niet tegen dovemansoren is gezegd.

Slopers en projectontwikkelaars worden door Tommel als het ware de naoorlogse wijken in geschopt. Ook goed voor de werkgelegenheid in deze veelal verarmde buurten: de bewoners mogen helpen hun eigen huis te slopen. (Wat Tommel doet, is overigens niks nieuws. Het is een variant van de schuldenconversietechniek die in de jaren ’80 door de toenmalige NMB is ontwikkeld als antwoord op de schuldencrisis in de ontwikkelingslanden).

Bofkonten

Op 5 september 1995 waren wij aan de beurt. Wij, bewoners van Die Delfgaauwse Weye, een charmant naoorlogs wijkje aan de noordrand van Delft. Vlakbij de Delftse Hout en toch slechts vijf minuten lopen van het centrum.

‘Sloop was onontkoombaar’, kregen de in een zaaltje bijeengeroepen bewoners te horen. Bofkonten waren we; dat we voor een dubbele huur een moderne woning terug kregen. Binnen een maand zou met de voorbereidingen van de uitverhuizing worden gestart.

Iets wat grote consequenties heeft voor de portemonnee en waarover in grote haast en zonder keuzemogelijkheden moet worden beslist, krijgt al gauw de kenmerken van een beroving.

Zo hebben we het ervaren en en zo hebben we erop gereageerd. Het is een verschrikkelijke pan geworden. Vreselijk veel tijd gekost, ook. Maar dat is een heel ander verhaal. Volkshuisvesting is oorlog.

Onder de slachtoffers bevinden zich alle ingehuurde adviseurs – heel opmerkelijk – zowel die van de corporatie als van de bewoners. En ook die ene hele dure die als onafhankelijke wetenschapper was ingehuurd. Zij sneefden omdat ze al te goed wisten door wie ze werden betaald.

De huizen staan er nog.

DD

Aflevering 9 (tevens slot):

De klant, niet het product

Hoe klantvriendelijk vindt u de bouw? Geef uw reactie op Internet in de discussiegroep op de Cobouwsite: http://www.cobouw.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels